Font size
WorksheetsTaalcompleet A1 Thema 1 & 2
Total questions: 51
Worksheet time: 28mins
Je hoort een docent en twee cursisten.
De cursisten heten Renate en Barry.
Vraag 1: Wat zegt de docent?
We beginnen met lezen.
We beginnen met luisteren.
We beginnen met schrijven.
Je hoort een docent en twee cursisten.
De cursisten heten Renate en Barry.
Vraag 2: Op welke bladzijde staat de tekst?
Op bladzijde 46.
Op bladzijde 64.
Op bladzijde 36.
Je hoort een docent en twee cursisten.
De cursisten heten Renate en Barry.
Vraag 3: Wat is de titel van de tekst?
De familie van Dijk
Een grote familie
De familie van Dijk woont in Dordrecht
Je hoort een docent en twee cursisten.
De cursisten heten Renate en Barry.
Vraag 4: Wat weet Barry niet?
de opdracht
de titel
de bladzijde
Je hoort een docent en twee cursisten.
De cursisten heten Renate en Barry.
Vraag 5: Welke opdrachten maken de cursisten in het boek?
opdracht 2.4
opdracht 32, 33, 34
opdracht 6
Je hoort een docent en twee cursisten.
De cursisten heten Renate en Barry.
Vraag 6: Wat is het probleem van Barry?
Hij krijgt een potlood van Renate.
Hij geeft een pen aan Renate.
Hij heeft geen pen.
Wat hoor je?
/aa/
/ee/
/oo/
/uu/
Wat hoor je?
/aa/
/ee/
/oo/
/uu/
Wat hoor je?
/aa/
/ee/
/oo/
/uu/
Wat hoor je?
baal
bal
Wat hoor je?
zoon
zon
Wat hoor je?
heet
het
Wat hoor je?
/ie/
/oe/
/ei/ of /ij/
Wat hoor je?
/ie/
/oe/
/ei/ of /ij/
Wat hoor je?
/ie/
/oe/
/ei/ of /ij/
Wat hoor je?
/eu/
/ui/
/au/ of /ou/
Wat hoor je?
/eu/
/ui/
/au/ of /ou/
Wat hoor je?
/eu/
/ui/
/au/ of /ou/
Dictee: schrijf de zin op
Dictee: schrijf de zin op
Dictee: schrijf de zin op
Geef antwoord op de vraag!
Geef antwoord op de vraag!
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Geef antwoord op de vraag.
Luister en zet een streep, zet een rondje, zet een kruisje, trek een lijn...
Wat zie je op het plaatje?
Dit is een grote familie.
Dit is een klein gezin.
Wat zie je op het plaatje?
de jongen
de meisjes
de jongens
Wat zie je op het plaatje?
de man is klein
de man is groot
Wat zie je op het plaatje?
Zij is de schoonzus.
Zij zijn getrouwd
Wat zie je op het plaatje?
De vrouw is binnen.
De vrouw is buiten.
Wat zie je op het plaatje?
SCHRIJF 5 ZINNEN
Beginner: your sentences have at least 4 words.
Advanced: your sentences have at least 7 words.
Wat zie je op het plaatje?
SCHRIJF 5 ZINNEN
Beginner: your sentences have at least 4 words.
Advanced: your sentences have at least 7 words.
Zoek het antwoord in de tekst.
Vraag 1: Moet Jochen in het weekend naar school?
ja
nee
Zoek het antwoord in de tekst.
Vraag 2: Welke datum is het vandaag?
maandag
3 januari
december
Vraag 3: Welk plaatje past bij de zin:
'Jochem gaat samen met Eduard naar school.'
Zoek het antwoord in de tekst.
Vraag 4: Wat leert Jochem op school?
lezen
Engels
Nederlands
Zoek het antwoord in de tekst.
Vraag 5: Wat moet Jochem doen?
Het woord suiker in het Engels zeggen.
Het woord suiker in het Engels leren.
Het woord suiker in het Engels schrijven.
Vraag 6: Welk plaatje past bij de zin:
'Hij vindt Engels moeilijk.'
Zoek bij elkaar. Sleep de woorden naar de juiste zin.
Ik ... een leerling.
ben
Hij ... het antwoord.
schrijft
Wij ... naar de docent.
luisteren
Ik ... het antwoord.
typ
Jullie ... de zin.
begrijpen
Zoek bij elkaar. Sleep de woorden naar de juiste zin.
Wij ... het antwoord.
weten
De leerlingen ... Nederlandse les.
krijgen
Zij ... twaalf jaar oud.
is
Julia ... een pen.
heeft
Ik ... een pen aan Julia.
vraag
Zoek bij elkaar. Sleep de woorden naar de juiste zin.
Ik ... een leerling.
ben
Hij ... het antwoord.
schrijft
Wij ... naar de docent.
luisteren
Ik ... het antwoord.
typ
Jullie ... de zin.
begrijpen
I studied hard for this test
I started a week ago
I started this weekend
I started on Sunday
I did not study for the test
Juf Esther, I would like you to know that...
