wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen en cellen

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

A. Cel-weefsel-orgaan-organisme-orgaanstelsel

b)

A. Cel-orgaan-weefsel-orgaanstelsel-organisme

c)

A. Weefsel-cel-orgaan-orgaanstelsel-organisme

d)

A. Cel-weefsel-orgaan-orgaanstelsel-organisme

2.

In de afbeelding zie je:

a)

Een orgaanstelsel

b)

Een weefsel

c)

Een orgaan

d)

Een cel

3.

Hoe heet de stof die niet in de cellen zit. Op de afbeelding aangegeven met het cijfer 1.

a)

Tussencelstof

b)

Cytoplasma

c)

Weefsel

4.

De afbeelding geeft een deel van de opperhuid van een blad weer met een huidmondje.

De letters P en Q geven twee cellen aan. Behoren cel P en cel Q tot hetzelfde soort weefsel? Leg je antwoord uit.

a)

Ja, ze liggen tegen elkaar aan

b)

Ja, ze hebben dezelfde vorm

c)

Nee, ze hebben een andere bouw en functie

5.

Een _______ is een deel van een organisme met een of meerdere functies.

a)

orgaan

b)

orgaanstelsel

c)

cellen

d)

weefsel

6.

Organen die samenwerken noem je ...

a)

een orgaanstelsel

b)

een organisatieniveau

c)

organen

d)

weefsels

7.

Een groep cellen bij elkaar met dezelfde vorm en functie noem je een....

a)

orgaan

b)

weefsel

c)

celstelsel

d)

groep cellen

8.

Wat is het kleinste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

9.

Wat is het grootste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

10.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

11.

De celkern regelt de celwerking en bevat het genetisch materiaal van de cel.

a)

Juist

b)

Fout

12.

Welk soort cel zie je op de afbeelding?

a)

plantaardige cel

b)

dierlijke cel

13.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme