wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ademhaling klas 2

Total questions: 42

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een belangrijke brandstof in je lichaam?

a)

Bloed

b)

Zuurstof

c)

Glucose

d)

Water

2.

Welke stoffen ontstaan bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Koolstofdioxide en water

d)

Zuurstof en water

3.

Een met een indicator kan je laten zien dat een bepaalde stof ergens inzit. Met welke indicator kan je koolstofdioxide aantonen?

a)

Met kalkwater

b)

met helder kalkwater

c)

met troebel kalkwater

d)

met heldere kalk

4.

Benoem onderdeel 5

a)

luchtpijp

b)

keelholte

c)

slokdarm

d)

bronchie

5.

Benoem onderdeel 3

a)

mondholte

b)

keelholte

c)

luchtpijp

d)

bronchiole

6.

Welke functie heeft het neusslijmvlies?

a)

Lucht bevochtigen

b)

Lucht verwarmen

c)

Lucht bevochtigen en verwarmen

d)

Lucht bevochtigen en lucht keuren (reuk)

7.

Welke spier trekt samen bij een inademing volgens de buikademhaling?

a)

buikspieren

b)

middenrif

c)

binnenste tussenribspieren

d)

buitenste tussenribspieren

8.

Wat is de verslavende stof in sigaretten?

a)

nicotine

b)

ammoniak

c)

teer

d)

menthol

9.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
10.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
11.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig
12.
Nummer 7 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
13.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
14.

Het gas dat bedoeld wordt met pijl A heet

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

stikstof

d)

edelgassen

15.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht vochtiger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht droger wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
16.
Wat de de juiste stand voor ademhalen?
a)
huig in stand 1, strotklepje in stand 1
b)
huig in stand 1, strotklepje in stand 2
c)
huig in stand 2, strotklepje in stand 1
d)
huig in stand 2, strotklepje in stand 2
17.
Hoe heet deel Q?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
18.
Hoe heet deel A?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
19.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
20.

Welke weg legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?

a)

Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie

b)

neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp

c)

neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie

d)

keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie

21.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt
b)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt
c)
De lucht hierdoor warmer ,vochtiger en geroken wordt
d)
De lucht hierdoor gezuiverd,droger en kouder wordt
22.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
nieren
d)
geen van de drie
23.

In de lucht die we uitademen zit ...... dan in de lucht die we inademen.

a)

meer zuurstof

b)

meer koolstofdioxide

c)

minder koolstofdioxide

d)

minder stikstof

24.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

25.

wat zie je hier

a)

de longblaasjes

b)

de luchtpijp

c)

de bronchien

d)

de luchtpijptakjes

26.

Benoem cijfertje 1.

a)

Longblaasjes

b)

Luchtpijp

c)

Longtak

d)

Longhaarvaten

27.

Wat is de naam van het orgaan bij de pijl?

a)

keelholte

b)

mondholte

c)

neusholte

28.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

29.

Welk gas wordt er opgenomen in de longblaasjes?

a)

Stikstof

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

30.

Bloed dat naar de longblaasjes toestroomt is ...

a)

Zuurstofarm

b)

Zuurstofrijk

c)

Het is gewoon bloed

31.

In de bronchiën vindt gaswisseling plaats

a)

waar

b)

niet waar

32.

Hoe noem je het verversen van de lucht in de longen

a)

verbranding

b)

ademhaling

c)

gaswisseling

d)

hoesten

33.

Hoe krijg je vuil uit de longen?

a)

vuil plakt aan slijm en wordt door trilhaarcellen naar de keelholte gebracht

b)

vuil plakt aan slijm en dat snuit je uit je neus

c)

vuil plakt aan haren en die scheer je weg

d)

vuil komt in de longblaasjes en gaan daar het bloed in

34.
De voornaamste functie van het strotteklepje is:
a)
geen voedsel via mondholte naar neusholte laten    gaan
b)
geen voedsel via mondholte naar luchtpijp laten    gaan
c)
geen lucht via mondholte naar slokdarm laten gaan
d)
geen lucht via neusholte naar slokdarm laten gaan
35.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
36.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
37.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
38.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
39.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
40.

Wat kan ik aantonen met helder kalkwater?

a)

zuurstof

b)

stikstof

c)

koolstodioxide

d)

helium

41.
Wat gebeurt er met het helder kalkwater tijdens dit proefje?
a)
het kalkwater verdwijnt
b)
het kalkwater gaat stinken
c)
het kalkwater doet niks
d)
het kalkwater wordt troebel
42.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging