Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lezen HS 1 tot en met 6 klas 2

Total questions: 16

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Aan welke vijf kenmerken herken je het publiek van een tekst? 
a)
inhoud, taalgebruik, bron, lay-out, afbeeldingen 
b)
onderwerp, inhoud, toon, taalgebruik, bron 
c)
toon, bron, lengte, onderwerp, prijs
d)
lay-out, prijs, toon, uiterlijk, spelling 
2.
De Elsevier is een tijdschrift voor jongeren. 
a)
juist
b)
onjuist
3.
Wat is een kernzin? 
a)
De belangrijkste zin die in een alinea staat. 
b)
De belangrijkste zin die in een tekst staat. 
c)
Een zin waarmee je als lezer de hele tekst samenvat. 
d)
Een zin waarmee je als lezer de alinea samenvat. 
4.
Waar vind je de hoofdgedachte van een tekst? 
a)
Niet, die moet je zelf bedenken. 
b)
In de inleiding en in het slot. 
c)
Altijd in de laatste alinea. 
d)
Altijd in de eerste alinea. 
5.
Welk schrijfdoel heeft de tekst op het plaatje? 
a)
amuseren 
b)
overtuigen 
c)
opiniëren 
d)
activeren 
6.
Welk schrijfdoel heeft de tekst op het plaatje? 
a)
overtuigen 
b)
informeren 
c)
opiniëren 
d)
activeren 
7.
Welke signaalwoorden horen bij een 'redengevend verband'? 
a)
namelijk, want
b)
al met al, doordat
c)
want, al met al
d)
doordat, wegens
8.
Welke signaalwoorden horen bij een 'oorzakelijk verband'? 
a)
omdat, dus
b)
wegens, als gevolg van
c)
als gevolg van, ook
d)
dus, wegens
9.
Bij welk verband horen deze signaalwoorden: 'opdat, doordat, zodat, om te...'? 
a)
redengevend
b)
voorwaardelijk
c)
doel-middel
d)
toegevend
10.

Een nieuwsbericht heeft de functie:

a)

Activeren

b)

Overtuigen

c)

Amuseren

d)

Informeren

11.

Wat is het signaalwoord en tekst verband?

Ik heb vijf katten. Lydia daarentegen heeft er maar twee.

a)

Daarentegen - opsomming

b)

Maar - uitzondering

c)

Maar - tegenstelling

d)

Daarentegen - tegenstelling

12.

Er zin twee antwoorden goed.

Een hoofgedachte.....

a)

Is nooit een vraagzin

b)

Geeft de belangrijkste informatie uit de tekst

c)

Staat altijd aan het einde van een tekst

d)

Staat dikgedrukt

13.
Waar vind je het onderwerp van een tekst?
a)
In het middenstuk
b)
In de eerste alinea
c)
In de inleiding
d)
In het slot
14.

Welke functies kan een illustratie hebben? (Er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

Een versierende functie

b)

De aandacht trekken

c)

Een illustratie heeft nooit een functie

d)

De tekst is beter te begrijpen

15.

"Nagaan of alle informatie in de tekst klopt en volledig is"

a)

Zoekend lezen

b)

Grondig lezen

c)

Kritisch lezen

d)

Globaal lezen

16.

Waar staat de bron van een tekst?

a)

Bovenaan naast de titel

b)

Onderaan de tekst

c)

Dat staat nooit bij de tekst