Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Language support Nederlands (A-I)

Total questions: 71

Worksheet time: 1hrs 11mins

Name
Class
Date
1.

geloofwaardig, acceptabel

(a)  

2.

aanmoedigen (tot); stimuleren om iets te doen

(a)  

3.

voortdurende of vaak voorkomende afwezigheid

(a)  

4.

algemeen, niet tastbaar, niet concreet

(a)  

5.

opstapelen, verzamelen

(a)  

6.

nauwkeurig, zorgvuldig, correct

(a)  

7.

op de mededelingenborden, op de uithangborden aan de muren

(a)  

8.

concluderen, besluiten/de aandacht kwijt zijn

(a)  

9.

beëindigen, besluiten/einde, besluit van

(a)  

10.

laten nakijken, beoordelen, checken

(a)  

11.

(militair) bondgenootschap, samenwerkingsverband, samengaan van 2 scholen, bedrijven...

(a)  

12.

afwisselen/andere keuze, andere mogelijkheid

(a)  

13.

de eigenschap om veel te willen bereiken/ijverig, veel willen bereiken

(a)  

14.

overeenkomst, vergelijking

(a)  

15.

(de) ambitie/ambitieus

(a)  

16.

verwachten, voorkomen, vooruitkijken, vooruitlopen op

(a)  

17.

willekeurig, zoals het toevallig uitkomt

(a)  

18.

Onderdeel of element van een zaak

(a)  

19.

zelfverzekerd, zelfbewust, weerbaar, in staat om voor zichzelf op te komen

(a)  

20.

in verband brengen met, vergelijken met

(a)  

21.

houding, gedrag; de manier waarop men over iets of iemand denkt

(a)  

22.

zelfstandigheid, van een land of van een persoon

(a)  

23.

weerzin, afkeer, tegenzin, walging, gruwel

(a)  

24.

de kleinigheid minimaliseren, iets als een bagatel of bijkomstigheid voorstellen

(a)  

25.

het engagement/erbij horen, ermee te maken hebben, begaan zijn met

(a)  

26.

waarneming na onderzoek/aanwezig zijn

(a)  

27.

het recht om iets te doen/iets mogen doen

(a)  

28.

tegenwerping, bedenking, de belemmering, de tegenkanting

(a)  

29.

opleveren, geven

(a)  

30.

opleveren, geven

(a)  

31.

voortdurend, langdurend

(a)  

32.

de eis, de bewering-eisen, beweren

(a)  

33.

samenhangend, logisch

(a)  

34.

vaardigheid, deskundigheid/bekwaam, deskundig

(a)  

35.

onderdeel, deel van een geheel

(a)  

36.

begrip, idee, ontwerp

(a)  

37.

duidelijk, tastbaar

(a)  

38.

overeenstemmend met, in orde

(a)  

39.

overeenkomst, gelijke opvatting

(a)  

40.

gevolg/vaak in mv gebruikt

(a)  

41.

Samenhang, overeenstemming.

(a)  

42.

opschudding, verbijstering

(a)  

43.

opbouwend, waar je iets aan hebt, bruikbaar, nuttig

(a)  

44.

tegenspraak, tegenstrijdigheid

(a)  

45.

geschilpunt

twistpunt

meningsverschil

(a)  

46.

traditioneel, ouderwets, volgens de gewoonte

(a)  

47.

verband waarbij dingen elkaar direct beïnvloeden

(a)  

48.

leerplan/studieprogramma,

samenhangend geheel van studieonderdelen die samen een opleiding vormen

(a)  

49.

ironie, sarcasme, bitterheid.

Gebrek aan vertrouwen in de goede bedoelingen van mensen.

(a)  

50.

overdreven rijk of duur

(a)  

51.

Het afleiden van een nieuwe stelling, bewering of hypothese uit bestaande stellingen of theorieen

(a)  

52.

Overdragen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan een hierarchisch lager orgaan in de organisatie.

Werk of taken door iemand anders laten uitvoeren.

(a)  

53.

Laten merken dat je iemand onbelangrijk en waardeloos vindt.

(a)  

54.

Synoniem: toch, ondanks dat

(a)  

55.

Gesprek tussen 2 mensen of 2 partijen.

(a)  

56.

Een situatie waarbij 2 dingen niet overeenstemmen.

(a)  

57.

Het achterstellen van mensen, omdat ze bijvoorbeeld een andere godsdienst of huidskleur of andere gewoonten hebben.

(a)  

58.

Les geven aan studenten, onderwijs geven.

(a)  

59.

Een identiek tweede exemplaar maken van iets.

(a)  

60.

Synoniemen: daarentegen, aan de andere kant, toch, maar, desalniettemin, nochtans.

(a)  

61.

Synoniem: doeltreffend, daadwerkelijk, werkelijk

(a)  

62.

met veel en snel resultaat

(a)  

63.

wat met hevige gevoelens te maken heeft

(a)  

64.

heel belangrijk

(a)  

65.

Iets wat te maken heeft met schoonheid, mooi en verfijnd is, als kunstvol of aangenaam om naar te kijken wordt ervaren

(a)  

66.

als iets verband houdt met normen over wat goed en slecht is

(a)  

67.

Heel anders dan normaal en daardoor opvallend.

(a)  

68.

Synoniemen: bijzonder, buitengewoon, uitmuntend, uitzonderlijk

(a)  

69.

Iets met hele duidelijke woorden zeggen en er sterk de nadruk op leggen zodat het zeker is dat men begrijpt wat er gezegd wordt en beseft dat het belangrijk is.

(a)  

70.

Synoniemen: samenvattend overzicht, totaalbeeld, synopsis, uiteenzetting.

(a)  

71.

van buiten

(a)