wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 KA's H1 t/m H4

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip:

herendiensten

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

2.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip:

missionaris

a)

de verspreiding van het christendom in geheel Europa.

b)

het ontstaan en de verspreiding van de islam.

c)

de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

d)

het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

3.

Check hoofdstuk 2

Welk kenmerkend aspect past het best bij deze afbeelding?

a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
4.

Check 2.2/2.3:

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

5.

Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze afbeelding?

a)

Levenswijze van jager-verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

6.

Welke twee kenmerkende aspecten passen het beste bij deze afbeelding?

Je ziet op de afbeelding het Amfitheater in Nice, Frankrijk

a)

De confrontatie tussen de Germaanse en de Grieks-Romeinse cultuur

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

Ontwikkeling van wetenschappelijk denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

7.

Welk kenmerkend aspect hoort bij deze paragraaf? (2.4)

a)

De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

b)

Confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-west Europa

c)

Ontwikkeling van de eerste monotheïstische godsdiensten, Jodendom en Christendom

d)

De groei van het Romeins Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

8.

Check hoofdstuk 2:

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

9.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
c)
De levenswijze van jager-verzamelaars
d)
het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
10.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
c)
De levenswijze van jager-verzamelaars
d)
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
11.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
b)
het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
c)
de levenswijze van jager-verzamelaars
d)
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
12.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monothëistische godsdiensten
b)
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest- Europa
c)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
d)
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
13.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
b)
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
c)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
d)
Het begin van staatsvorming en centralisatie
14.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
b)
De verspreiding van het christendom in geheel Europa
c)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
d)
De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten
15.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch- urbane samenleving
b)
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
c)
Het begin van staatsvorming en centralisatie
d)
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
16.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
b)
De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
17.
Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
a)
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
b)
Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
c)
Handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
d)
Discussies over de ‘sociale kwestie’