Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Licht herhaling

Total questions: 52

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.
Als een voorwerp rood is, wordt alleen het rode licht door het voorwerp opgenomen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar
2.
Bij een convergente lichtbundel komen de lichtstralen samen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar 
3.
Bij een evenwijdige bundel gaan de lichtstralen uit elkaar.
a)
Waar
b)
Niet Waar
4.

Welke hoek is in figuur 1 de hoek van inval?

a)

Hoek 1

b)

Hoek 2

c)

Hoek 3

d)

Hoek 4

5.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

6.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

7.

Het zichtbaar licht bevat o.a. volgende kleuren:

a)

violet

b)

indigo

c)

blauw

d)

groen

e)

bruin

8.

De juiste volgorde (stijgende energie) voor de kleuren in het zichtbare licht is ...

a)

Rood-geel-blauw-oranje-groen-violet-indigo

b)

Blauw-violet-indigo-groen-geel-oranje-rood

c)

Rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo-violet

d)

Violet-indigo-blauw-groen-geel-oranje-rood

9.

Een kunstmatige lichtbron is...?

a)

door de mens gemaakt.

b)

komt voor in de natuur.

10.

Wat zijn natuurlijke lichtbronnen? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

Zon

b)

Kaars

c)

Kampvuur

d)

Bliksem

11.

Lichtstralen gaan in...?

a)

Rechte lijnen

b)

Kromme lijnen

c)

Rechte en kromme lijnen

d)

Gaan nergens naartoe

12.

De hoek van inval meet je tussen de lichtstraal en de ....

a)

Spiegel

b)

Hoek van terugkaatsing

c)

Normaal

d)

Voorwerpsafstand

13.
Kijk naar het plaatje. Dit is een voorbeeld van:
a)
absorptie
b)
diffuse terugkaatsing
c)
een directe lichtbron
d)
spiegelende terugkaatsing
14.

Welke hoek is in figuur 1 de hoek van inval?

a)

Hoek 1

b)

Hoek 2

c)

Hoek 3

d)

Hoek 4

15.

Als je het klein beeldje dichter bij de lichtbron schuift dan wordt de schaduw groter.

a)

juist

b)

onjuist

16.

In de afbeelding zie je een constructietekening. Is dit goed getekend?

a)

Ja

b)

Nee

17.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
18.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accommoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
19.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
20.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
21.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
22.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
23.
Met welk nummer wordt de oogspier aangeven?
a)
1
b)
5
c)
8
d)
12
24.
In welke volgorde komt het licht je oog binnen?
a)
hoornvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
b)
harde oogvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
c)
harde oogvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
d)
hoornvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
25.

Dit raam lijkt zwart.

Dit komt doordat ...

a)

het licht wordt teruggekaatst

b)

het licht wordt doorgelaten

c)

het licht wordt geabsorbeerd

26.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

27.

Wat is de functie van het pupilreflex?

a)

Ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op netvlies ontstaat

b)

De hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

De ogen beschermen tegen indringend vuil

28.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
29.
Bij ver zien zijn de ogen
a)
In rust toestand
b)
Geaccommodeerd
30.

met welke zintuigen in je oog kun je bij heel weinig licht toch wat zien

a)

pupil

b)

kegeltjes

c)

staafjes

31.

welke zintuigcellen bevinden zich in de gele vlek

a)

alleen staafjes

b)

alleen kegeltjes

c)

zowel staafjes als kegeltjes

d)

geen van beide

32.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

33.

Het zichtbaar licht bevat o.a. volgende kleuren:

a)

violet

b)

Rood

c)

blauw

d)

groen

e)

bruin

34.

Een kunstmatige lichtbron is...?

a)

door de mens gemaakt.

b)

komt voor in de natuur.

35.

Een warmtescan kun je gebruiken om warmteverlies van je woning op te sporen. Hier maakt men gebruik van ...

a)

Uv-straling

b)

Microgolven

c)

Rontgenstraling

d)

Infrarode straling

36.

Je staat voor een spiegel en doet een stap naar voren.

          Wat doet je spiegelbeeld?

a)

Je spiegelbeeld blijft staan op dezelfde plaats.

b)

Je spiegelbeeld doet een stap naar achteren.

     

c)

  Je spiegelbeeld doet een stap naar voren.

d)

  Je spiegelbeeld stapt naar links of naar rechts, afhankelijk van de stand van de spiegel.

 

37.

De kleuren rood, groen en blauw maken samen alle kleuren op een computerscherm.

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

Zijn de figuren (punten) elkaars spiegelbeeld?

a)

ja

b)

neen

39.

Zijn de figuren (lijnstukken) elkaars spiegelbeeld?

a)

ja

b)

neen

40.

Achter een brandende kaars staat een foto.

In welke van de afbeeldingen is de schaduw juist weergegeven.

a)

A

b)

B

c)

C

41.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
42.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
43.
Wat is nummer 1?
a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
44.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
45.
De iris:
a)
Regelt de druk in het oog.
b)
Regelt de hoeveelheid licht in het oog.
c)
Regelt de richting van het oog.
d)
Regelt de spierspanning in het oog.
46.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
47.
Wat kost meer kracht en energie?
a)
TV kijken
b)
Naar de blaadjes van bomen kijken.
c)
Een boek lezen.
48.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accomoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
49.

Welke lenzen zijn negatief?

a)

A en B

b)

A en C

c)

A, B en E.

d)

C en D.

50.

Welke stralen zijn constructiestralen?

a)

2 en 3

b)

1 en 3

c)

1 en 5

d)

2 en 4

51.

Welke plek geeft het brandpunt aan?

a)

1

b)

2

52.

Wat geeft de letter f aan?

a)

Brandpunt

b)

Voorwerpsafstand

c)

Beeldsafstand

d)

Brandpuntsafstand