wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Koude Oorlog (hoofdstuk 5 memo) - 3vmbo

Total questions: 27

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

In februari 1945 kwamen drie geallieerde landen, beter bekend als De Grote Drie, op Jalta samen om over de verdeling van Europa na de WOII te praten.

Welke landen waren dat?

a)

Frankrijk, Groot-Brittannië en Sovjet-Unie

b)

Frankrijk, Groot-Brittannië en Verenigde Staten

c)

Frankrijk, Sovjet-Unie en Verenigde Staten

d)

Groot-Brittannië, Sovjet-Unie en Verenigde Staten

2.

Welke afspraken werden er op Jalta in februari 1945 gemaakt over de verdeling van Europa?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Grote delen van Oost-Europa zouden onder controle van de Sovjet-Unie komen

b)

Duitsland en Berlijn zouden door de geallieerden worden bezet

c)

Er zou een duidelijke grens worden gebouwd (IJzeren Gordijn) om West- en Oost-Europa van elkaar te scheiden

d)

Er moest financiële hulp komen voor Europa in de vorm van het Marshallplan

3.

Welke twee antwoorden kloppen NIET?

De VS en de SU waren kort na de Tweede Wereldoorlog de enige twee overgebleven super- of wereldmachten, omdat beide landen.....

a)

een atoombom hadden

b)

een groot grondgebied met veel inwoners hadden

c)

een sterk leger hadden

d)

een snel groeiende economie hadden

e)

burgers hadden die op politiek en economisch gebied veel vrijheid hadden

4.

Welke combinatie van woorden/ begrippen is JUIST?

a)

communisme, Verenigde Staten, vrijemarkt-economie

b)

Sovjet-Unie, eenpartijstaat, planeconomie

c)

kapitalisme, Verenigde Staten, gesloten economie

d)

communisme, Sovjet-Unie, zelfstandige ondernemers/bedrijven

5.

Hoe heet het militaire bondgenootschap van de Westerse landen, opgericht in 1949?

a)

Verenigde Staten

b)

Verenigde Naties

c)

NAVO

d)

Warschaupact

6.

In welk jaar werd het Warschaupact opgericht?

(a)  

7.

Welke zinnen zijn juist?

Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

De Vietnamoorlog is na 20 jaar een mislukking voor de VS, want Zuid-Vietnam wordt communistisch

b)

De opstanden in Hongarije (1956) en Tsjecho-Slowakije (1968) worden hard neergeslagen door het leger van de Sovjet-Unie

c)

de Koreaoorlog was erg positief voor de VS, want Zuid-Korea werd hierdoor kapitalistisch na de oorlog

d)

De Cubacrisis (1962) is het hoogtepunt van de Koude Oorlog vanwege de dreiging van raketten vlak voor de kust van Amerika

8.

Na de WOII werd Duitsland door de geallieerden onderverdeeld in vier bezettingszones. Al snel kregen ze ruzie over de aanpak van de Duitse bevolking.

Wat is hiervan waar? Eén juist antwoord.

a)

De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten wilden Duitsland hard aanpakken. Marshallhulp werd alleen aangeboden aan West-Duitsland.

b)

De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten wilden Duitsland economisch helpen. De Marshallhulp werd aangeboden aan West- en Oost-Duitsland.

c)

De Sovjet-Unie wilde Duitsland hard aanpakken en de Verenigde Staten wilden Duitsland economisch helpen. Stalin weigerde de Marshallhulp.

d)

De Sovjet-Unie wilde Duitsland economisch helpen en de Verenigde Staten wilden Duitsland hard aanpakken. De Marshallhulp werd door de VS aan de Sovjet-Unie verboden.

9.

Hoe heette de grens dwars door Europa die Europa van 1945 tot 1989 Europa verdeelde in een Oostblok en Westblok?

a)

Berlijnse Muur

b)

IJzeren Gordijn

c)

Blokkade van Berlijn

d)

Koude Oorlog

10.

Wat was de aanleiding voor de Blokkade van Berlijn?

a)

De VS voerden zonder medeweten van Stalin een nieuwe Duitse munt in

b)

Stalin besloot om Berlijn af te sluiten, omdat hij bang was dat Oost-Duitsland kapitalistisch zou worden

c)

Stalin was boos over de Marshallhulp van de VS

d)

In Oost-Berlijn wilde de bevolking verkiezingen om bij West-Berlijn te horen

11.

Vanaf 1949 bestonden er twee aparte Duitse staten.

Wat was de afkortende naam van Oost-Duitsland?

(drie letters)

(a)  

12.

Welke beweringen zijn WAAR over Oost-Duitsland?

Kies de juiste antwoorden.

a)

er was gratis onderwijs en gezondheidszorg

b)

huurwoningen en elektriciteit waren erg duur

c)

de bevolking had vrijheid van meningsuiting

d)

kritiek op de leiders leidde meestal tot opsluiting, marteling of de doodstraf

e)

fabrieken waren eigendom van de staat

13.

In welk jaar werd de Berlijnse Muur gebouwd?

(a)  

14.

Wat was de aanleiding voor de Sovjet-Unie om met de wapenwedloop te beginnen?

a)

De oprichting van het IJzeren Gordijn

b)

Het afwijzen van de Marshallhulp door Stalin

c)

het werpen van de atoombommen door de VS op Japan

d)

het creëren van een sterke economie

15.

Hoe heet de man op de afbeelding?

a)

Michael Gorbatsjov

b)

Helmut Kohl

c)

Erich Honecker

d)

Winston Churchill

16.

Welk woord past er niet bij perestrojka?

a)

hervorming

b)

ontwapening

c)

vrije verkiezingen

d)

vrije markt-economie

e)

dictatuur

17.

Wat was de belangrijkste oorzaak voor de politiek van perestrojka van Michael Gorbatsjov?

a)

De VS ging de Koude Oorlog winnen

b)

Het ging slecht met de Russische economie

c)

Hij werd onder druk gezet door een grote groep kapitalisten in de SU

d)

Veel provincies in de SU wilden zelfstandig worden

18.

Wat was het gevolg op de korte termijn dat Honecker niet toestond dat er veranderingen in Oost-Duitsland werden doorgevoerd?

a)

demonstraties en stakingen

b)

val van de Berlijnse Muur

c)

vrije verkiezingen

d)

de economie verbeterde

19.

In welk jaar was de Duitse eenwording een feit?

(a)  

20.

Wat was een negatief gevolg voor de Oost-Duitsers na de eenwording?

Kies de twee juiste antwoorden.

a)

extra belasting voor de verandering naar het kapitalisme

b)

vrij reizen van Oost- naar West-Duitsland

c)

prijzen van huren stegen

d)

er kwam meer werk beschikbaar voor de Oost-Duitsers

21.

Waar werden voormalige Oostbloklanden na 1989 vaak lid van?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Warschaupact

b)

NAVO

c)

Europese Unie

d)

Verenigde Staten

e)

geallieerden

22.

Waardoor verloor Nederland bijna de hulp die het Marshallplan bood?

Meerdere goede antwoorden mogelijk.

a)

Nederland zette het leger in tegen nationalisten in Indonesië

b)

Nederland weigerde grondstoffen in de VS te kopen

c)

Nederland wilde de VS niet helpen in de Koreaoorlog

d)

Nederland weigerde kruisrakketten te installeren in het land

e)

Nederland hielp de communisten in de Vietnamoorlog

23.

Nederland was een bondgenoot van de VS.

Welke redenen waren hiervoor aanwezig?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

politiek

b)

economisch

c)

sociaal/ cultureel

d)

militair/ veiligheid

e)

religieus

24.

Wat was de belangrijkste reden waarom kruisrakketten nooit in Nederland werden werden geplaatst?

a)

de kruisrakketten waren simpelweg te duur

b)

er waren teveel protesten en demonstraties

c)

Michael Gorbatsjov wilde praten over ontwapening

d)

de kruisrakketten werden in een ander Westblokland geplaatst

25.

In de jaren 60 en 70 kwam er steeds meer kritiek van Nederland op de buitenlandse politiek van de VS.

Waardoor veranderde dit aan het begin van de 21e eeuw?

a)

De Koude Oorlog was voorbij

b)

Na 9/11 (nine-eleven) hadden NL en de VS een gemeenschappelijk doel: de strijd tegen terrorisme

c)

De VS had zich teruggetrokken uit Irak en Afghanistan

d)

De kruisrakketten hoefden niet meer in Nederland te worden geïnstalleerd

26.

Hoe heet de persoon op de afbeelding?

a)

Michael Gorbatsjov

b)

Helmut Kohl

c)

Erich Honecker

d)

Nikita Chroesjtsjov

27.

Hoe heet de persoon op de afbeelding?

a)

Roosevelt

b)

Kennedy

c)

Gorbatsjov

d)

Stalin