Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bouwstenen van de literatuur

Total questions: 17

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Meestal wordt de ... voor een probleem geplaatst dat hij moet oplossen. Dit personage is de belangrijkste figuur. Rond dit personage draait het hele gebeuren.

a)

figurant

b)

protagonist

c)

antagonist

d)

nevenfiguur

2.

De ... of tegenspeler maakt het de protagonist moeilijker of onmogelijk om zijn doel te bereiken. In klassieke verhalen is de ... een slechterik die de protagonist tegenwerkt. Dit personage heeft een belangrijke invloed op de protagonist en is dikwijls de directe aanleiding voor een crisis.

a)

nevenfiguur

b)

antagonist

c)

figurant

d)

hoofdrolspeler

3.

De ... kunnen verschillende rollen spelen. Ze zijn de helpers of tegenstanders van het hoofdpersonage. Over hen kom je minder te weten. Ze hebben meestal slechts een of twee duidelijke karaktertrekken en reageren vaak op dezelfde manier.

(a)  

4.

Ten slotte zijn er de ... . Zij zijn personages die kleur geven aan de achtergrond. Ze zijn niet echt belangrijk voor het verhaal.

(a)  

5.

Deze personages of karakters tonen verschillende karaktertrekken. Ze maken vaak ook een evolutie mee. Zij worden ... genoemd.

(a)  

6.

Deze personages of karakters hebben vaak een uitvergrote eigenschap. Ze zijn vast en onveranderlijk (= stereotiep). Zij worden ... genoemd.

(a)  

7.

De middeleeuwen is een voorbeeld van ...

a)

verteltijd

b)

vertelde tijd

c)

kalendertijd

d)

ruimte

8.

Ik doe er tien minuten over om het verhaal te lezen. Dit noem ik de ...

(a)  

9.

In het verhaal volgen we een jonge vrouw gedurende haar zwangerschap. Die negen maanden noemen we de ...

(a)  

10.

Vader en moeder verblijven in een hotel in Spanje. Dit is een voorbeeld van ...

a)

sfeerscheppende ruimte

b)

geografische ruimte

c)

symbolische ruimte

d)

sociale ruimte

11.

Het verjaardagsfeest van Marie-Eline wordt gevierd op het jacht van haar oom. Dit is een voorbeeld van ...

a)

geografische ruimte

b)

sfeerscheppende ruimte

c)

sociale ruimte

d)

symbolische ruimte

12.

Bilal zakte samen met zijn vrouw af naar Parijs. Eenmaal onder de Eiffeltoren presenteerde hij haar de echtscheidingspapieren. Dit is een voorbeeld van ...

a)

sociale ruimte

b)

sfeerscheppende ruimte

c)

geografische ruimte

d)

symbolische ruimte

13.

Louis zat eenzaam te huilen op zolder, omringd door spinnenwebben en gaten in de houten vloer. De zolder was net zo leeg als Louis. Dit begint problematisch te worden... Dit is een voorbeeld van ...

a)

sociale ruimte

b)

sfeerscheppende ruimte

c)

symbolische ruimte

d)

geografische ruimte

14.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Je beleeft alles rechtstreeks mee. Je kruipt als het ware in de huid van het personage. Het verhaal wordt verteld vanuit de derde persoon enkelvoud (hij, zij).

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller

15.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Je beleeft alles rechtstreeks mee. Je kruipt als het ware in de huid van het personage. Het verhaal wordt verteld vanuit de eerste persoon enkelvoud (ik).

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller

16.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Je kruipt in de huid van een personage en blikt terug op een moment in zijn leven. Zo volg je het verhaal meer van op afstand.

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller

17.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Je volgt het verhaal vanop een afstand. Soms lijkt het wel een kille, gevoelloze observatie.

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller