wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Stofklassen

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Geef de naam van Ca(OH)2

(a)  

2.

Het OG van een zuurstofatoom is ...

a)

+I

b)

0

c)

-I

d)

-II

3.

Geef de formule voor lithiumhydroxide:

(a)  

4.

Het oxidatiegetal van het hydroxide-ion is

a)

+I

b)

+II

c)

-I

d)

-II

5.

Geef de formule voor magnesiumdihydroxide:

(a)  

6.

FeO staat voor

a)

Fluoroxide

b)

Ijzeroxide

c)

Goudoxide

d)

Fosforoxide

7.

Geef de naam van KOH

(a)  

8.

Bij een verbinding of molecule is de som van de OG =

a)

+I

b)

0

c)

-I

d)

-II

9.

Als je het metaaloxide (bv. magnesiumoxide) gaat mengen met water bekom je een...

a)

Zuur

b)

Hydroxide

c)

Niet-metaaloxide

d)

Zout

10.

Al2O3 staat voor:

a)

dialumminiumtrioxide

b)

Trioxideoaluminium

c)

Aluminiumhydroxide

d)

Aluminiumpentahydroxide

11.

Geef de naam van Pb(OH)4

(a)  

12.

CO2, CO en P2O5 zijn allemaal voorbeelden van ...

a)

Metaaloxiden

b)

Niet-metaaloxiden

c)

Zuren

d)

Zouten

13.

Wat is de naam van Cu2O

a)

Koperoxide

b)

Dizilveroxide

c)

Dikoperoxide

d)

Koperdioxide

14.

Niet-metaaloxiden zijn...

a)

Ionbindingen, want het is een binding tussen een metaal en niet-metaal

b)

Atoombinding, want het is een binding tussen twee niet-metalen

c)

Metaalbinding, want het is een binding tussen twee metalen

15.

Welk antwoord is juist over volgende stof: NH4OH

a)

Oxide, ammoniumwaterstofoxide

b)

hydroxide, nitraathydroxide

c)

Base, ammoniumhydroxide

d)

Oxide, nitraatwaterstofoxide

16.

Welk antwoord is juist over volgende stof: Fe2O3

a)

hydroxide, diijzertrioxide

b)

Metaal-oxide, diijzertrioxide

c)

Metaal-oxide, ijzeroxide

d)

Niet-metaaloxide, diijzertrioxide

17.

Een kaars die brandt is een ...

a)

Fysisch verschijnsel

b)

Chemische reactie

c)

Concentratieverandering

18.

Hieronder zie je een (niet-kloppende) reactievergelijking.. Welke coëfficiënten moet toegevoegd worden?


.... H2 + O2 => ... H2O

a)

1 en 2

b)

2 en 2

c)

1 en 3

d)

2 en 1

19.

Bij chemische reacties kan energie vrijkomen of opgenomen worden.

Duid het meest correcte antwoord aan.

Vertering van voedingsstoffen (in je lichaam) is een...

a)

Exotherme reactie

b)

Endo-therme reactie

c)

Exo-energetische reactie

d)

Endo-energetische reactie

20.

Welke coëfficiënten moeten aangevuld worden in onderstaande reactie?

Al2O3 + ... H2O => ... Al2(OH)3

a)

3 en 2

b)

2 en 3

c)

1 en 2

d)

2 en 1

21.

Als je een metaal verbrandt (= reactie met O2, zuurstof) bekom je een ...

a)

Hydroxide

b)

Metaaloxide

c)

Niet-metaaloxide

d)

Zuur

22.

Als je het metaaloxide (bv. magnesiumoxide) gaat mengen met water bekom je een...

a)

Zuur

b)

Hydroxide

c)

Niet-metaaloxide

d)

Zout

23.

Wat is de naam van Cu2O

a)

Koperoxide

b)

Dizilveroxide

c)

Dikoperoxide

d)

Koperdioxide

24.

Niet-metaaloxiden zijn...

a)

Ionbindingen, want het is een binding tussen een metaal en niet-metaal

b)

Atoombinding, want het is een binding tussen twee niet-metalen

c)

Metaalbinding, want het is een binding tussen twee metalen

25.

Hieronder zien jullie enkele voorbeelden van minerale verbindingen...

Welke van volgende verbindingen is een zout?

a)

KOH (ingrediënt voor vloeibare zeep)

b)

CO2 (bubbels in frisdrank)

c)

H2S (geur van rotte eieren)

d)

CaCO3 (marmer, eierschaal)

26.

De naam van het zuur H2SO4 is..

a)

Diwaterstofnitraat

b)

Diwaterstofsulfaat

c)

Diwaterstoffosfaat

d)

Diwaterstofcarbonaat

27.

Na2CO3 is een...

a)

Zout

b)

Zuur

c)

Base

d)

Oxide

28.

Zwaveldioxide reageert dus met water tot een zuur... Welke schade kan deze 'zure regen' veroorzaken?

a)

Smelten van de ijskappen

b)

Opwarming van de aarde

c)

Toename van de plasticsoep

d)

Sterfte van vissen, beschadiging van kalksteen

29.

Welk antwoord is juist over volgende stof: NH4OH

a)

Oxide, ammoniumwaterstofoxide

b)

hydroxide, nitraathydroxide

c)

Base, ammoniumhydroxide

d)

Oxide, nitraatwaterstofoxide

30.

Welk antwoord is juist over volgende stof: CaCl2

a)

Zout, calciumdichloride

b)

Zuur, calciumdichloride

c)

Zout, kaliumdichloride

d)

Zuur, kaliumdichloride

31.

Welk antwoord is juist over volgende stof: Fe2O3

a)

hydroxide, diijzertrioxide

b)

Metaal-oxide, diijzertrioxide

c)

Metaal-oxide, ijzeroxide

d)

Niet-metaaloxide, diijzertrioxide

32.

Wat is de formule van het sulfide-ion

a)

S-

b)

S2-

c)

S3-

d)

SO32-

e)

SO42-

33.

Wat is de naam van OH-

a)

hydride-ion

b)

hydroxide-ion

c)

waterion

d)

oxide-ion

34.

Wat is de formule van ammoniak

a)

NH3

b)

NH4+

c)

CH3-NH2

d)

HNO3

35.

Welke van de volgende stoffen zijn zouten?

a)

SeCl4

b)

KPO4

c)

H2SO4

d)

AlCl3