wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1BK lezen H1

Total questions: 13

Worksheet time: 3hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat de titel van een tekst?

a)

Boven de tekst

b)

In het midden van de tekst

c)

Onderaan de tekst

d)

Een tekst heeft geen titel

2.

Welke zinnen zijn waar?

a)

Boven een tekst staat vaak een titel.

b)

Meestal zijn de letters van de titel groter gedrukt.

c)

Alle teksten hebben tussenkopjes.

d)

Een tussenkopje staat altijd boven de tekst.

e)

Een tussenkopje vertelt iets over de hele tekst.

3.

Iedere tekst gaat ergens over. Dat noem je het onderwerp van de tekst,

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Om het onderwerp te vinden, moet je de hele tekst lezen.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Het onderwerp van een tekst schrijf je altijd in één of twee hele zinnen op.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Welke zin is waar?

a)

In een alinea staat het hele onderwerp van de tekst.

b)

De zinnen van een alinea beginnen allemaal op een nieuwe regel.

c)

Een alinea begint altijd op een nieuwe regel.

d)

Tussen twee alinea's staat altijd een witregel.

7.

Het onderwerp vind je door:

(meerdere antwoorden zijn goed)

a)

De titel te lezen

b)

De hele tekst te lezen

c)

Naar de plaatjes te kijken

d)

Je stelt de vraag: waarover gaat deze tekst?

e)

Je stelt de vraag: wie/wat + wwg?

8.

Het onderwerp van de tekst schrijf je op in:

a)

Een hele zin

b)

1 of een paar woorden

c)

10 woorden

9.
a)

De titel van deze tekst is: Jamie's Italiaanse kookwedstrijd

b)

De titel van deze tekst is: wat moet je doen?

c)

De titel van deze tekst is: De prijzen

10.

Wat is het onderwerp van deze tekst?

a)

Jamie's nieuwste kookboek

b)

kookwedstrijd

c)

op reis naar Italië

11.

Bekijk de tekst. Hoe kun je de alinea's herkennen?

a)

De eerste regel van de alinea begint met een stukje wit.

b)

Iedere alinea begint op een nieuwe regel.

12.

Lees de tekst. Wat moet je allemaal doen om een prijs te winnen?

a)

een Italiaans gerecht klaarmaken

b)

een foto van het gerecht maken

c)

opschrijven waarom je dat gerecht koos

d)

het recept opschrijven

e)

een kookboek van Jamie Oliver kopen

13.

Lees de tekst. Welk talent wordt hier bedoeld?

Overtuig de jury van jouw talent!

a)

Talent om mooie foto's te maken.

b)

Talent om leuke verhalen te vertellen.

c)

Talent om lekker te koken.