wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalv. H4, 5, 6 (3L-week) - 3BB

Total questions: 57

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

a)

Dat zegt iets over een ander woord.

b)

Dat zegt iets over een werkwoord.

c)

Dat zegt iets over de staat van de zin.

d)

Dat zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

2.

Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

3.

In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

4.

In welke zin is het zelfstandig werkwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

5.

Waar is een voorzetsel vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

6.

Waar is het bepaalde lidwoord vetgedrukt?

a)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

b)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

c)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

d)

nergens

7.

Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?

Welke woordsoort is 'heb'?

a)

lidwoord

b)

werkwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

zelfstandig naamwoord

8.

Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?

Welke woordsoort is 'het'?

a)

lidwoord

b)

werkwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

zelfstandig naamwoord

9.

Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?

Welke woordsoort is 'nieuwe'?

a)

lidwoord

b)

werkwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

zelfstandig naamwoord

10.

Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?

Welke woordsoort is 'spel'?

a)

lidwoord

b)

werkwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

zelfstandig naamwoord

11.

Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?

Welke woordsoort is 'Pokémon'?

a)

lidwoord

b)

werkwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

zelfstandig naamwoord

12.

De politie denkt dat mijn oudste broer lid is van een criminele bende.

Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden bevat deze zin?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

13.

De politie denkt dat mijn oudste broer lid is van een criminele bende.

Hoeveel zelfstandige naamwoorden bevat deze zin?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

14.

Welk antwoord is goed?


Het ....................... land was erg mooi.

a)

ontdekte

b)

ontdektte

15.

Welk antwoord is goed?


De ..................................... maaltijd rook lekker.

a)

bereide

b)

bereidde

16.

Welk antwoord is goed?


Het .................................... vlees was niet lekker.

a)

verbrande

b)

verbrandde

17.

Welk antwoord is goed?


De ...................... vaas viel van de tafel.

a)

neergezete

b)

neergezette

18.

Welk antwoord is goed?


De .................................. doktoren.

a)

opgeleide

b)

opgeleidde

19.

De ................................. foto.

a)

ingelijste

b)

ingelijstte

20.
Mijn horloge is stuk. Morgen moet ik naar de ...
a)
horlogesmaker
b)
horlogenmaker
c)
horlogemaker
21.
Als ik volgend jaar op kot ga in Gent, dan moet ik tijdig beginnen zoeken naar een leuke ...
a)
studentenkamer
b)
studentekamer
c)
studenteskamer
22.
In de GFT bak hoort het...
a)
groentenafval
b)
groentesafval
c)
groenteafval
23.
Vrouw onwel geworden door ...
a)
benzinendamp
b)
benzinedamp
c)
benzinesdamp
d)
benzindamp
24.
Mijn glas is echt ... . Er kan niets meer bij. 
a)
boordenvol
b)
boordevol
25.
Kevin De Bruyne is een echte...
a)
klassenspeler
b)
klassespeler
c)
klassesspeler
26.
De leerlingen volgen de .... en wachten verlangend op het belsignaal.
a)
secondenwijzer
b)
secondeswijzer
c)
secondewijzer
27.
Het is waarschijnlijk lang geleden dat hier nog eens gepoetst werd; het huis hangt vol met ...
a)
spinnenwebben
b)
spinnewebben
28.

Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)

a)

beleeft

b)

beleefd

c)

beleefdt

29.

Jitse (plakken, vt) de postzegels in het boek.

a)

plakte

b)

plakde

c)

plaktte

30.

Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.

a)

verlote

b)

verloot

c)

verlootte

31.

Sven heeft zich op Valentijnsdag .....voor zijn vriendin.

a)

uitgeslooft

b)

uitgesloofd

c)

slooft zich uit

32.

.......jij straks de kippenpootjes?

a)

braad

b)

braadde

c)

braadt

33.

Vorig jaar ........ Thomas in Nice een paar vrienden.

a)

ontmoet

b)

ontmoeten

c)

ontmoette

34.

De dokter ...de ziekte nu met een medicijn.

a)

bestrijdt

b)

bestrijd

c)

bestreed

35.

Laatst werd Roemer.... door een agent.

a)

bekeuren

b)

bekeurt

c)

bekeurd

36.

Femke en Timen hebben alle trappen van het Drachtster ....

a)

geschropt

b)

geschrobd

c)

geschrobt

37.

Het nieuwe programma kan op mijn computer niet worden ...

a)

geopent

b)

geopend

c)

geopendt

38.

Wat is juist geschreven?

a)

Oost Brabant

b)

Oost- Brabant

39.

Wat is juist geschreven?

a)

biologiedocent

b)

biologie docent

40.

Wat is juist geschreven?

a)

vijf en twintig

b)

vijfen twintig

c)

vijfentwintig

41.

Wat is juist geschreven?

a)

oversteken

b)

over steken

42.

Wat is juist geschreven?

a)

herfst vakantie

b)

herfstvakantie

43.

Wat is juist geschreven?

a)

afzwemmen

b)

af zwemmen

44.

Die broodjes zijn lekker ... .

a)

krokantgebakken

b)

krokant gebakken

45.

Ze zat ... in de trein.

a)

achter aan

b)

achteraan

46.

Welke zin is juist geschreven?

a)

'S middag ben ik vrij.

b)

's Middags ben ik vrij.

c)

3 Uur 's middags ben ik vrij.

47.

Hoofdletter?

a)

anna

b)

talen

c)

werken

d)

fiets

48.

Hoofdletter?

a)

zingen

b)

antwoorden

c)

appel

d)

tweede wereldoorlog

49.

Hoofdletter?

a)

groot-brittanië

b)

krant

c)

feestdag

d)

water

50.

Hoofdletter?

a)

jongen

b)

rusland

c)

geeuwen

d)

the new york times

51.

Welke woorden moet je met een hoofdletter schrijven?

deze man komt uit mexico

a)

deze

b)

man

c)

komt

d)

uit

e)

mexico

52.

wij gaan met pasen niet naar frankrijk op vakantie

a)

Wij gaan met pasen niet naar Frankrijk op vakantie.

b)

Wij gaan met Pasen niet naar Frankrijk op vakantie.

c)

wij gaan met Pasen niet naar frankrijk op vakantie.

53.

door het coronavirus is de school in culemborg dicht.

a)

Door het Coronavirus is de school in Culemborg dicht.

b)

Door het coronavirus is de school in culemborg dicht.

c)

Door het coronavirus is de school in Culemborg dicht.

54.

Mijn leerkracht strafte me omdat ik onbeleefd was.

a)

Mijn leerkracht strafte me, omdat ik onbeleefd was.

b)

Mijn leerkracht strafte me: omdat ik onbeleefd was.

c)

Mijn leerkracht, strafte me omdat ik onbeleefd was.

55.

De Block minister van Volksgezondheid verplichtte ons binnen te blijven.

a)

De Block minister van Volksgezondheid, verplichtte ons binnen te blijven.

b)

De Block, minister van Volksgezondheid, verplichtte ons binnen te blijven.

c)

De Block, minister van Volksgezondheid verplichtte ons binnen te blijven.

56.

Ik kan niet komen want ik ben van de trap gevallen.

a)

Ik kan niet komen: want ik ben van de trap gevallen.

b)

Ik kan niet komen, want ik ben van de trap gevallen.

c)

Ik kan niet komen want ik ben van de trap gevallen.

57.

Deze dieren zijn gevaarlijk slangen spinnen wespen en tijgers.

a)

Deze dieren zijn gevaarlijk slangen, spinnen, wespen en tijgers.

b)

Deze dieren zijn gevaarlijk: slangen spinnen, wespen en tijgers.

c)

Deze dieren zijn gevaarlijk: slangen, spinnen, wespen en tijgers.