wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V1 T2 Alles over dieren

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
2.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
3.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
4.
Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.
a)
Juist
b)
Onjuist
5.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

6.

De lever hoort bij het .......

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

7.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

8.

Wat is de functie van nummer 4?

a)

Het verplaatsen van de tafel.

b)

Het bijstellen van het licht.

c)

Het scherp zetten van het beeld

d)

Het draaien van de objectieven.

9.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
10.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
11.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
12.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
13.

Wat is nummer 5?

a)

Maag

b)

Lever

c)

Hart

d)

Dikke darm

14.

Wat is nummer 8?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Nier

15.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

16.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
17.
Dit is een dwarsdoorsnede van...
a)
de buikholte (onder het middenrif)
b)
de borstholte
c)
de buikholte (ter hoogte van de navel)
18.

De borstholte en de buikholte worden door een orgaan afgescheden. Welk orgaan is dat?

(a)  

19.

Welk onderdeel van de cel regelt wat er in de cel gebeurt?

a)

Celkern

b)

Kernmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Bladgroenkorrels

20.

Wat is een chromosoom?

a)

een draad in de celkern die informatie bevat voor erfelijke eigenschappen van een organisme

b)

een aantal draden in de celkern, er is er een van je vader en een van je moeder afkomstig

21.

wat is een gen?

a)

wat de informatie is voor al je erfelijke eigenschappen

b)

bijvoorbeeld je haarkleur is bruin

c)

de informatie voor 1 erfelijke eigenschap

22.

Wat is DNA?

a)

een afkorting van de naam van de stof waaruit chromosomen zijn opgebouwd

b)

een erfelijke eigenschap van de mens

c)

DNA is je uiterlijk

23.

Je geslacht wordt bepaald bij de bevruchting van de eicel door de zaadcel: XX is een man en XY is een vrouw

a)

dit is waar

b)

dit is niet waar

24.

alle cellen hebben alle genen: doordat er genen "aan en uit" gezet kunnen worden, ontstaan er verschillende soorten cellen.

a)

dit is waar

b)

dit is niet waar

25.

Waarom heb je celdeling nodig?

a)

Om te kunnen groeien en kapotte cellen te vervangen.

b)

Om dat meer altijd beter is.

c)

Omdat alle cellen snel kapot gaan en er nieuwe nodig zijn.

26.

Een cel gaat delen. In welk antwoord staan de stappen in de juiste volgorde als een cel gaat delen?

a)

Plasmagroei - celdeling - kerndeling

b)

Kerndeling - plasmagroei - celdeling

c)

Celdeling - kerndeling - plasmagroei

d)

Kerndeling - celdeling - plasmagroei

27.

Een 'moeder'cel deelt zich in twee 'dochter'cellen. De dochtercellen ontvangen alle erfelijke eigenschappen van de moedercel.

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Hoeveel chromosomen heeft een lichaamscel van een mens?

a)

23

b)

44

c)

46

29.

Op welk moment in de celcyclus vindt plasmagroei plaats?

a)

Voorafgaande aan de kerndeling.

b)

Na de kerndeling maar voor de celdeling.

c)

Na de celdeling.