wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 4: Ordening

Total questions: 30

Worksheet time: 2hrs 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de 2 domeinen

a)

eukayoten, bacteriën

b)

bacteriën, schimmels

c)

Prokayoten, eukaryoten

d)

planten en dieren

2.

De 4 rijken, welke zijn dat?

a)

Bacteriën, schimmels, planten, dieren

b)

Zaadplanten, naaktzadigen, wieren en algen

c)

Protisten, gisten, naaktzadigen en zoogdieren

3.

Chlamydia is in Nederland de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening. Jaarlijks lopen ongeveer 60.000 mensen deze ziekte op. Chlamydia wordt veroorzaakt door een bacterie.

Hebben bacteriën een celkern

En hebben bacteriën een celwand?

a)

geen van beide 

b)

 alleen een celkern

c)

  alleen een celwand

d)

zowel een celkern als een celwand

4.

Tot welk rijk behoren gisten?

a)

tot de bacteriën

b)

 tot de schimmels

c)

 tot de planten

d)

  tot de dieren

5.

Een bacterie plant zich.....

a)

geslachtelijk voort dmv cellen

b)

ongeslachtelijk voort dmv deling

c)

geslachtelijk voort dmv zaden

d)

ongeslachtelijk voort dmv sporen

6.

Een dierenarts bekijkt een microscopisch preparaat om de oorzaak van een darmziekte bij een kat te onderzoeken. In het preparaat ziet hij een cel die wel een celwand heeft, maar geen celkern.

Van welk organisme kan dit een cel zijn?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

spoelworm

d)

van de kat

7.

Welke celkenmerken heeft een plantencel wel, maar een dierlijke cel niet.

Noem er minstens 2....

4 lines
8.

Mossen, varens en paardenstaarten planten zich voort door (a)  

9.

Heeft mos zaden en heeft mos bloemen?

a)

ja - ja

b)

ja - nee

c)

nee - nee

d)

nee - ja

10.

Bij welke organismen kan ik een celwand aantreffen?

a)

planten

b)

bacterien

c)

schimmels

d)

dieren

11.

Aan wortels van klaverplanten zitten kleine knolletjes. In zulke knolletjes leven bacteriën die zich voeden met glucose uit de wortelcellen.

Hannah bekijkt een stukje van een wortelknolletje van een klaverplant met een microscoop. Ze ziet cellen met een celkern.

Kunnen dit bacteriën zijn? En kunnen dit wortelcellen zijn?

a)

Geen van beide

b)

Alleen bacteriën

c)

Alleen wortelcellen

d)

Zowel bacteriën als wortelcellen

12.

Een dier is

-tweezijdig symmetrisch,

-ademt met longen

-is koudbloedig

- legt leerachtige eieren.

-de huid is bedekt met droge schubben

Welke stam is dat?

(a)  

13.

Spinachtigen, kreeftachtigen, insecten en veelpotigen behoren tot de ......?

a)

eukaryoten

b)

dieren

c)

geleedpotigen

d)

tweezijdig symmetrisch

14.

Wat is de beste omschrijving voor een skelet?

a)

Stevige delen in een organisme

b)

Stevige delen van een organisme

c)

Stevige delen rondom een organisme

15.

Wat zijn de juiste kenmerken van gewervelden?

a)

Ze hebben altijd haar

b)

Ze hebben een uitwendig skelet

c)

Ze hebben een wervelkolom

d)

Alle gewervelden leggen eieren

16.

Een dier ademt met longen, is warmbloedig en heeft haren. Welke klasse?

a)

insecten

b)

gewervelden

c)

reptielen

d)

zoogdieren

17.

Welke stelling(en) is/zijn juist?

a)

Een mens heeft een inwendig skelet en is koudbloedig in de winter

b)

Een mens heeft een uitwendig skelet en is warmbloedig

c)

Een sprinkhaan heeft een uitwendig skelet en is koudbloedig

d)

Een sprinkhaan heeft een uitwendig skelet en is warmbloedig

18.

Waarmee ademt een walvis en tot welke klasse behoort de walvis?

a)

Kieuwen - vissen

b)

Longen - reptielen

c)

Longen - amfibieën

d)

Longen - zoogdieren

19.

Voor microscopisch onderzoek wordt een preparaat gemaakt van ontlasting. In dat preparaat bevinden zich onder andere bacteriën, cellen van een koolplant en cellen van de darmwand. In de afbeelding hieronder zijn deze drie soorten cellen weergegeven. Welke letter geeft bacteriën aan?

 

a)

P

b)

Q

c)

R

20.

Welke van deze organismen hebben celwanden?

 

a)

alleen bacteriën en insecten

b)

Schimmels, bacteriën en planten

c)

alleen insecten en planten

d)

bacteriën, insecten en planten

21.

Welke tekening stelt bacteriën voor?Welke tekening cellen van een spinazieplant?En welke tekening cellen van een mens?

a)

1 = bacterie / 2 = spinazie / 3 = mens  

b)

1 = spinazie / 2 = mens / 3 = bacterie

c)

1 = spinazie / 2 = bacterie / 3 = mens

d)

  1 = mens / 2 = bacterie / 3 = spinazie

e)

1 = mens / 2 = spinazie / 3 = bacterie

22.

Enkele delen die in en om een cel kunnen voorkomen zijn de celkern, de celwand, het celmembraan en het cytoplasma. Welk van deze delen ontbreekt bij een darmbacterie?

a)

de celkern

b)

de celwand

c)

het celmembraan

d)

het cytoplasma

23.

Theo doet een onderzoek naar bacteriën in mest. Hij vindt een ééncellig organisme met een celkern en een celwand. Kan dit organisme een bacterie zijn? Zo nee, waarom niet?

     

  

a)

Nee, want een bacterie heeft geen celkern en geen celwand

b)

Nee, alleen omdat een bacterie geen celwand heeft.

c)

Nee, alleen omdat een bacterie geen celkern heeft.

d)

Ja

24.

Blauwalgen zijn bacteriën die zich bij warm weer snel vermeerderen in water met veel voedingsstoffen. Hierdoor ontstaat er een dikke en stinkende groene laag op het water. Blauwalgen bevatten bladgroen. Hierdoor kunnen ze aan fotosynthese doen.

Heeft een blauwalg een celkern? En heeft een blauwalg een celwand?

a)

Geen van beide

b)

Alleen een celkern

c)

Alleen een celwand.

d)

Een celkern en een celwand.

25.

Fusariumschimmels kunnen bij planten ziekten veroorzaken. Ze dringen via jonge wortels de plant binnen en groeien verder in de houtvaten.

Tanja bekijkt door een microscoop een stukje wortel van een plant die ziek is door zo’n schimmel. Ze ziet wortelcellen en schimmelcellen.

Heeft een wortelcel een celwand? En heeft een schimmelcel een celwand?

a)

Geen van beide cellen heeft een celwand.

b)

Alleen een wortelcel heeft een celwand.

c)

Zowel een wortelcel als een schimmelcel heeft een celwand.

26.

Hoe worden ziekten bestreden door het gebruik van antibiotica?

a)

Door antibiotica worden alleen bacteriën onschadelijk gemaakt.

b)

 Door antibiotica worden alleen virussen onschadelijk gemaak

c)

 Door antibiotica worden zowel bacteriën als virussen onschadelijk
gemaakt.

d)

Door antibiotica wordt het lichaam aangezet tot het maken van meer
antistoffen.

27.

Els en Huub doen een uitspraak over het bewaren van een pizza die zij in de winkel hebben gekocht.
Els zegt: „Wanneer je de pizza bewaart in een diepvriezer, gaan alle bacteriën dood”.
Huub zegt: „Bij het bewaren van de pizza in een diepvriezer wordt de vermeerdering van bacteriën méér geremd dan bij het bewaren in een koelkast”.

Wie heeft er gelijk?

a)

Els

b)

Huub

c)

Geen van beiden

28.

Als de zeeslak stilligt op een vaste ondergrond, zou hij voor een plant kunnen
worden aangezien. Om zeker te weten of een organisme een plant of een dier is, kan microscopisch onderzoek worden gedaan.
Cellen van de zeeslak worden door een microscoop bekeken. Bij die cellen blijkt een deel te ontbreken dat wel bij plantencellen voorkomt.

Welk deel ontbreekt bij de cellen van de zeeslak?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Celwand

29.

De celbouw van de verschillende soorten micro-organismen wordt met elkaar vergeleken.
Welke organismen hebben een celkern?

a)

 alleen de algen en de bacteriën

b)

alleen de algen en de pantoffeldiertjes

c)

alleen de bacteriën en de pantoffeldiertjes

d)

zowel de algen, de bacteriën als de pantoffeldiertjes

30.

Enkele producten zijn oliebollen, yoghurt en zuurkool.

Welk van deze producten wordt gemaakt met behulp van gisten?

a)

Oliebollen

b)

Yoghurt

c)

Zuurkool