wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toetsweek V2 (H4+H5)

Total questions: 45

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

Het (a)   van een boek of tekst beschrijf je in een paar woorden.

2.

'Zij is de wandelende encyclopedie van de klas!'

is een voorbeeld van...

a)

Metafoor

b)

Beeldspraak

c)

Personificatie

d)

Vergelijking

3.

'Het leven is als een neus, je moet eruit halen wat erin zit!'

is een voorbeeld van...

a)

Metafoor

b)

Beeldspraak

c)

Personificatie

d)

Vergelijking

4.

'De warme jas beschermt je tegen de kou.'

is een voorbeeld van...

a)

Metafoor

b)

Beeldspraak

c)

Personificatie

d)

Vergelijking

5.

Wat is geen tekstdoel?

a)

activeren

b)

betogen

c)

overtuigen

d)

informeren

6.

Welke twee tekstdoelen heeft een activerende tekst vaak?

(gebruik 'en' tussen de twee antwoorden)

(a)  

7.

Van welk tekstverband is 'daarmee' een signaalwoord?

(a)  

8.

Van welk tekstverband is 'tenzij' een signaalwoord?

(a)  

9.

In een ... samenvatting gebruik je opsommingstekens

(a)  

10.

Welke structuur heeft een betoog?

a)

Verklarings

structuur

b)

voor- en nadelenstructuur

c)

probleem- oplossings

structuur

d)

conclusie- argumenten

structuur

11.

Geef het juiste begrip bij de betekenis:

'iemand die betaalt voor een product of dienst'

(a)  

12.

Geef de juiste betekenis bij het begrip:

'verkwisten'

(a)  

13.

Geef het juiste begrip bij de betekenis:

'heel modern, volgens het nieuwste inzicht of de nieuwste techniek'

(a)  

14.

Kies de juiste betekenis bij het begrip:

log

a)

lief

b)

zwaar

c)

terug

d)

nadrukkelijk

15.

Kies de juiste betekenis bij het begrip:

'subtiel'

a)

met weinig rek

b)

overheersen

c)

bijna onmerkbaar

d)

tot niets verplichtend

16.

Kies de juiste betekenis bij het begrip:

'flatterend'

a)

smaakvol

b)

plat

c)

liggend

d)

lelijk

17.

Kies de juiste betekenis bij het begrip:

'dateren'

a)

een datum plannen

b)

uit een bepaalde tijd zijn

c)

iemand die in de ICT werkt

d)

invloed hebben op iets

18.

Het woord 'vloeibaar+heid' is een voorbeeld van een...

a)

Samenstelling

b)

Afleiding

19.

Het woord 'voet+bal' is een voorbeeld van een...

a)

Samenstelling

b)

Afleiding

20.

Een ... bestaat uit twee bestaande woorden die aan elkaar geplakt zijn.

(a)  

21.

PV/OND/LV horen bij ... ontleden

a)

taalkundig

b)

redekundig

22.

WW/LW/ZN horen bij ... ontleden

a)

taalkundig

b)

redekundig

23.

Wat is geen BWB?

a)

middel

b)

plaats

c)

familie

d)

hoedanigheid

24.

Een ... heeft een vast voorzetsel.

a)

BWB

b)

VZV

25.

Benoem de BVB in de zin:

'Mijn docent kijkt neer op vervelende leerlingen."

(a)  

26.

BVB of BWB?

Hij zit al 4 jaar op deze school.

a)

BVB

b)

BWB

27.

BVB of BWB?

Ik kijk erg uit naar het weekend!

a)

BVB

b)

BWB

28.

Benoem de BWB van tijd in de zin:

'Tijdens de les hield hij zijn aandacht er niet bij.'

(a)  

29.

Een bijstelling staat vaak tussen ...

(a)  

30.

Bijstelling JA/NEE?

'Mijn lieve, zorgzame moeder is vandaag jarig.'

a)

JA

b)

NEE

31.

Bijstelling JA/NEE?

'Astrid, mijn lieve moeder, is vandaag jarig.'

a)

JA

b)

NEE

32.

WG of NG?

'Zij is het liefste meisje uit de klas.'

a)

WG

b)

NG

33.

WG of NG?

'Het liefste meisje uit de klas trakteert vandaag op taart.'

a)

WG

b)

NG

34.

WAAR of NIET WAAR:

De bijzin hoef je niet te ontleden.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

35.

WAAR of NIET WAAR?

In een NG-zin kan ook een LV staan.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

36.

Benoem het BW:

'Hij heeft hard gewerkt voor die voldoende!'

(a)  

37.

Benoem het BW:

'Gerda, mijn auto, is al erg oud.'

(a)  

38.

Wat is de juiste volgorde?

... heel erg veel kleding kopen ...

a)

BN-BW-BN-ZN-ZWW

b)

BW-BW-BN-ZN-KWW

c)

BW-BW-BN-ZN-ZWW

d)

BN-BN-BW-ZN-KWW

39.

Hij heeft haar erg (bedonderen).

(a)  

40.

Voor de nieuwe vloer meet ik de (groot) van mijn woonkamer.

(a)  

41.

Je (verspillen) mijn tijd met je praatjes!

(a)  

42.

Goed of fout gespeld?

Rüine

a)

Goed

b)

Fout

43.

Wat is het verkleinwoord van:

baby

(a)  

44.

Wat is het verkleinwoord van:

opa

(a)  

45.

Wat is het verkleinwoord van:

ketting

(a)