wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1: T4 Begrippen BS1 t/m 5

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

delen van het skelet die stevigheid geven, beweging mogelijk maken, bescherming bieden aan kwetsbare organen en vorm geven aan het lichaam

a)

gewrichten

b)

spieren

c)

botten

d)

wervelkolom

2.

deel van het skelet dat bestaat uit de halswervels, borstwervels, lendenwervels, heiligbeen en staartbeen

a)

geraamte

b)

wervelkolom

c)

core

d)

kolomwervels

3.

deel van het skelet dat bestaat uit de heupbeenderen en het heiligbeen

a)

taille

b)

middel

c)

bekken

d)

heupgordel

4.

stof die stevigheid geeft aan botweefsel

a)

kalkzouten

b)

lijmstof

c)

kraakbeen

d)

botweefsel

5.

buigzaam weefsel in een skelet, dat bestaat uit kraakbeencellen en collageen

a)

lijmachtig weefsel

b)

botweefsel

c)

kraakbeenweefsel

d)

lijmstof

6.

ruimten tussen de botten van de schedel van een baby

a)

fontanellen

b)

schedelruimtes

c)

fontaancellen

d)

schedelgaten

7.

stof die stevigheid geeft aan botweefsel

a)

lijmstof

b)

kalkzouten

c)

kraakbeen

d)

collageen

8.

kronkelige verbinding waar botten aan elkaar vast zitten

a)

kronkelgewricht

b)

vergroeiing

c)

naad

d)

fontanel

9.

stevig weefsel dat twee botten in een gewricht op hun plaats houdt

a)

kapselbanden

b)

gewrichtssmeer

c)

gewrichtsbanden

d)

pezen

10.

stroperige vloeistof waardoor botten soepel kunnen bewegen

a)

gewrichtsolie

b)

gewrichtssmeer

c)

cytoplasma

d)

gewrichtsplasma

11.

onderdeel van een gewricht waarin de gewrichtskogel draait

a)

kraakbeenlaagje

b)

kogelgewricht

c)

gewrichtskom

d)

gewrichtssmeer

12.

gewricht waarbij het ene bot in de lengteas om het andere bot draait

a)

rolgewricht

b)

kogelgewricht

c)

draaigewricht

d)

scharniergewrichy

13.

weefsels die spieren met botten verbinden

a)

gewrichten

b)

spierbundels

c)

kraakbeenlaagje

d)

pezen

14.

twee spieren met een tegengestelde werking

a)

antonisch paar

b)

antagonischpaar

c)

antagonistisch paar

d)

biceps en armbuigspier

15.

schijfjes kraakbeen tussen de wervels

a)

tussenschijven

b)

tussenwervelschijven

c)

gelschijven

d)

s-vorm schijfjes

16.

vorm van het menselijk wervelkolom

a)

afhankelijk van skelet

b)

dubbele Z-vorm

c)

dubbele s-vorm

d)

s-vormig