wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ridders en heksen L3C

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een ridder droeg nooit een helm.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

De heksen kregen nooit de schuld van graan dat niet wilde groeien.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

De schildknaap zorgde voor de wapens van de ridder.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Om te kijken of iemand een heks was, gooiden ze haar in het water. Als ze bleef drijven was ze een heks.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Om een kasteel liep een gracht.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Geloofden mensen dat heksen in een zwarte kat konden veranderen?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Wanneer kregen heksen de schuld?

a)

Als het graan groeide.

b)

Als mensen of dieren ziek werden of het graan niet wilde groeien.

c)

Als de bezems stuk waren.

d)

Alle antwoorden zijn juist.

8.

Hoe werd een ridder beroemd?

a)

Doordat hij een mooie helm had.

b)

Een ridder die een lans en zwaard had werd heel beroemd.

c)

Een ridder die veel toernooien won, werd heel beroemd.

9.

Wat deden ze om elkaar te herkennen?

a)

Een helm opzetten in verschillende kleuren.

b)

De ridder beschilderde zijn schild.

c)

Hun naam schrijven op hun T-shirt.

10.

Elke familie had een wapenschild.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Waarom dachten mensen dat heksen bleven drijven?

a)

Ze konden vliegen, dus heksen konden niet zwaar zijn.

b)

Ze eten niet veel.

12.

De heer is een arme man.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Waar zorgde een schildknaap voor?

a)

Hij zorgde voor zijn heer.

b)

Hij zorgde voor de wapens van de ridder en droeg zijn schild.

c)

Hij verzorgde zijn paard niet.

14.

Met welke wapens vocht een ridder?

a)

Een ridder vocht met lans en zwaard.

b)

Een ridder vocht met een geweer en een pistool.

c)

Een ridder gebruikte geen wapens.

15.

Tijdens een toernooi reden twee ridder te paard op elkaar af.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Aan de schilden kan je zien uit welke familie de ridders komen.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Een gracht zorgde ervoor dat vijanden niet uit de buurt bleven.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Hoe werd een ridder beroemd?

a)

Een ridder wordt beroemd door prinscessen te redden.

b)

Een ridder wordt beroemd door oorlog te voeren.

c)

Een ridder wordt beroemd door veel toernooien te winnen.

19.

Waarom geloofden mensen dat heksen dienaren van de duivel waren?

a)

De mensen geloofden dat ze slechte dingen deden.

b)

De mensen zeiden dat ze hoorns hadden.

c)

Ze waren supporter van de rode duivels.