wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling V1 2.1-2.3-2.4-3.1

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Nummer 1 heet

a)

slokdarm

b)

holle ader

c)

luchtpijp

d)

aorta

2.

Nummer 4 is..

a)

de maag

b)

de lever

c)

een buikspier

d)

een nier

3.

Nummer 8 is...

a)

de slokdarm

b)

de luchtpijp

c)

een bronchie

d)

de holle ader

4.

Een bronchie kan ik vinden bij nummer....

a)

12

b)

14

c)

17

d)

23

5.

Deze organen horen bij...

a)

het bloedvatenstelsel

b)

het spierstelsel

c)

het ademhalingsstelsel

d)

het verteringsstelsel

6.

Klik op de organen die horen bij het verteringsstelsel. (2 juiste antwoorden)

a)
b)
c)
d)
7.
Deze organen zijn bezig met je ademhaling
a)
je hart, je longen, je luchtpijp, je neus
b)
je neus, je mond, je slokdarm, je luchtpijp
c)
je neus, je mond, je luchtpijp, je longen
d)
je neus, je mond, je luchtpijp, je hart
8.
Je eten wordt verteerd in (goede volgorde)
a)
je mond, je maag, je slokdarm, je darmen
b)
je mond, je maag, je darmen, je slokdarm
c)
je slokdarm, je maag, je mond, je darmen
d)
je mond, je slokdarm, je maag, je darmen
9.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
10.
Welk orgaan wordt weergegeven met D?
a)
Slokdarm
b)
Luchtpijp
c)
Holle ader
d)
Aorta
11.
Dit is een dwarsdoorsnede van...
a)
de buikholte (onder het middenrif)
b)
de borstholte
c)
de buikholte (ter hoogte van de navel)
12.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
13.
Welke organen horen bij het spierstelsel?
a)
dijbeenspier, rib, biceps
b)
biceps,triceps,nekspier
c)
hart, long, biceps
d)
aorta, holle ader, hart
14.
Hoe heet orgaan nummer 4
a)
lever
b)
maag
c)
hart
d)
nier
15.
Hoe heet orgaan b
a)
rechter rib
b)
middenrif
c)
linker rib
d)
linker long
16.

wat is de definitie van een weefsel?

a)

een cel met een bepaalde kleur en functie

b)

een groep cellen met dezelfde kleur en vorm

c)

een groep cellen met dezelfde kleur en functie

d)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

17.

Op welk plaatje is een dierlijke cel te zien?

a)
b)
c)
d)
18.

Welke onderdelen hebben een plantencel wel maar een dierlijke cel niet? (er zijn meer antwoorden goed)

a)

celmembraan

b)

bladgroenkorrels

c)

celwand

d)

mitochondriën

e)

vacuole

19.

In een aardappel zitten bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

In de groene delen van een plant kan fotosynthese plaatsvinden.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Wat zijn organellen?

a)

Het zelfde als een orgaan, zoals een lever of hart

b)

Dit zijn de organen van een plant

c)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

d)

de delen van een cel die een eigen functie hebben

22.

welk soort dierlijk weefsel zie je hier?

a)

botweefsel

b)

spierweefsel

c)

zenuwweefsel

23.

1 is de

a)

celwand

b)

celvand

c)

celmern

d)

celkern

24.

3 is het

a)

cytovlasma

b)

cytoklasma

c)

cytoplasma

d)

cytospalma

25.

16 is de

a)

celwand

b)

vacuole

c)

cytoplasma

d)

celkern

26.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

27.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

28.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

29.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

30.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

31.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

32.

In de afbeelding kun je een stamboom zien van dieren. Ouasim en Kim doen een uitspraak over deze stamboom.

Ouasim: "De tandwalvissen zijn het meest verwant aan de baleinwalvissen"

Kim: "De zwijnen en pekari's hebben geen directe gemeenschappelijke voorouder"

a)

Alleen Ouasim

b)

Alleen Kim

c)

Beide hebben gelijk

d)

Niemand heeft gelijk