Font size
Worksheetsspreekwoorden
Total questions: 23
Worksheet time: 23mins
niet meer weten waar iets over gaat
(a)
te makkelijk geld uitgeven
(a)
iets niet voor elkaar krijgen
(a)
iemand met opzet erg kwetsen
(a)
zich te goed voelen om iets te doen
(a)
de vervelende gevolgen van iets ervaren
(a)
geen kant meer uitkunnen
(a)
in een heel voordelige positie zitten
(a)
werkloos zijn
(a)
betrapt worden
(a)
iemand laten wachten op een duidelijk antwoord
(a)
mislukken
(a)
brutaal zijn
(a)
ergens geen verstand van hebben
(a)
goed met natuur omgaan
(a)
iemand blij maken met iets wat niet door gaat
(a)
iemand niet helpen
(a)
iemand bijna te pakken hebben
(a)
snel beledigd zijn
(a)
vaak stelen
(a)
dat gaat niet door
(a)
het gebeurt binnenkort
(a)
lagere eisen stellen
(a)
