Font size
WorksheetsLijdend voorwerp (zelfstandig)
Total questions: 25
Worksheet time: 50mins
Wat is het lijdend voorwerp?
Heeft jouw zus de plantjes water gegeven?
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Anne verdeelt de pizza met haar zus.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De schipper bestuurt een schip.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Een juf geeft les aan kinderen.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De jongen koopt een nieuwe fiets.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De visser gooit zijn dobber in het water.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Gisteren gaf mijn vader tien euro aan mijn zus.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Patrick vertelt een spannend verhaal.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Caleb bindt Evert vast aan zijn stoel.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Volgende week geven we een feestje.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Heb jij een blokkendoos van Geert gekregen?
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Mijn Belgische neven hebben nooit een zak friet gegeten.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De stoute kat mocht zijn eigenwijze baasje een kopje geven.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De auto wilden zij vorig jaar uitlenen aan die onbetrouwbare buren.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De organisatie van de tocht zal alle wandelaars een warme maaltijd aanbieden.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De slager had die hamburgers alsnog aan de klant kunnen verkopen.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Wie heeft de oude tafel uit huis gezet?
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De oude schipper mocht zijn jarige dochter een ansichtkaart sturen.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Mijn kat zal zeker een muis uit het bos voor Karel meebrengen.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Die oude kast zou zeker een nieuw verfje kunnen gebruiken.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Wilde oom Thies vanochtend een ontbijt maken voor moeder?
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Zij mochten gisteren alle prijzen aan de kinderen geven.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Zou Bram na zijn bezoek aan de tandarts wel een appel mogen eten?
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Ik wilde vorige week een knuffel geven aan die mooie dame.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Dit mooie schilderij mag ik aan niemand tonen.
(a)
