wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening - paragraaf 3.1 + 3.2 + 3.3 + 3.7

Total questions: 30

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding is een cel schematisch getekend.

Tot welk domein behoort het organisme waarvan deze cel afkomstig is?

a)

Eukaryoten

b)

Prokaryoten

c)

Planten

d)

Schimmels

2.

Eukaryoten hebben altijd een..

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Nooit een celkern

d)

Soms een celkern en soms niet

3.

Prokaryoten zijn altijd eencellig

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Een organisme uit het rijk van de dieren kán eencellig zijn.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Zet in de juiste volgorde, van groot naar klein:


- soort - geslacht - orde - stam/afdeling - domein - rijk - klasse - familie - ras -

4 lines
6.

Organismen behoren tot één soort, omdat ze erg veel op elkaar lijken.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Paarden en ezels kunnen samen nakomelingen krijgen die we muilezels noemen, muilezels zijn onvruchtbaar


Behoren een ezel en een paard tot één soort?

a)

Nee, ze de nakomelingen zijn onvruchtbaar

b)

Ja, want ze komen uit hetzelfde geslacht

c)

Ja, want ze kunnen nakomelingen krijgen

8.

Organismen en hun DNA vertonen de meeste overeenkomst met elkaar wanneer ze tot dezelfde soort behoren

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Hoe langer geleden de gemeenschappelijke voorouder van twee soorten leefde, des te meer/minder ze verwant zijn

a)

meer

b)

minder

10.

Welke dieren van de afbeelding hebben een inwendig skelet?

a)

1 en 2

b)

2 en 3

c)

2 en 4

d)

3 en 4

11.

Welke van deze dieren is tweezijdig symmetrisch?

a)

1 en 2

b)

2 en 3

c)

1 en 4

d)

3 en 4

12.

Tot welke stam behoort dit skelet op de afbeelding?

a)

Geleedpotigen

b)

Sponzen

c)

Weekdieren

d)

Gewervelden

13.

Welk van deze organismen behoort tot het rijk van de geleedpotigen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

14.

Bruinvissen leven in zee. Ze halen adem met longen en ze zijn warmbloedig. Tot welke groep van de gewervelden behoort de bruinvis?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Vissen

d)

Zoogdieren

15.

Tot welke groep van de gewervelden behoort een salamander?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Vissen

d)

Zoogdieren

16.

Tot welke groep van het dierenrijk behoort dit dier?

a)

Neteldieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Weekdieren

17.

Dieren hebben celwanden om de cellen

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

19.

In de afbeelding kun je een stamboom zien van dieren. Ouasim en Kim doen een uitspraak over deze stamboom.

Ouasim: "De tandwalvissen en de baleinwalvissen behoren tot dezelfde soort."

Kim: "De zwijnen en pekari's zijn familie van elkaar."

Wie heeft/hebben er gelijk?

a)

Alleen Ouasim

b)

Alleen Kim

c)

Beide hebben gelijk

d)

Niemand heeft gelijk

20.

Stekelhuidigen zijn veelzijdig symmetrisch.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

In de afbeelding kun je een cel zien. Tot welk rijk behoort een organisme met dit soort cellen?

(a)  

22.

De kruisspin in de afbeelding is veelzijdig symmetrisch

a)

waar

b)

niet waar

23.

Tot welke stam van het dierenrijk behoort dit dier?

a)

Neteldieren

b)

Sponsdieren

c)

Stekelhuidigen

d)

Weekdieren

24.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen

a)

juist

b)

onjuist

25.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

26.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

27.

Deze dieren zijn koudbloedig, hebben droge schubben, leggen eieren met leerachtige schaal.

Bij welke van de groep uit de gewervelde hoort deze omschrijving?

a)

vissen

b)

amfibieën

c)

reptielen

d)

vogels

e)

zoogdieren

28.

Welke groep uit de stam gewervelde is levend barend?

a)

vissen

b)

amfibieën

c)

reptielen

d)

vogels

e)

zoogdieren

29.

Welke klasse van de gewervelden zijn koudbloedig? meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Vissen

b)

Vogels

c)

Reptielen

d)

Amfibieën

30.

Bij welke klasse van de gewervelden hoort een zeepaardje?

a)

vissen

b)

amfibieën

c)

reptielen

d)

vogels

e)

zoogdieren