wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling, basisstof 4 t/m 8

Total questions: 53

Worksheet time: 53mins

Name
Class
Date
1.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
2.
Wat is een voorbeeld van een reflex?
a)
Terugduwen
b)
Trappen tegen een bal
c)
Kijken naar een film
d)
Het knipperen van je ogen
3.
Waarom heb je reflexen?
a)
Reflexen beschermen het lichaam
b)
Omdat het leuk is
c)
Reflexen zorgen ervoor dat je weet wanneer je het warm of koud heb
4.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
5.
Wat is geen hormoonklier?
a)
Schildklier
b)
Bijnieren
c)
Hypofyse
d)
Borstklier
6.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
7.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
8.
Waarvoor zorgt hypofyse? 
a)
Speeksel aanmaak
b)
Haargroei
c)
Botgroei
d)
Hersengroei
9.
Een persoon heeft een trage werkende schildklier. Wat gebeurt er met zo'n iemand? 
a)
Zo'n persoon word rusteloos
b)
Zo'n persoon vermagert sterk
c)
Bij zo'n persoon is de verbranding van cellen laag.
d)
Bij zo'n persoon is er veel verbranding van de cellen
10.
Waar ligt de alvleesklier?
a)
Achter de nieren
b)
Achter de darmen
c)
Bij het hart
d)
Bij de maag
11.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
12.
Welk hormoon produceren die bijnieren?
a)
Adrenaline
b)
Groeihormoon
c)
Insuline 
d)
Geslachshormonen
13.

Hormonen zijn altijd heel langzaam.

Wat zorgt er voor dat het hormoon Adrenaline wel heel snel effect heeft.

a)

Het is een klein hormoon.

b)

Je krijgt het in één keer heel veel in je bloed.

c)

Het is een groot hormoon.

d)

Overal in je lichaam wordt Adrenaline geproduceerd.

14.

Het hormoon insuline wordt gemaakt door de eilandjes van Langerhans.

1) Waar liggen de eilandjes van Langerhans?

2) Wat doet insuline met het bloedsuikerspiegel?

a)

1) in de lever

2) bloedsuikerspiegel gaat omlaag

b)

1) in de alvleesklier

2) bloedsuikerspiegel gaat omhoog

c)

1) in de alvleesklier

2) bloedsuikerspiegel gaat omlaag

d)

1) in de lever

2) bloedsuikerspiegel gaat omhoog

15.

De suikers (glucose) die bij de afbraak van zetmeel ontstaan, worden vanuit de dunne darm door het bloed naar de lever gevoerd. In de lever worden deze suikers (glucose) omgezet in glycogeen en daarna opgeslagen.


Waar in het lichaam wordt nog meer veel glycogeen opgeslagen?

a)

in de botten

b)

in de spieren

c)

onder de huid

16.

Wat zijn onderdelen van het centrale zenuwstelsel?

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Hersenstam

d)

Ruggenmerg

e)

Zenuwen

17.

Waar/niet waar. Je oogzenuw hoort bij je centrale zenuwstelsel.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Zintuigen zetten .... 1...... om in .....2 ......

a)

1= impuls 2= zenuwen

b)

1= zenuwen 2= prikkel

c)

1= prikkel 2= impuls

d)

1= prikkel 2= hormonen

19.

Welke zenuwcel is verbonden met een spier of een klier?

(a)  

20.

Hoe heet het onderdeel bij nummer 1?

a)

Bewegingszenuwcel

b)

Gevoelszenuwcel

c)

Schakelcel

d)

Prikkel

e)

Gemengde zenuw

21.

Hoe heet het onderdeel bij nummer 2?

a)

Bewegingszenuwcel

b)

Gevoelszenuwcel

c)

Schakelcel

d)

Prikkel

e)

Gemengde zenuw

22.

Hoe heet het onderdeel bij nummer 3?

a)

Bewegingszenuwcel

b)

Gevoelszenuwcel

c)

Schakelcel

d)

Prikkel

e)

Gemengde zenuw

23.

In je schouder lopen zenuwen die naar je arm gaan. Als je schouder uit de kom gaat drukt de schouder kop hard op de gemengdezenuw (zie afbeelding). Wat voor gevolgen kan dit hebben voor het bewegen van je arm?

a)

Je kan je arm nog maar een klein beetje bewegen.

b)

Je kan je arm normaal bewegen.

c)

Je kan je arm helemaal niet meer bewegen.

24.

Wanneer ben je ervan bewust wat je ruikt?

a)

Als je reukzintuig de prikkel omzet in een impuls.

b)

Als de grote hersenen het impuls ontvangen (gestuurd door het zintuig) en die informatie hebben verwerkt.

c)

Als de grote hersenen een nieuw impuls sturen naar de spieren waardoor je reageert.

25.

Het hormoon insuline wordt gemaakt door de eilandjes van Langerhans.

1) Waar liggen de eilandjes van Langerhans?

2) Wat doet insuline met het bloedsuikerspiegel?

a)

1) in de lever

2) bloedsuikerspiegel gaat omlaag

b)

1) in de alvleesklier

2) bloedsuikerspiegel gaat omhoog

c)

1) in de alvleesklier

2) bloedsuikerspiegel gaat omlaag

d)

1) in de lever

2) bloedsuikerspiegel gaat omhoog

26.

De suikers (glucose) die bij de afbraak van zetmeel ontstaan, worden vanuit de dunne darm door het bloed naar de lever gevoerd. In de lever worden deze suikers (glucose) omgezet in glycogeen en daarna opgeslagen.


Waar in het lichaam wordt nog meer veel glycogeen opgeslagen?

a)

in de botten

b)

in de spieren

c)

onder de huid

27.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

28.

Een vleermuis gebruikt echolocatie voor het opsporen van vliegende prooien zoals insecten. Daarbij maakt de vleermuis geluiden die weerkaatst worden door de omgeving. Door het opvangen van de weerkaatste geluiden bepaalt het dier waar de insecten zich bevinden. De vleermuis vliegt er dan op af om ze op te eten.

De vleermuis gebruikt spieren om de geluiden te maken. Deze spieren laten de stembanden bewegen en worden snelle spieren genoemd omdat ze wel 160 keer per seconde kunnen samentrekken.


De gehoorzintuigcellen vangen de teruggekaatste geluiden op en zetten ze om in impulsen die naar de hersenen worden geleid.


Waar in de hersenen worden deze impulsen verwerkt tot een bewuste waarneming van geluid?

a)

in de grote hersenen

b)

in de kleine hersenen

c)

in de hersenstam

29.

Onder normale omstandigheden wordt de pupil groot als er weinig licht is. Deze verandering van de pupil is onbewust.


Hoe wordt zo’n snelle, onbewuste reactie genoemd?

(a)  

30.

Taaislijmziekte is een ziekte waarbij slijm dat in het lichaam wordt gemaakt, abnormaal dik en taai is. Dit veroorzaakt problemen in verschillende orgaanstelsels.

Bij veel mensen met taaislijmziekte werkt de alvleesklier niet goed. Dit kan een vorm van suikerziekte tot gevolg hebben. De alvleesklier maakt dan niet voldoende hormonen voor het regelen van het glucosegehalte van het bloed.


Hoe heten deze hormonen?

a)

adrenaline en glucagon

b)

adrenaline en groeihormoon

c)

glucagon en insuline

d)

insuline en groeihormoon

31.

In de wand van de rechter hartboezem bevindt zich de zogenaamde sinusknoop. Deze sinusknoop geeft impulsen af die door uitlopers van zenuwcellen over de hartspier geleid worden. Door deze impulsen trekt het hart samen: eerst de boezems, dan de kamers. Het aantal malen dat het hart per minuut samentrekt wordt het hartritme genoemd.


Worden de impulsen uit de sinusknoop over het hart geleid door uitlopers van bewegingszenuwcellen, van gevoelszenuwcellen of van schakelcellen?

a)

door uitlopers van bewegingszenuwcellen

b)

door uitlopers van gevoelszenuwcellen

c)

door uitlopers van schakelcellen

32.

Het hartritme wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid adrenaline in het bloed.

Als je bijvoorbeeld schrikt, wordt er meer adrenaline aan het bloed afgegeven. Hierdoor gaat het hart sneller kloppen.


Door welke klier of klieren wordt adrenaline gemaakt?

a)

door de bijnieren

b)

door de hypofyse

c)

door de schildklier

d)

door de alvleesklier

33.

De werking van de schildklier wordt geregeld door een andere hormoonklier. In de afbeelding zijn enkele hormoonklieren in het lichaam van een vrouw met een letter aangegeven.


Welke letter geeft de hormoonklier aan die de werking van de schildklier regelt?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

34.

Een vleermuis gebruikt echolocatie voor het opsporen van vliegende prooien zoals insecten. Daarbij maakt de vleermuis geluiden die weerkaatst worden door de omgeving. Door het opvangen van de weerkaatste geluiden bepaalt het dier waar de insecten zich bevinden. De vleermuis vliegt er dan op af om ze op te eten.

De vleermuis gebruikt spieren om de geluiden te maken. Deze spieren laten de stembanden bewegen en worden snelle spieren genoemd omdat ze wel 160 keer per seconde kunnen samentrekken.


De gehoorzintuigcellen vangen de teruggekaatste geluiden op en zetten ze om in impulsen die naar de hersenen worden geleid.


Waar in de hersenen worden deze impulsen verwerkt tot een bewuste waarneming van geluid?

a)

in de grote hersenen

b)

in de kleine hersenen

c)

in de hersenstam

35.

Onder normale omstandigheden wordt de pupil groot als er weinig licht is. Deze verandering van de pupil is onbewust.


Hoe wordt zo’n snelle, onbewuste reactie genoemd?

(a)  

36.

Taaislijmziekte is een ziekte waarbij slijm dat in het lichaam wordt gemaakt, abnormaal dik en taai is. Dit veroorzaakt problemen in verschillende orgaanstelsels.

Bij veel mensen met taaislijmziekte werkt de alvleesklier niet goed. Dit kan een vorm van suikerziekte tot gevolg hebben. De alvleesklier maakt dan niet voldoende hormonen voor het regelen van het glucosegehalte van het bloed.


Hoe heten deze hormonen?

a)

adrenaline en glucagon

b)

adrenaline en groeihormoon

c)

glucagon en insuline

d)

insuline en groeihormoon

37.

Het hartritme wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid adrenaline in het bloed.

Als je bijvoorbeeld schrikt, wordt er meer adrenaline aan het bloed afgegeven. Hierdoor gaat het hart sneller kloppen.


Door welke klier of klieren wordt adrenaline gemaakt?

a)

door de bijnieren

b)

door de hypofyse

c)

door de schildklier

d)

door de alvleesklier

38.

De werking van de schildklier wordt geregeld door een andere hormoonklier. In de afbeelding zijn enkele hormoonklieren in het lichaam van een vrouw met een letter aangegeven.


Welke letter geeft de hormoonklier aan die de werking van de schildklier regelt?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

39.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
40.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
41.

Waar worden geen hormonen geproduceerd?

a)

Hypofyse

b)

Schildklier

c)

Bijnieren

d)

Nieren

42.

Wat wordt getoond bij nummer twee?

a)

Epifyse

b)

Hypofyse

c)

Schildklier

d)

Thymus

43.

Welk belangrijk verschil is er tussen het zenuwstelsel en het hormonale stelsel?

a)

De twee systemen werken samen, maar het zenuwstelsel heeft de leiding

b)

Het hormonale systeem heeft een sneller en directer merkbaar effect op het lichaam

c)

Het zenuwstelsel werkt wat trager, maar heeft wel een langduriger effect

d)

Het zenuwstelsel werkt vooral op organen die we niet met onze wil kunnen beïnvloeden

44.

Wat is de functie van de schildklier?

a)

Verbindt het zenuwstelsel met het hormoonstelsel

b)

Reguleert alle andere hormoonklieren

c)

Reguleert de stofwisseling en energiehuishouding

d)

Zorgt voor de juiste concentratie calcium in het bloed

45.

Welke hormoonklier reguleert de concentratie van bloedsuikers

a)

De geslachtsklieren

b)

De alvleesklier

c)

De bijschildklieren

d)

De hypofysevoorkwab

46.

De kleine hersenen:

a)

vindt bewustwording plaats

b)

worden onbewuste levensprocessen geregeld

c)

regelen reflexen

d)

zorgt voor de coördinatie van bewegingen en je evenwicht

47.
De grote hersenen:
a)
coördineren evenwicht en beweging
b)
Zijn verbonden met diverse hersencentra en zetten verwerkte informatie vast in het geheugen
c)
regelen onbewuste levensprocessen en reflexen
48.
Uit welke delen bestaat ons zenuwstelsel?
a)
Zenuwen en hersenen
b)
Centraal zenuwstelsel
c)
Zenuwen en centraal zenuwstelsel
d)
Zenuwen en zenuwcellen
49.

Een gezond persoon doet de Ict Bucket Challenge en gooit een emmer ijswater over zijn hoofd. Hij wordt zich bewust van de kou. In welk deel van de hersenen gebeurt dit?

a)

Grote hersenen

b)

Hersenstam

c)

Kleine hersenen

50.

Dit deel van de hersenen zorgt voor een constante lichaamstemperatuur.

(a)  

51.

Wat voor type zenuw is 5?

a)

Gevoelszenuw

b)

Bewegingszenuw

52.
Onder reflex verstaat men:
a)
reactie op een prikkel
b)
automatische reactie op een prikkel
c)
geen reactie op een prikkel
d)
prikkelloosheid
53.
De hersenen zijn onder te verdelen in:
a)
grote hersenen  en kleine hersenen tussen tussenhersenen hersenstam
b)
grote hersenen  en tussen hersenen kleine hersenen ruggenmer
c)
grote hersenen, kleine hersenen en  hersenzenuwen
d)
Hersenstam, kleine hersenen en grote hersenen