wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 + H4 herhaling

Total questions: 30

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Aan welk signaalwoord kun je zien dat je hier te maken hebt met een opsomming?

Kees, Max en Joris zijn helaas gezakt voor hun examen Nederlands.

a)

en

b)

helaas

c)

voor

d)

,

2.

Welk woord geeft de tegenstelling aan in de volgende zin?

Veel jongeren willen graag wat bijverdienen, maar niet elke baan gaat goed samen met school.

a)

wat

b)

Niet

c)

maar

d)

samen

3.

Welke woordsoort is hippe in de volgende zin?

Alfredi is een hippe vogel.

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Voegwoord

c)

voorzetsel

d)

Bijvoeglijk naamwoord

4.

Welke woordsoort is maar in de volgende zin?

Grootmoeder bestelde een taart voor haar verjaardag, maar deze werd te laat geleverd

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Lidwoord

c)

Voegwoord

d)

Bijvoeglijk naamwoord

5.

Welke woordsoort is peperstruik in de volgende zin?

Lang geleden heeft er een peperstruik in de vallei gegroeid.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

voorzetsel

c)

voegwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

6.

Welke woordsoort is in in de volgende zin?

Het vee moet in de stal blijven.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

voorzetsel

c)

voegwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

7.

Welke woordsoort is dus in de volgende zin?

Smaken verschillen, dus niet iedereen vindt hetzelfde mooi.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

voegwoord

c)

voorzetsel

d)

bijvoeglijk naamwoord

8.

Vul het bijvoeglijk gebruikte werkwoord in. (verbreden) De ------------------- straat

(a)  

9.

Vul het bijvoeglijk gebruikte werkwoord in. (luisteren) De ------------------- podcast

(a)  

10.

Vul het bijvoeglijk gebruikte werkwoord in. (scheiden) De ------------------- ouders

(a)  

11.

Vul het bijvoeglijk gebruikte werkwoord in. (opzetten) De ------------------- hond

(a)  

12.

Welk verband heeft de volgende zin?

Omdat Sara altijd te laat op haar werk kwam, werd ze al snel ontslagen.

a)

oorzaak-gevolg

b)

Tijdsvolgorde

c)

voorwaarde

d)

opsomming

13.

Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord in: Omdat (a)   het antwoord wisten, knikten de meisjes.

 

14.

Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord in: (a)   tante heeft peperdure koffie gedronken.

15.

Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord in: Heb jij aan (a)   (vorm van zij) gevraagd of ze ook naar het feest komen?

16.

Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord in: De docent beïnvloedde ------- leerlingen.

(a)  

17.

Vul het meervoud in van catalogus

(a)  

18.

Vul het meervoud in van centrum

(a)  

19.

Vul het meervoud in van leraar

(a)  

20.

Vul het meervoud in van lente

(a)  

21.

Vul het meervoud in van bewindsman

(a)  

22.

Vul het juiste werkwoord in: Onze docent (vinden - tt) trouwen maar een overbodige luxe.

(a)  

23.

Vul het juiste werkwoord in: De auto (racen - tt) over het circuit.

(a)  

24.

Vul het juiste werkwoord in: De leerlingen gingen allemaal netjes zitten, behalve Max, hij (springen - vt) op de tafel.

(a)  

25.

De, het, een en die zijn lidwoorden

a)

Waar

b)

Niet Waar

26.

In, op en onder zijn voorzetsels.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Vul het bijvoeglijk gebruikte werkwoord in: Geen van de leerlingen had het (maken) huiswerk bij zich.

(a)  

28.

De jongen waarmee mijn nichtje graag buiten speelt is verhuisd.

a)

Deze zin is correct

b)

Er zit een fout in de verwijzing

c)

Er zit een fout in de werkwoordspelling

29.

De voetballer over wie het beruchte interview gaat.

a)

Deze zin is correct

b)

Er zit een fout in de verwijzing

c)

Er zit een fout in de werkwoordspelling

30.

Wat is het meervoud van lama?

(a)