wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Speltheorie

Total questions: 9

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij het spel 'split or steal' werken 2 spelers samen om geld te verdienen. Aan het einde van het spel kiezen beide kandidaten voor 'split' of 'steal'. Ze kennen elkaars keuze niet.


Mogelijke uitkomsten:

> 2x split: beide spelers ontvangen 50%.

> 2x steal: beide spelers ontvangen niets.

> 1x split, 1x steal: 1 speler ontvangt 100%.


Stelling 1: op deze situatie is de speltheorie toepasbaar.

Stelling 2: er is sprake van een gevangenendillema.

a)

I is juist, II is onjuist

b)

I is onjuist, II is juist

c)

I en II zijn juist

d)

I en II zijn onjuist

2.

De drie kenmerken van een gevangenendilemma zijn:

a)

1) iedereen heeft dezelfde informatie en er wordt simultaan gespeeld; 2) iedereen bepaalt zijn dominante strategie en 3) er ontstaat een optimale oplossing

b)

1) iedereen heeft dezelfde informatie en er wordt simultaan gespeeld; 2) iedereen bepaalt zijn dominante strategie en 3) er ontstaat geen oplossing

c)

1) iedereen heeft dezelfde informatie en er wordt sequentieel gespeeld; 2) iedereen bepaalt zijn dominante strategie en 3) er ontstaat een suboptimale oplossing

d)

1) iedereen heeft dezelfde informatie en er wordt simultaan gespeeld; 2) iedereen bepaalt zijn dominante strategie en 3) er ontstaat een suboptimale oplossing

3.

Noem 3 manieren om onder een gevangenendilemma uit te komen?

a)

Collectieve dwang, alle zelfbinding, onderhandeling

b)

Geloofwaardige zelfbinding, sociale normen, spelers gaan uit van collectief belang

c)

Sociale normen, collectieve dwang, competitie

d)

Geloofwaardige zelfbinding, onderhandeling , geloofwaardige sociale normen

4.

Frank en Jasper hebben een opdracht gekregen voor het vak Economie. Ze staan voor de keuze: wel of niet voorbereiden. Beide leerlingen zijn het liefst zo weinig mogelijk tijd kwijt aan de opdracht.

Twee beweringen over de uitkomsten en hun strategieën:

I. Er is sprake van een gevangenendilemma.

II. Bij samenwerken hadden Frank en Jasper minder uren hoeven voor te bereiden.

Welke bewering(en) is/zijn goed of fout?

a)
Beide beweringen zijn juist.
b)
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
c)
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
d)
Beide beweringen zijn onjuist.
5.
Op de afbeelding de uitbetalingsmatrix die hoort bij het keuzeprobleem van cafe de Muk en cafe de Sport. Beide eigenaren kiezen gelijktijdig voor een aanpassing van het aanbod. Welke uitspraak over de uitkomst van dit spel is juist?
a)
Er is geen Nash evenwicht.
b)
Er is sprake van een suboptimaal Nash evenwicht.
c)
Er is sprake van een optimaal Nash evenwicht.
d)
Er zijn meerdere Nash evenwichten.
6.

Bedrijf 1 kiest eerst of ze toetreden tot de markt, daarna bedrijf 2 een hoge of lage prijs (zie de beslisboom). Wat wordt de uitkomst van dit spel?

a)

(toetreden, hoge prijs)

b)

(niet toetreden, hoge prijs)

c)

(toetreden, lage prijs)

d)

(niet toetreden, lage prijs)

7.

Wat is zelfbinding?

a)

Dominante strategie

b)

Prijzenoorlog

c)

Als een speler voor een keuze gaat, ongeacht de keuze van de andere spelers, waarbij rekening wordt gehouden met het gezamenlijk belang. Het doel is er samen beter uit te komen.

d)

Als een speler zijn dominante strategie kiest

8.

Wat wordt er bedoeld met 'meeliftgedrag'?

a)

Bedrijven in dezelfde winkelstraat trekken ook klanten aan die komen shoppen in andere winkels.

b)

Producten tegen een veel lagere prijs verkopen dan concurrenten. Op deze manier worden die klanten ingepikt.

c)

Niet meebetalen aan een voorziening, maar deze wel gebruiken als deze er toch komt.

d)

Gaan shoppen, maar niet betalen (stelen).

9.

Welke van de onderstaande goederen zijn voorbeelden van collectieve goederen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

dijken

b)

de kapper

c)

komkommers

d)

straatverlichting

e)

defensie