wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Discriminatie

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Elouise Tahapary (links) is teamleider in een verpleeghuis, Inte van der Tuin onderzocht discriminatie in de ouderenzorg: ,,Huidskleur hoort niet belangrijk te zijn.’’ © Jan Kok | Boomerang Fotografie

a)

Inleiding

b)

Fotobijschrift

c)

Titel

2.

Kop/titel:

‘Ik wil geen hoofddoekjes of zwarten in huis’: in de ouderenzorg is discriminatie niet ver weg.'

a)

De hoofdgedachte achter het verhaal lees je in de titel/kop boven het verhaal.

b)

Het onderwerp is één woord: Discriminatie.

c)

In de titel/kop staan voorbeelden van discriminatie.

d)

Alle antwoorden zijn goed

3.

‘Ik had niet verwacht zo met je te kunnen spreken, jij bent toch anders dan die andere buitenlanders.’

a)

Vriendelijk

b)

Vriendelijk maar discriminerend

c)

Discriminerend ook al is het vriendelijk bedoeld

4.

Wat de thuiszorg voor haar zo’n fijn beroep maakt, is wat ze zelf het ‘surprise-effect’ noemt: ,,Je weet nooit wat je achter de deur aantreft.”

Welk tussenkopje past het best boven deze alinea?

a)

Surprise

b)

Nooit

c)

Je

5.

Jackeline (links op de foto) zegt:

,,Bijna wekelijks krijg ik zwartepiet-vergelijkingen. Gaat het gesprek over bruintjes, zwartjes en hoofddoekjes en wordt er gezegd: Ik noem jullie maar zo, want ik kan al die namen niet onthouden.”

a)

Dit is racisme

b)

Dit is racisme en discriminatie

6.

Veel wordt vergoelijkt of met de mantel der liefde bedekt: de cliënt gaat voor.

a)

Er wordt dus teveel geklaagd

b)

Er wordt dus te weinig geklaagd

7.

Jackeline vindt dat ze veel geduld heeft en vergevingsgezind is. ,,Ik heb met dit soort uitspraken leren leven. Bij sommige cliënten bereid ik me erop voor. Maar vergeten doe ik niet. Ik bescherm mezelf er ook tegen, want het raakt mij wel.”

Dus?

a)

Ze zet bijvoorbeeld de client onder een te hete douche

b)

Dus ze incasseert al die ellende en bouwt zo aan een burn-out

8.

Eens in de week, schat ze in, komt in het teamoverleg wel een discriminerende opmerking ter sprake, waarmee een collega is geconfronteerd. ,,Bij de een gaat het het ene oor in, het andere uit”, weet Elouise. ,,Een ander voelt zich ontzettend rot.”

Is geconfronteerd?

a)

= heeft meegemaakt (in confronteren zit het woord front; dat is in de oorlog de plek waar twee legers strijden)

b)

= heeft meegemaakt (de betekenis van confronteren wordt duidelijk als je een stukje doorleest)

c)

Beide antwoorden zijn goed

9.

Niet meer wegkijken en er vaker over praten, dat is wat beiden belangrijk vinden. En daarbij steun van collega’s krijgen. Thuishulp Jackeline: ,,Dat geeft mij het gevoel dat ik er niet alleen voor sta.”

a)

Erover praten helpt

b)

Je collega steunen helpt

c)

Het zijn meningen (geen feiten)

d)

Alle antwoorden zijn juist

10.

Het wordt een soort normaal gevonden dat cliënten de meest verschrikkelijke dingen zeggen.

a)

Het wordt schrijf je met dt

(=stam + t;

b)

Stam + t geldt voor alle werkwoorden in de tegenwoordige tijd

c)

Alle antwoorden zijn goed

11.

Vandaag wordt voor het eerst een onderzoek gepresenteerd hoe in de thuiszorg en verpleeghuizen in Rotterdam sprake is van racisme en discriminatie.

a)

Rapport is 100% een feit

(want het is controleerbaar)

b)

Dat er sprake is van racisme en discriminatie is en blijft een mening

(want je kunt het ermee oneens zijn

c)

Beide antwoorden zijn goed

12.

Niet meer wegkijken en er vaker over praten, dat is wat beiden belangrijk vinden.

Waarom staat hier beiden met een 'n' en niet beide?

a)

Omdat beiden over mensen gaat

b)

Omdat beide geen bestaand woord is

13.

De onderzoeker zegt wel een lichte verschuiving te zien van ‘de klant is koning’ naar de ‘medewerker centraal’.

a)

Dus er komt meer aandacht voor discriminatie in de ouderenzorg

b)

Dus er komt minder aandacht voor discriminatie in de ouderenzorg

14.

Ze helpt in Rotterdam ouderen met hun medicatie, brengt katheters in en verzorgt wonden.

Ze verzorgt schrijf je met een t

a)

Stam + t bij alle werkwoorden in de tegenwoordige tijd

b)

Ze verzorgd zou eigenlijk ook goed moeten zijn

15.

Stam + t geldt (bij je en hij/zij/het) voor ALLE werkwoorden; er zijn er HONDERDEN

Dus?

a)

Hij wordt eindigt net als hij werkt op een t

b)

Dus kunnen de Smurfen voor alle werkwoorden smurfen gebruiken

(hij smurft)

c)

Beide antwoorden zijn goed