Font size
Worksheetsjongste ontleden, woordsoorten, werkwoordspelling
Total questions: 40
Worksheet time: 30mins
Vul het werkwoord juist in.
t.t. worden
Het stoplicht .............groen.
word
wort
worden
wordt
Wat is de persoonsvorm in de onderstaande zin?
- Espen moest zijn kamer opruimen.
Espen
moest
zijn kamer
opruimen
Wat is het werkwoord in de onderstaande zin?
Benjamin leest zijn boek .
Benjamin
leest
zijn
boek
In welke volgorde staat de onderstaande samengestelde zin, wat betreft hoofdzin en bijzin?
-Jente loopt langs het water, omdat ze een frisse neus wil halen.
hoofdzin , hoofdzin
hoofdzin, bijzin
bijzin, hoofdzin
Vul het werkwoord juist in.
t.t. rillen
Natascha .......... van de kou.
trilt
ril
rilt
rillen
Welk woord in de onderstaande zin is een werkwoord?
De politie rolt de bende vanmiddag nog op.
de politie
rolt, op
de bende
vanmiddag
Wat is de persoonsvorm in de onderstaande zin?
- Caatje gaat morgen op vakantie.
Caatje
gaat
morgen
op vakantie
Welke zelfstandige naamwoorden staan in onderstaande zin?
- De directrice van de Bunders is een aardige vrouw. (3)
directrice
Bunders
is
aardige
vrouw
Vul je werkwoord juist in.
t.t. zijn
Piet ........ er niet op ingegaan.
is
ben
zijn
was
In welke volgorde staat de onderstaande samengestelde zin, wat betreft hoofdzin en bijzin?
- Luisa plukt bloemen voor de juf, omdat ze lief is.
hoofdzin, hoofdzin
hoofdzin, bijzin
bijzin, hoofdzin
Wat is het werkwoord in de onderstaande zin?
De wond zwelt na een paar dagen een beetje op.
de wond
zwelt, op
een paar dagen
een beetje
Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?
Liselotte en Olivier kopen een ijsje.
Liselotte en Olivier
kopen
een
ijsje
In welke volgorde staat de onderstaande samengestelde zin, wat betreft hoofdzin en bijzin?
- Omdat Aniek op vakantie gaat, heeft ze een nieuwe zonnebril gekocht.
hoofdzin, hoofdzin
hoofdzin, bijzin
bijzin, hoofdzin
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in onderstaande zin?
- Baheer geeft de grote boom water.
Baheer
geeft
grote
boom
water
Wat is de persoonsvorm in de onderstaande zin?
- Dora aait de zeven katten.
Dora
aait
de
zeven katten
Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?
- Karlijn doet boodschappen voor haar moeder.
Karlijn
doet
boodschappen
voor haar moeder
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in onderstaande zin?
- Olle kijkt naar het populaire programma.
Olle
kijkt
populaire
programma
Wat is het zelfstandig naamwoord in onderstaande zin?
-Ben gaat koekjes bakken. (2)
Ben
gaat
koekjes
bakken
Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?
- Cilou krijgt €5,- van haar opa en oma om iets lekker te gaan halen.
Cilou
€5,-
haar opa en oma
krijgt
Vul het werkwoord juist in.
t.t. verwonden
De soldaat ............... zichzelf.
verwondt
verwont
verwond
verwondent
Welke zelfstandige naamwoorden staan in onderstaande zin?
- In de klas werken de kinderen op de laptop. (3)
klas
werken
kinderen
laptop
op
Wat is het voegwoord in de zin?
- Ik ben voor niemand bang, dus kom maar op!
ben
niemand
dus
op
Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?
- Gisteren zijn we met de hele klas naar het museum geweest.
gisteren
zijn, geweest
we
het museum
Wat is de persoonsvorm in de onderstaande zin?
- Milan maakt een schilderij.
Milan
maakt
een
schilderij
In welke volgorde staat de onderstaande samengestelde zin, wat betreft hoofdzin en bijzin?
- Hein springt de auto uit, omdat hij haast heeft.
hoofdzin, hoofdzin
hoofdzin, bijzin
bijzin, hoofdzin
Wat zijn de werkwoorden in de onderstaande zin?
Finn melkt de koeien en gaat weer een dutje doen.
Finn
melkt
koeien
gaat
doen
Wat is het zelfstandig naamwoord van de onderstaande zin?
- Tot mijn schrik verhuist Sam naar Utrecht. (3)
mijn
schrik
verhuist
Sam
Utrecht
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in onderstaande zin?
- Philippe trekt zijn blauwe jas aan.
Philippe
trekt
blauwe
jas
In welke volgorde staat de onderstaande samengestelde zin, wat betreft hoofdzin en bijzin?
- Thijmen kwam te laat, omdat de treinen niet op tijd reden.
hoofdzin, hoofdzin
hoofdzin, bijzin
bijzin, hoofdzin
Waar verwijst het onderstreepte woord in onderstaande zin naar?
- Waar heb je het zakje snoep neergelegd, dat Beau gisteren heeft gekocht?
zakje snoep
gisteren
Beau
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in onderstaande zin?
- De klas schrikt van het harde geluid.
de klas
schrikt
harde
geluid
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in onderstaande zin?
- De Bunders is de gezelligste school van Oisterwijk.
de Bunders
gezelligste
school
Oisterwijk
Vul het werkwoord juist in.
t.t. snoeien
Vader ............... de bomen.
snoeid
snoei
snoeit
snoeien
Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?
- De hongerige kip eet tien wormen.
de hongerige kip
eet
tien wormen
Wat is de persoonsvorm in de onderstaande zin?
- Floor en Roos spelen verstoppertje.
Floor en Roos
spelen
verstoppertje
Welke woorden zijn lidwoorden?
de
maar
een
het
op
Wat is het voegwoord in de zin?
- Ik doe er niet aan mee, omdat ik het zaakje niet vertrouw.
aan
mee
omdat
niet
Waar verwijst het onderstreepte woord in de onderstaande zin naar?
- De zonnebril van Mijntje is kapot, want Taeke heeft hem per ongeluk laten vallen.
de zonnebril
Mijntje
Taeke
Wat is het zelfstandig naamwoord in onderstaande zin?
- Valentine redde een straatkatje en verzorgde het dier goed. (3)
Valentine
redde
straatkatje
verzorgde
dier
Wat zijn het werkwoorden in de onderstaande zin?
Na een dag hard werken, rustte Daan even uit.
een dag
werken
rustte, uit
Daan
even
