wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stadsgeografie

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

In een dorp is de adressendichtheid vaak lager dan in de stad.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Op de afbeelding zie je een...

a)

Stadsgewest

b)

Stedelijk gebied

c)

Megalopolis

d)

Agglomeratie

3.

In landelijke gebieden zijn drie vormen van ruimtegebruik aan te duiden. Geef aan welke dit zijn.

a)

Landbouw

b)

Recreatiegebied

c)

Natuurgebied

d)

Bebouwd gebied

4.

... is het proces waarbij steeds meer mensen in de stad gaan wonen.

(a)  

5.

Natuurlijke bevolkingsgroei zorgt onder andere voor urbanisatie.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

... is de verstedelijking van het platteland rond een centrale stad.

(a)  

7.

Op de afbeelding zie je een suburb.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Welk deel van het model van de stad past bij deze afbeelding?

a)

Historische binnenstad

b)

Centrale zakenwijk (CBD)

c)

Oude woonwijken

d)

Bedrijventerreinen

9.

Welk deel van het model van de stad past bij deze afbeelding?

a)

Centrale zakenwijk (CBD)

b)

Bedrijventerrein

c)

Stadscentrum

d)

Oude woonwijken

10.

Kies de juiste stelling.

Treinstations liggen vaak aan de rand van de historische binnenstad omdat...

a)

...mensen anders last hebben van het geluid.

b)

...treinen later pas gemaakt werden.

c)

...het fluitje van de conducteur zo irritant is.

d)

...ze voor veel vervuiling zorgen.

11.

Je ziet op de afbeelding een plan voor de inrichting van de ruimte.

Welk begrip past hier het beste bij?

a)

Ruimtelijke ordening

b)

Model van de stad

c)

CBD

d)

Woningdichtheid

12.

Welk type stad past het beste bij deze afbeelding?

a)

Smart city

b)

Duurzame stad

c)

Creatieve stad

d)

Kennisstad

13.

Geef aan welke twee toepassingen je in een duurzame stad verwacht.

a)

Vertical farms

b)

Duurzame energie

c)

Slimme stoplichten

d)

Sciencepark

14.

Welk type stad past het beste bij deze afbeelding?

a)

Smart city

b)

Duurzame stad

c)

Creatieve stad

d)

Kennisstad

15.

Zie je hier een dagelijkse- of gespecialiseerde voorziening?

a)

Dagelijkse voorziening

b)

Gespecialiseerde voorziening

16.

Zie je hier een dagelijkse- of gespecialiseerde voorziening?

a)

Dagelijkse voorziening

b)

Gespecialiseerde voorziening

17.

De reikwijdte van een dierentuin is groter dan die van een bakker.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Een stad heeft een hoger verzorgingsniveau dan een dorp.

a)

Juist

b)

Onjuist