wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

wwg en nwg

Total questions: 30

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

Driekwart van het aardoppervlak ligt onder water.

a)

wwg

b)

nwg

2.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

Het is overspoeld door vijf oceanen.

a)

wwg

b)

nwg

3.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

Die oceanen staan met elkaar in verbinding.

a)

wwg

b)

nwg

4.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

Door wind, zon en getijden is het zeewater voortdurend in beweging.

a)

wwg

b)

nwg

5.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

De wind zweept het wateroppervlak op tot golven en stromingen.

a)

wwg

b)

nwg

6.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

Duizenden kilometers leggen die stromingen over de hele wereld af.

a)

wwg

b)

nwg

7.

Is dit een zin met een wwg of een nwg?

De zee wordt dan heel wild.

a)

wwg

b)

nwg

8.

Uit welke delen bestaat het wwg?

Dicht bij de polen drijven gletsjers en ijsschotsen op zee.

a)

polen - drijven

b)

polen - drijven - ijsschotsen

c)

drijven

d)

drijven - op zee

9.

Uit welke delen bestaat het wwg?

Deze ijsschotsen worden via de zeestroom naar warmere streken vervoerd.

a)

worden - streken

b)

worden - vervoerd

c)

streken - vervoerd

d)

vervoerd

10.

Uit welke delen bestaat het wwg?

Soms kunnen ze een afstand van meer dan 100 km afleggen.

a)

kunnen

b)

afleggen

c)

kunnen - afleggen

d)

kunnen - afstand

11.

Uit welke delen bestaat het wwg?

Daarna smelten ze helemaal weg in het warmere water.

a)

smelten

b)

smelten - weg

c)

smelten - helemaal

d)

helemaal - water

12.

Uit welke delen bestaat het wwg?

Slechts een negende van de totale omvang van een ijsberg bevindt zich boven water.

a)

omvang - boven

b)

omvang - water

c)

bevindt

d)

bevindt - zich

13.

Uit welke delen bestaat het nwg?

IJsbergen blijken al eeuwen een gevaar voor de scheepvaart.

a)

blijken

b)

blijken - al eeuwen

c)

blijken - al eeuwen een gevaar voor de scheepvaart

d)

blijken - een gevaar voor de scheepvaart

14.

Uit welke delen bestaat het nwg?

Vooral de kleinere brokken zijn verraderlijk.

a)

zijn

b)

zijn - vooral

c)

zijn - verraderlijk

d)

zijn - brokken

15.

Uit welke delen bestaat het nwg?

Ijsbergen lijken niet zo groot.

a)

ijsbergen

b)

lijken

c)

lijken - groot

d)

lijken - niet zo groot

16.

Uit welke delen bestaat het nwg?

Soms wordt een ijsschots kilometers lang.

a)

wordt

b)

wordt - lang

c)

wordt - kilometers lang

d)

lang

17.

Is het een zin met een wwg of een nwg? En waaruit bestaan de delen van het wwg of het nwg?

De zeeën hebben een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van het leven op aarde.

a)

wwg: hebben - leven

b)

wwg: hebben - gespeeld

c)

nwg: hebben

d)

nwg: hebben - van het leven op aarde

18.

Is het een zin met een wwg of een nwg? En waaruit bestaan de delen van het wwg of het nwg?

Het leven speelde zich tot zo'n 400 miljoen jaar geleden alleen in het water af.

a)

nwg: leven - geleden

b)

wwg: speelde

c)

wwg: speelde - zich

d)

wwg: speelde - zich - af

19.

Is het een zin met een wwg of een nwg? En waaruit bestaan de delen van het wwg of het nwg?

Nog altijd zijn de zeeën een bron van leven.

a)

nwg: zijn

b)

nwg: zijn - een bron van leven

c)

nwg: zijn - nog altijd

d)

wwg; zijn - leven

20.

Is het een zin met een wwg of een nwg? En waaruit bestaan de delen van het wwg of het nwg?

Stilaan werden de zeeën belangrijke transportaders in de handel.

a)

wwg: werden - handel

b)

wwg: werden - zeeën

c)

nwg: werden

d)

nwg: werden - belangrijke transportaders in de handel

21.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

In dezelfde periode probeerden ook de amfibieën aan land te gaan.

probeerden =

a)

O

b)

PV

c)

INF

d)

nwd

22.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

In dezelfde periode probeerden ook de amfibieën aan land te gaan.

ook de amfibieën =

a)

O

b)

PV

c)

INF

d)

nwd

23.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

In dezelfde periode probeerden ook de amfibieën aan land te gaan.

te gaan =

a)

PV

b)

VD

c)

adPV

d)

te + INF

24.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

Wetenschappers hebben tot nu toe slechts een deel daarvan beschreven.

beschreven =

a)

INF

b)

VD

c)

PV

d)

NWU

25.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

Wetenschappers hebben tot nu toe slechts een deel daarvan beschreven.

wetenschappers =

a)

PV

b)

O

c)

NWU

d)

nwd

26.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

Wetenschappers hebben tot nu toe slechts een deel daarvan beschreven.

hebben =

a)

PV

b)

adPV

c)

O

d)

wed.vn.

27.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

Ijsschotsen smelten helemaal weg in warmer water.

weg =

a)

PV

b)

NWU

c)

adPV

d)

wed.vn.

28.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

Het leven speelde zich lang geleden vooral in het water af.

zich =

a)

NWU

b)

wed.vn.

c)

adPV

d)

nwd

29.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

De zeeën zijn een belangrijke bron van voedsel.

een belangrijke bron van voedsel =

a)

INF + INF

b)

nwd

c)

NWU

d)

adPV

30.

Benoem het herhaalde zinsdeel.

Nu nog is alle leven in de oceanen aan het evolueren.

aan het evolueren =

a)

aan het + INF

b)

VD + INF

c)

adPV

d)

NWU