wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalwijs kijker 6 (2de lj)

Total questions: 27

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Duid aan wat de hond doet:

De hond speelt met een bal.

a)

speelt

b)

speelt met een bal

c)

bal

d)

de hond speelt

2.

Duid aan wat de hond doet:

Hij springt op een neer.

a)

springt op en neer

b)

hij springt

c)

op en neer

d)

hij neer

3.

Duid aan wat de meester doet:

Hij schrijft op het bord.

a)

hij

b)

schrijft op het bord

c)

op het bord

d)

schrijft

4.

Duid aan wat de meester doet:

De meester vertelt een leuk verhaal.

a)

hij

b)

vertelt

c)

een verhaal

d)

vertelt een leuk verhaal

5.

Het meisje eet een appel.

Het meisje is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

6.

Het meisje eet een appel.

een appel is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

7.

De stoel valt om.

de stoel is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

8.

Ik eet graag een banaan.

een banaan is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

9.

De man leest een boek onder de grote boom.

een boek is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

10.

De man leest een boek onder de grote boom.

de man is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

11.

De man leest een boek onder de grote boom.

de boom is:

a)

persoon

b)

dier

c)

voorwerp

d)

plant

12.

een grote boom

een klein boom...

a)

tje

b)

pje

c)

je

13.

een grote stoel

een klein stoel...

a)

tje

b)

pje

c)

je

14.

een grote kus

een klein kus...

a)

tje

b)

pje

c)

je

15.

een groot raam

een klein raam...

a)

tje

b)

pje

c)

je

16.

Wat is één?

a)

vogels

b)

hond

c)

vlinder

d)

leeuwen

17.

Wat is meer dan één?

a)

vogels

b)

hond

c)

vlinder

d)

leeuwen

18.

Wat is meer dan één?

a)

kinderen

b)

boeken

c)

meester

d)

emmers

19.

Wat is één?

a)

dieren

b)

muis

c)

meester

d)

gedicht

20.

welk woord past er bij:

rood, groen, geel en blauw

a)

vlinders

b)

kleuren

c)

dieren

d)

gevoelens

21.

welk woord past er bij:

blij, droevig, gelukkig en boos

a)

vlinders

b)

kleuren

c)

dieren

d)

gevoelens

22.

Welke woorden passen er bij dieren:

a)

paarden

b)

gedicht

c)

wolf

d)

tafels

23.

Welke woorden passen er bij sporten:

a)

basket

b)

zwemmen

c)

honden

d)

vrolijk

24.

wat is het lidwoord?!

Plots gaat het licht aan.

a)

licht

b)

plots

c)

het

d)

aan

25.

wat is het lidwoord?!

De man gaat zitten.

a)

man

b)

de

c)

zitten

d)

gaat

26.

wat is het lidwoord?!

Wij zingen een liedje

a)

zingen

b)

wij

c)

liedje

d)

een

27.

wat is het lidwoord?!

Groen is de mooiste kleur

a)

mooiste

b)

de

c)

groen

d)

is