wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KLA2, Nando M09, D43-46

Total questions: 18

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij het opstellen van de verhoudingstabel, gebruik ik volgende grootheden

a)

snelheid (in km/u)

afstand (in km)

b)

afstand (in km)

tijd (in min)

c)

tijd (in min)

prijs (in km)

d)

snelheid (in km/u)

tijd (in min)

2.

In deze vraag is er een ... tussen afstand en tijd

a)

recht evenredig verband (RE)

b)

omgekeerd evenredig verband (OE)

c)

niet evenredig verband

3.

Bij deze vraag hebben de grootheden afstand en tijd een recht evenredig verband.

Wat is er dan waar?

a)

afstand gedeeld door tijd is een constante

b)

afstand maal tijd is een constante

c)

afstand plus tijd is een constante

d)

er is geen verband tussen afstand en tijd

4.

Wat is de gemiddelde snelheid?

(in km/u)

(a)  

5.

Bij het opstellen van de verhoudingstabel, gebruik ik volgende grootheden

a)

aantal slepen

aantal zakjes

b)

aantal slepen

gewicht/zakje (g)

c)

aantal zakjes

gewicht/zakje (g)

6.

In deze vraag is er een ... tussen het aantal zakjes en het gewicht

a)

recht evenredig verband (RE)

b)

omgekeerd evenredig verband (OE)

c)

niet evenredig verband

7.

Bij deze vraag hebben de grootheden 'aantal zakjes' en 'gewicht per zakje' een omgekeerd evenredig verband.

Wat is er dan waar?

a)

'aantal zakjes' gedeeld door 'gewicht per zakje' is een constante

b)

'aantal zakjes' maal 'gewicht per zakje' is een constante

c)

'aantal zakjes' plus 'gewicht per zakje' is een constante

d)

er is geen verband

8.

Hoeveel zakjes van 2 kg kan hij maken?

(a)  

9.

Bij het opstellen van de verhoudingstabel, gebruik ik volgende grootheden

a)

aantal leidingen

aantal flesjes

b)

aantal leidingen

tijd (minuten)

c)

aantal leidingen

aantal flesjes

10.

In deze vraag is er een ... tussen het aantal leidingen en de tijd

a)

recht evenredig verband (RE)

b)

omgekeerd evenredig verband (OE)

c)

niet evenredig verband

11.

Bij deze vraag hebben de grootheden 'aantal leidingen' en 'tijd' een omgekeerd evenredig verband.

Wat is er dan waar?

a)

'aantal leidingen' gedeeld door 'tijd' is een constante

b)

'aantal leidingen' maal 'tijd' is een constante

c)

'aantal leidingen' plus 'tijd' is een constante

d)

er is geen verband

12.

Hoelang duurt het om de flesjes te vullen als er twee leidingen stuk zijn (in minuten)?

(a)  

13.

Vraag a) Hoeveel liter verbruik je als je 300 km rijdt?

(a)  

14.

In vraag a) en b) is er een ... tussen de grootheden afstand en verbruik

a)

recht evenredig verband (RE)

b)

omgekeerd evenredig verband (OE)

c)

niet evenredig verband

15.

Vraag b) Welke afstand (in km) kan je afleggen met 12 liter brandstof?

(a)  

16.

vraag c) Bij het opstellen van de verhoudingstabel, gebruik ik volgende grootheden

a)

verbruik (l)

afstand (km)

b)

afstand (km)

tijd (minuten)

c)

snelheid (km/uur)

tijd (minuten)

17.

In vraag c) gebruiken we de grootheden 'snelheid' en 'tijd'. Welk verband is er tussen deze twee?

a)

recht evenredig verband (RE)

b)

omgekeerd evenredig verband (OE)

c)

niet evenredig verband

18.

Vraag c) Welke tijd (in minuten) is er nodig bij een snelheid van 70 km/u?

(a)