Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 de wereld na 1945

Total questions: 31

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welke gebeurtenis vond als eerst plaats?

a)

Oprichting van de Europese Unie

b)

Val van de muur

c)

Uiteenvallen van de Sovjet-Unie

d)

Oprichting van de NAVO

2.

Welke gebeurtenis vond als laatst plaats?

a)

De Cubacrisis

b)

Bouw van de Berlijnse Muur

c)

Oprichting van de EGKS

d)

De BRD en DDR worden samen weer één Duitsland

3.

Een parlement is een volksvertegenwoordiging. Het wordt gekozen door middel van stemmen

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Wie zitten er in de Nederlandse regering?

a)

Het parlement en de tweede kamer

b)

koning, minister-president en de ministers

c)

koning, ministers en staatssecretarissen

d)

minister-president en ministers

5.

Wat is het Nederlandse parlement?

a)

de regering

b)

De Staten-Generaal (eerste en tweede kamer)

c)

De koning en Mark Rutte

d)

De tweede kamer

6.

Passief kiesrecht houdt in dat je jezelf verkiesbaar mag stellen.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Actief kiesrecht houdt in dat je mag stemmen.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Welke twee taken heeft de Nederlandse regering?

a)

Wetten goedkeuren

b)

Wetten maken

c)

Het land besturen

d)

Belasting innen

9.

Welke twee landen waren na WO II de enige supermachten?

a)

De Sovjet-Unie en Groot-Brittannië

b)

De VS en Sovjet- Unie

c)

Groot-Brittannië en de VS

d)

Frankrijk en Duitsland

10.

Wat is een supermacht?

a)

Een land met een sterke leider die andere langen bang maakt

b)

Een land dat een erg sterk leger heeft en daarmee de meeste macht heeft

c)

Een land dat zo sterk is in de wereld dat het andere landen kan beïnvloeden

d)

Een land met veel superkrachten

11.

Wat zijn de politionele acties?

a)

Oorlog tegen India voor de onafhankelijkheid

b)

Politie acties die Nederland in Nederlands-Indië uitvoerde om weer de baas te worden

c)

Acties die de Sovjet-Unie uitvoerde tegen de VS om ze bang te maken

d)

Militaire oefeningen tijdens de Koude Oorlog

12.

Welk twee landen werden vreedzaam onafhankelijk?

a)

Indonesië

b)

India

c)

Suriname

d)

Algerije

13.

Wat is dekolonisatie?

a)

Het afstaan van grondgebed

b)

Onafhankelijk worden van kolonies

c)

Afhankelijk worden van kolonies

d)

Verovering van overzeese gebieden voor eigen winst

14.

Wie was de leider van het verzet tegen Nederland in Nederlands-Indië?

a)

Gandhi

b)

Soekarno

c)

Stalin

d)

Kennedy

15.

Wat zijn oppositiepartijen?

a)

De partijen die niet genoeg zetels hebben om mee te beslissen

b)

De partijen die in de regering zitten

c)

Partijen in de tweede kamer die de regering controleren

16.

Welke nieuwe landen zijn van WO II ontstaan?

a)

Indonesië, Israël

b)

Palestina, Israël

c)

DDR en BRD

d)

Vietnam en Algerije

17.

De VS had de invloed over het Westblok en de Sovjet-Unie over het Oostblok tijdens de Koude oorlog

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

De DDR was communistisch

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Hoe werd de scheiding in Europa tijdens de Koude oorlog genoemd?

a)

de blokkade van Berlijn

b)

De Berlijnse muur

c)

Het ijzeren gordijn

d)

De grens

20.

Welk kenmerk van de Koude oorlog zie je op deze afbeelding?

a)

Tegenstellingen tussen oost en west

b)

Angst voor een atoomoorlog

c)

De blokvorming in Europa

d)

Wapenwedloop

21.

Welke twee kenmerken van de Koude Oorlog zie je op deze afbeelding?

a)

De wapenwedloop

b)

Ruimterace

c)

Angst voor elkaar (atoomwapens)

d)

Blokvorming in Europa

22.

Bij welk kenmerk van de Koude oorlog hoort deze afbeelding?

a)

Beide landen willen hun systeem (kapitalisme en communisme) over de wereld verspreiden

b)

Wederzijdse angst voor elkaar

c)

Wapenwedloop

d)

Ruimterace

23.

Wat hoort bij het communisme? (twee antwoorden)

a)

Vrije markt

b)

Geen vrijheid

c)

Dictatuur

d)

Democratie

24.

Wat hoort bij het kapitalisme? (twee antwoorden juist)

a)

Democratie

b)

Vrije markt

c)

Overheidscontrole

d)

verboden om kritiek te uiten

25.

Wanneer was de val van de Berlijnse muur?

a)

9 november 1989

b)

10 december 1991

c)

5 april 1961

d)

20 januari 1990

26.

Wat zorgde ervoor dat de tegenstellingen tussen Oost en West alleen nog maar grote werden? (drie antwoorden)

a)

Marshallhulp

b)

Oprichting van de NAVO en Warschaupact

c)

Verdragen voor de samenwerking

d)

De dood van Stalin

e)

Bouw van het ijzeren gordijn en later de Berlijnse muur

27.

Waar staat de EGKS voor?

a)

Europese gemeenschap voor kolen en staal

b)

Europese gemeenschap voor kolen en samenwerking

c)

Europese gemeenschap voor katoen en suiker

28.

Wat is de juiste volgorde van oprichting?

a)

EEG - EU - EGKS

b)

EGKS - EEG - EU

c)

EEG - EU - EGKS

d)

EGKS - EU - EEG

29.

Waarom werd de EGKS opgericht? Twee redenen.

a)

De landen moesten samenwerken, omdat de VS dat graag wilde

b)

Zodat de landen elkaar konden helpen met opbouwen na WO II

c)

Zodat de landen konden samenwerken op gebied van kolen en staal, en zo geen land meer veel wapens kon maken

d)

Zodat de landen samen afspraken konden maken waarmee ze de Sovjet-Unie wilden strafeen

30.

Wanneer is de Euro ingevoerd?

a)

1992

b)

2005

c)

2001

d)

2002

31.

Waar moeten landen aan voldoen om lid te worden van de EU? Twee antwoorden

a)

Mensenrechten naleven

b)

Minderheden accepteren

c)

Veel geld geven aan Brussel

d)

Minimaal 1 miljoen inwoners hebben