wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zintuigen

Total questions: 34

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Het gekleurde deel van het oog heet ..

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

2.

In het midden van het gekleurde gedeelte van het oog zit een opening, dat is ..

a)

De hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

3.

Wat geeft onderdeel 5 weer?

a)

Netvlies

b)

Glasachtig lichaam

c)

Gele vlek

4.

Wat geeft onderdeel 6 weer?

a)

Netvlies

b)

Gele vlek

c)

Vaatvlies

5.

Wat is de functie van de wenkbrauwen?

a)

Beschermen je oog tegen stof en fel licht

b)

Beschermt het oog en verspreid het traanvocht

c)

Zorgen dat vocht en zweet niet in je oog komt

d)

Beschermen van de onderdelen van het oog

6.

Welk nummer geeft het hoornvlies aan

a)

2

b)

3

c)

4

d)

9

7.

Welk nummer geeft de oogzenuw aan

a)

1

b)

5

c)

7

d)

8

8.

'Beschermt de ogen tegen vuil en fel licht'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

9.

Wat geeft onderdeel a weer?

a)

Traanbuis

b)

Traanpunt

c)

Traanklier

d)

Traankanaal

e)

Traanzak

10.

Wat is de functie van het ooglid?

a)

Beschermen je oog tegen stof en fel licht.

b)

Zorgen dat vocht en zweet niet in je oog komt.

c)

Beschermt het oog en verspreid het traanvocht.

d)

Beschermen van de onderdelen van het oog.

11.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
12.

Hoeveel oogvliezen heeft een oog?

(a)  

13.

Wat is de functie van het harde oogvlies.

a)

Hierin liggen de zintuigcellen, waarin impulsen ontstaan

b)

Beschermen van het binnenste van het oog

c)

Het groter en kleiner maken van de pupil

d)

Het draaien van de oogbol in de gewenste richting

e)

Zorgt voor de voeding van het oog

14.

Met welke zintuigcel kun je bij heel weinig licht toch wat zien

a)

Staafjes

b)

Kegeltjes

15.
Wat is de adequate prikkel van het oor?
a)
Geluidstrillingen
b)
Licht
c)
Geur
d)
Waarnemen
16.
Welk antwoord is géén gehoorbeentje?
a)
Aambeeld
b)
Zadel
c)
Hamer
d)
Stijgbeugel
17.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Buis van Eustachius
c)
Trommelholte
18.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw
19.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Gehoorbeentjes
c)
Evenwichtsorgaan
20.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
21.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Gehoorgang
c)
Trommelholte
22.

Via de gehoorbeentjes komen de trillingen aan bij

a)

Het trommelvlies

b)

Stijgbeugel

c)

Slakkenhuis

23.

Wat is de juiste route die de trillingen afleggen om in de hersenen te komen?

a)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

b)

Trommelvlies-gehoorgang-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

c)

Gehoorgang-gehoorbeentjes-trommelvlies-slakkenhuis-oorzenuw

d)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-oorzenuw-slakkenhuis

24.

wat is de functie van de buis van Eustachius?

a)

het verder vervoeren van geluidstrillingen

b)

afvoeren van overtollig oorsmeer

c)

afvoeren van binnendringende stofdeeltjes

d)

het gelijk houden van luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies

25.

In je trommelvlies worden de geluiden doorgegeven aan je gehoorzenuw

a)

waar

b)

niet waar

26.

Wat is de functie van de oorschelp?

a)

Het opvangen van geluid

b)

Hierin zitten de gehoor zintuigen

c)

Geeft door middel van trillingen geluid door aan het slakkenhuis

27.

Welke twee holtes worden met elkaar verbonden via de buis van Eustachius?

a)

De gehoorgang en de trommelholte

b)

De trommelholte en keelholte

c)

De trommelholte en het slakkenhuis

28.

Wat is de juiste volgorde ?

a)

Zintuig- Prikkel- Impuls- Hersenen- Zenuw- Waarnemen

b)

Prikkel- Zintuig- Impuls- Zenuw- Hersenen- Waarnemen

c)

Impuls- Zintuig- Prikkel- Zenuw- Hersenen- Waarnemen

d)

Prikkel- Zintuig- Impuls- Zenuw- Waarnemen- Hersenen

29.

De bovenste huidlaag noemt men

a)

de opperhuid

b)

de lederhuid

c)

het onderhuids bindweefsel

30.

Welke huidlaag heeft volgende kenmerken?

* 1 - 3 mm dik

* bloedvaten

* lymfevaten

* klieren

* zenuwen

* zintuigcellen

a)

opperhuid

b)

lederhuid

c)

onderhuids bindweefsel

31.

Welk cijfer wijst de opperhuid aan?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

32.

Welk cijfer wijst het talgkliertje aan?

a)

11

b)

12

c)

6

d)

7

33.

Welk cijfer wijst het zweetkliertje aan?

a)

11

b)

10

c)

7

d)

6

34.

In welke huidlaag wordt een tatoeage gezet?

(a)