wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

taal in de BB oefentoets

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

De leerkracht zegt tegen de kinderen: "hollen is een ander woord voor rennen"

Van welke semantiseringstechniek maakt de leerkracht gebruik?

a)

antoniem

b)

hyponiem

c)

synoniem

d)

anoniem

2.

etui (etuis) koker, foedraal, omhulsel: de scholier gebruikt een etui voor pennen en potloden

Welke soorten betekenissen worden hier gegeven?

a)

abstracte betekenis

b)

concrete betekenis

c)

abstracte en concrete betekenis

d)

abstracte en contactuele betekenis

3.

De leerkracht zegt: " Ga als het volgt aan het werk. Lees eerst de titel, kijk dan naar de tussenkopjes en bestudeer de alinea's.

Van welk instructieprincipe maakt de leerkracht gebruik?

a)

hardop denken

b)

stappenplan

c)

modelen

d)

EDI

4.

Wat is een concentrische opbouw? (begrijpend lezen)

a)

de lesinhoud is hetzelfde maar de activiteiten worden moeilijker in de bb en de zelfstandigheid wordt groter

b)

de lesinhoud is verschillend, de activiteiten worden moeilijker in de bb en de zelfstandigheid wordt groter

5.

Als je wilt bepalen of een tekst bruikbaar is voor je groep pas je intensief lezen toe?

a)

onjuist, dat moet oriënteren lezen zijn

b)

juist

c)

onjuist, dat moet studerend lezen zijn

d)

onjuist, dat moet begrijpend lezen zijn

6.

Het is belangrijk dat je de vorm van toetsen met de kinderen hebt geoefend.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Jullie lezen momenteel het bovenbouwboek Films die nergens draaien. Welke prijs heeft dit boek gewonnen?

a)

De Gouden Griffel

b)

De kinderjuryprijs

c)

De Zilveren Griffel

d)

Dit boek heeft geen prijs gewonnen

8.

De juf in groep 2 laat de kinderen een mango proeven. Welke semantiseringstechniek (woordenschat) gebruikt zij?

a)

essentieel kenmerken laten ervaren

b)

onderbrengen bij een klasse

c)

ze geeft een synoniem

d)

voorbeeld geven

9.

Viertakt: zijn vier fasen om woordjes te leren. Wat doet een leerkracht als hij een woord "uitlegt"

a)

voorbewerken

b)

semantiseren

c)

condoleren

d)

evalueren

10.

Als je kinderen leesstrategieen aanleert, vergroot je de vaardigheid van begrijpend lezen

a)

juist

b)

onjuist

11.

Tekstsoorten en tekstdoelen:

de ingrediënten op het etiket van een potje mosterd

a)

de lezer informatie geven

b)

de lezer overtuigen

c)

de lezer ontspannen

d)

de lezer aanzetten tot actie

12.

Wanneer begin je met het bestuderen van de inhoud (samenvattingen) van de werkgroepen mbt de toets in de toetsweek :)

a)

Daar ben ik al mee begonnen

b)

Daar begin ik morgen mee

c)

Daar begin ik volgende week mee

d)

Dat doe ik 1 dag voor de toets plaatsvindt

13.

(Woordenschat) Wat is de tweede stap van het viertakt model van Verhallen?

a)

voorbewerken

b)

semantiseren

c)

consolideren

d)

controleren

14.

Een van de functies van schrijven is de conceptualiserende functie. Wat is een voorbeeld van een conceptualiserende functie?

a)

Een tekst waarbij het gaat om het begrijpen van de werkelijkheid

b)

Een tekst waarbij het gaat om het overtuigen van anderen

c)

Een tekst waarbij het gaat om het uiten van emoties en gevoelens

d)

Een tekst waarbij anti-conceptie centraal staat

15.

Innerlijke spanning

a)

Het verschil tussen goed en kwaad in boeken

b)

Het verschil tussen liefde en haat in boeken

c)

Het verschil tussen recht en onrecht in boeken

d)

Het verschil tussen gevoelens en gedachten

16.

De leerkracht zegt tegen de kinderen uit groep 6: Ontmoedigen, ontberen, ontdooid en ontkalken zijn woorden als ontmaskeren.”

a)

classificeren

b)

generaliseren

c)

relateren

d)

motiveren

17.

Tot welk genre rekenen we het boek ‘Films die nergens draaien’ van Yorick Goldewijk?

a)

fantasie verhaal

b)

oorlogsroman

c)

historisch verhaal

d)

informatief boek