wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 - Voortplanting en Ontwikkeling (3TH)

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Waar en hoe worden zaadcellen geproduceerd?

a)

In de zaadblaasjes door meiose

b)

In de teelballen door meiose

c)

In de teelballen door mitose

d)

In de bijballen door mitose

2.

Zaadcellen worden opgeslagen in de (a)  

3.

Welke afbeelding geeft de prostaat aan?

a)
b)
c)
d)
4.

Welk orgaan zorgt voor een erectie bij de man?

a)

Eikel

b)

Urinebuis

c)

Balzak

d)

Zwellichaam

5.

Een eicel die tot rijping komt, noemen we een

a)

Vehikel

b)

Flokikel

c)

Follikel

6.

Met welk nummer is de placenta aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

7.

Bij een bloedtransfusie ontvangt iemand bloed van een donor. In ontwikkelingslanden waar aids veel voorkomt, kun je door een bloedtransfusie besmet raken met het virus hiv.


In Nederland is de kans dat je besmet raakt met hiv via een bloedtransfusie bijzonder klein. Wat is de reden hiervoor?

a)

In Nederland komt bijna geen aids voor, dus kun je niet besmet raken door een bloedtransfusie.

b)

In Nederland wordt het bloed van een donor getest op de aanwezigheid van hiv.

c)

In Nederland slikken seropositieve mensen aidsremmers, waardoor ze anderen niet kunnen besmetten.

8.

Waar vindt de innesteling plaats?

a)

Baarmoeder

b)

Urineblaas

c)

Eierstok

d)

Eileider

9.

Lees de volgende situaties.


1 Bert en Sandra hebben geen geslachtsgemeenschap als Sandra in haar vruchtbare periode zit.

2 Cécil en Marc gebruiken een pessarium zonder zaaddodende pasta als ze geslachtsgemeenschap hebben.

3 Elif heeft een hormoonspiraaltje in haar baarmoeder laten plaatsen.

4 Moïza gebruikt de pil, maar soms vergeet ze hem te slikken.


In welke situatie is de kans op een zwangerschap het kleinst?

a)

Situatie 1

b)

Situatie 2

c)

Situatie 3

d)

Situatie 4

10.

Welk antwoord is waar?

a)

Zaadcellen worden steeds nieuw aangemaakt.

b)

Zaadcellen bevatten veel reservevoedsel.

c)

Zaadcellen kunnen niet zelf bewegen.

11.

Evelien is drie weken zwanger.


Welke uitspraak over het gele lichaam is waar bij Evelien?

a)

Het gele lichaam is in stand gebleven.

b)

Het gele lichaam is bevrucht door een zaadcel.

c)

Het gele lichaam is afgestorven en afgevoerd

12.

Mirte en Ella zijn een eeneiige tweeling.

Door hoeveel zaadcellen en eicellen is hun bevruchting tot stand gekomen?

a)

Twee eicellen en twee zaadcellen.

b)

Twee eicellen en één zaadcel.

c)

Eén eicel en twee zaadcellen.

d)

Eén eicel en één zaadcel.

13.

Hier volgt een aantal kenmerken van een vrouw:


1 Menstrueren.

2 Ovuleren.

3 Het hebben van borsten.

4 Het hebben van beharing rond de geslachtsorganen.

5 Het hebben van eierstokken.

6 Het hebben van een clitoris.


Welke kenmerken worden gerekend tot de primaire geslachtskenmerken?

a)

1 en 2

b)

3 en 4

c)

5 en 6

14.

Een veelvoorkomende geslachtsziekte/SOA is chlamydia.

Deze SOA is te bestrijden met antibiotica, want het wordt veroorzaakt door een bacterie.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Ook de beweeglijkheid van de zaadcellen is belangrijk voor de vruchtbaarheid. Zaadcellen moeten een grote afstand afleggen voordat ze een eicel kunnen bevruchten.

Waar in het voortplantingsstelsel van een vrouw vindt bevruchting plaats?

a)

In de baarmoeder

b)

In de vagina

c)

In de eierstok

d)

In de eileider

16.

Als een vrouw niet zwanger wil raken, kan zij zich laten steriliseren. Door sterilisatie worden delen van het voortplantingsstelsel onderbroken. Er zijn verschillende manieren waarop dit kan gebeuren.

Welk deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw wordt onderbroken bij sterilisatie?

(a)  

17.

Tijdens de menstruatiecyclus wordt baarmoederslijmvlies opgebouwd. Waarvoor dient deze opbouw?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesteling mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

18.

In de tekst staat dat de werking van een zwangerschapstest bestaat uit het aantonen van het hormoon HCG.

Door welk orgaan wordt dit hormoon uit het bloed van de moeder verwijderd?


(klik op afbeelding voor vergroting)

a)

Door de hypofyse

b)

Door de nieren

c)

Door de baarmoeder

19.

Mannetjesvarkens worden ‘beren’ genoemd. Vlees van zulke varkens kan een nare geur hebben, de zogenaamde ‘berengeur’. Deze geur wordt veroorzaakt door een mannelijk geslachtshormoon, androstenon, dat in het vet wordt opgeslagen. Om die reden worden jonge mannetjesbiggen die gefokt worden voor het vlees, gecastreerd. Bij castratie worden de teelballen verwijderd. Met welke letter worden de teelballen aangegeven?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

20.

De anticonceptiepleister of de ‘plakpil’ is een voorbehoedmiddel. In de pleister bevinden zich bepaalde hormonen die via de huid in het bloed worden opgenomen. Deze hormonen beïnvloeden de werking van de eierstokken.


De hormonen in de anticonceptiepleister beïnvloeden de werking van de eierstokken.


Welke andere hormonen beïnvloeden vooral de werking van de eierstokken?

a)

hormonen uit de alvleesklier

b)

hormonen uit de hypofyse

c)

hormonen uit een bijnier

d)

hormonen uit de schildklier

21.

IPCOS is de afkorting van de naam van een aandoening die de meest voorkomende oorzaak is van onvruchtbaarheid bij vrouwen. Bij deze aandoening bevinden zich veel cysten, met vocht gevulde blaasjes, in de eierstokken.


De cysten ontstaan doordat eicellen niet volledig rijp worden. Het gevolg is, dat het vrijkomen van rijpe eicellen uit de eierstokken niet of onregelmatig gebeurt. Ook het optreden van menstruaties is zeer onregelmatig.


Hoe heet het vrijkomen van een rijpe eicel uit een eierstok?

(a)  

22.

Tot welke week van de zwangerschap is het nog toegestaan om abortus te plegen?

a)

7e week

b)

14e week

c)

20e week

d)

23e week

23.

Wat is géén fase van de bevalling?

a)

Ontsluiting

b)

Weeën

c)

Indaling

d)

Uitdrijving

24.

In de afbeelding zie je schematisch hoe twee zaadcellen en twee eicellen ontstaan. De zaadcellen zijn via reductiedeling ontstaan uit dezelfde moedercel. De zaadcellen hebben waarschijnlijk ..... hetzelfde genotype.

a)

wel

b)

niet

25.

Suze heeft net biologieles gehad. In de pauze praat ze met haar vriendinnen nog na over wat ze net van de docent hebben gehoord. Suze zegt tegen haar vriendinnen: 'Als ik genoeg kinderen heb, laat ik me steriliseren. Lijkt me heerlijk, dan word ik tenminste ook niet meer ongesteld.'

Klopt het wat Suze zegt? Leg je antwoord uit. Gebruik in je antwoord het woord 'hormonen'.

4 lines