wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ONTW Lesweek 6 DCD, Tics en spanningsklachten en gedragsstoornis

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

De meeste kinderen hebben zelf in de gaten dat ze een tic hebben.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Er bestaat een duidelijk verband tussen spanningen en tics.

a)

juist

b)

onjuist

3.

Tics komen het meest voor bij kinderen tussen de 7 en 11 jaar.

a)

juist

b)

onjuist

4.

Tics zijn eigenlijk pas een probleem als de tic storend is, het kind er vaak last van heeft.

a)

juist

b)

onjuist

5.

Tics zijn eigenlijk pas een probleem als de tic storend is, het kind er vaak last van heeft.

a)

juist

b)

onjuist

6.

Vermoeidheid heeft een positieve invloed op tics.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Waarom is het belangrijk je af te vragen of een kind een tic heeft of een dwanghandeling?

a)

omdat bij tics meestal geen actie nodig is

b)

omdat bij tics soms actie nodig is

c)

omdat bij tics meestal wel actie nodig is

8.

Waarom is het belangrijk je af te vragen of een kind een tic heeft of een dwanghandeling?

a)

omdat bij dwangbehandeling meestal geen actie nodig is

b)

omdat bij dwangbehandeling soms actie nodig is

c)

omdat bij dwangbehandeling meestal wel actie nodig is

9.

Wat is het verschil tussen ODD en CD?

a)

Bij ODD is er geen sprake van gewelddadig gedrag.

b)

Bij CD is er geen sprake van gewelddadig gedrag

10.

Welke zin over een gedragsstoornis klopt NIET?

a)

Gedragsstoornissen verstoren niet alleen het contact met anderen, maar ook de eigen ontwikkeling.

b)

Gedragsstoornissen werken op school bijvoorbeeld door in de leerprestaties.

c)

Het lukt het kind niet om zich te concentreren.

d)

Gedragsstoornis is eigenlijk hetzelfde als probleemgedrag.

11.

DCD geeft met name problemen in de...

a)

grove motoriek

b)

fijne motoriek

c)

zowel grove als in de fijne motoriek

12.

Wat valt op aan iemand met DCD?

a)

Kind blijft eigenlijk op hetzelfde motorische niveau hangen.

b)

Kind heeft ook moeite met spraak en taal.

c)

Kind heeft moeite met samenwerken.

d)

Kind loopt op alle gebieden achter op de ontwikkeling.