wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Starke Verben - was wisst ihr noch?

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Heeft dit werkwoord een lange of korte e-klank?

befehlen

a)

lang

b)

kort

2.

Heeft dit werkwoord een lange of korte e-klank?

lesen

a)

kort

b)

lang

3.

Heeft dit werkwoord een lange of korte e-klank?

vergessen

a)

kort

b)

lang

4.

Heeft dit werkwoord een lange of korte e-klank?

helfen

a)

lang

b)

kort

5.

Welke werkwoorden zijn een uitzondering:

a)

nehmen

b)

geben

c)

sehen

d)

bieten

e)

treten

6.

Waar of niet waar:

Sterke werkwoorden hebben de uitgang van:

(fe)e st t en t en

a)

waar

b)

niet waar

7.

Als je niet goed hoort of een klank lang of kort is, hoe kun je het dan zien aan het geschreven woord?

a)

dubbele medeklinker is kort

b)

je kunt het niet zien

c)

enkele medeklinker is lang

d)

er is geen regel

8.

Vervoeg het werkwoord op de juiste manier:

helfen (lang of kort?)

er ______

a)

hilft

b)

helft

c)

hielft

9.

Vervoeg het werkwoord op de juiste manier:

befehlen (lang of kort?)

du ______

a)

befehlst

b)

befiehlst

c)

befihlst

10.

Vervoeg het werkwoord op de juiste manier:

sehen (lang of kort?)

es ______

a)

seht

b)

siht

c)

sieht

11.

Vervoeg het werkwoord op de juiste manier:

essen (lang of kort?)

sie ______

a)

isst

b)

iesst

c)

esst

12.

Vervoeg het werkwoord op de juiste manier:

sprechen (lang of kort?)

du ______

a)

sprechst

b)

spriechst

c)

sprichst

13.

Uitzonderingen:

nehmen is een uitzondering welk antwoord is van toepassing?

a)

nehmen klinkt lang maar verandert zoals een korte klank

b)

nehmen klinkt kort maar verandert zoals een lange klank

c)

du nimmst

d)

du niemmst

14.

Uitzonderingen:

geben en treten welke regel is van toepassing op deze 2 werkwoorden?

a)

Ze klinken kort maar veranderen als een lange klank

b)

Ze klinken lang maar veranderen als een korte klank

c)

er gibt

er tritt

d)

er giebt

er triett

15.

Zelf doen: Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in.

sprechen

ich

(a)  

16.

Zelf doen: Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in.

helfen

du

(a)  

17.

Zelf doen: Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in.

gelten

es

(a)  

18.

Zelf doen: Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in.

lesen

wir

(a)  

19.

Zelf doen: Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in.

sehen

er

(a)  

20.

Zelf doen: Vul alleen de juiste vorm van het werkwoord in.

geschehen

es

(a)