NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsK9 Bloed en bloedsomloop
Total questions: 43
Worksheet time: 22mins
Name
Class
Date
1.
Op deze afbeelding zie je
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
2.
De cellen met een paarse kern zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
3.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
4.
De draden waar bij een wondje een korstje van komt worden gemaakt door
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
5.
De pijltjes in de afbeelding wijzen naar de
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
6.
De cellen in deze afbeelding zijn voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
7.
De cellen die aangewezen worden in deze afbeelding zijn voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
8.
De cel die midden in deze afbeelding ligt, is voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
9.
De vloeistof die nu boven in de buis zit, is voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
10.
Als het bloed bij een wondje niet meer stolt, kan dat
a)
leukemie zijn
b)
hemofilie zijn
c)
door een hartinfarct komen
11.
Het bloed in bloedvat C heeft
a)
een hoge bloeddruk
b)
een lage bloeddruk
12.
Welke bloedsomloop zie je in deze figuur helemaal?
a)
grote bloedsomloop
b)
kleine bloedsomloop
c)
allebei
d)
geen van tweeën
13.
Hoe heet onderdeel A in deze figuur?
a)
rechterboezem
b)
linkerboezem
c)
rechterkamer
d)
linkerkamer
14.
Hoe heet onderdeel B in deze figuur?
a)
rechterboezem
b)
linkerboezem
c)
rechterkamer
d)
linkerkamer
15.
Hoe heet onderdeel C in deze figuur?
a)
rechterboezem
b)
linkerboezem
c)
rechterkamer
d)
linkerkamer
16.
Hoe heet onderdeel D in deze figuur?
a)
rechterboezem
b)
linkerboezem
c)
rechterkamer
d)
linkerkamer
17.
Wel nummer geeft de hartkleppen aan?
a)
12
b)
19
c)
20
d)
4
18.
Wel nummer geeft de longslagader aan?
a)
12
b)
3
c)
5
d)
4
19.
Door welk nummer stroomt O2-rijk bloed van de longen terug naar het hart?
a)
12
b)
3
c)
5
d)
4
20.
De bloedvaten met een rode kleur bevatten bloed met
a)
veel zuurstof
b)
veel koolstofdioxide
c)
veel hormonen
d)
veel warmte
21.
De bloedvaten met een blauwe kleur bevatten bloed met
a)
veel zuurstof
b)
veel koolstofdioxide
c)
veel hormonen
d)
veel warmte
22.
In deze maag zie je cholestrolrijke producten. Cholesterol is een
a)
eiwit
b)
vet
c)
koolhydraat
d)
zetmeel
23.
In deze maag zie je cholestrolrijke producten. Cholesterol is niet alleen maar slecht. Het is ook nodig als
a)
brandstof
b)
bouwstof
c)
beschermende stof
d)
reservestof
24.
Hoe het het bloedvat dat aangegeven wordt met P?
a)
aorta
b)
longader
c)
kransslagader
d)
longslagader
25.
Hoe het het bloedvat dat aangegeven wordt met S?
a)
armslagader
b)
longader
c)
armader
d)
holle ader
26.
Hoe het het bloedvat dat aangegeven wordt met Q?
a)
beenslagader
b)
beenader
c)
aorta
d)
holle ader
27.
Welk nummer geeft de poortader aan?
a)
6
b)
7
c)
16
d)
15
28.
Bloedvat B is een
a)
slagader
b)
ader
c)
haarvat
29.
Bloedvat A is een
a)
slagader
b)
ader
c)
haarvat
30.
Bloedvat B brengt het bloed
a)
van het hart af
b)
naar het hart toe
31.
Bloedvat C brengt het bloed
a)
van het hart af
b)
naar het hart toe
32.
Bloedvat B heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
33.
Bloedvat C heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
34.
Dit wand van dit bloedvat is het dunst van de drie soorten
a)
slagader
b)
ader
c)
haarvat
35.
Bij de grote punt naar boven in de figuur van een hartslag.
a)
trekken de kamers samen
b)
trekken de boezems samen
c)
is er een hartpauze
36.
Bij de kleine punt naar boven in de figuur van een hartslag.
a)
trekken de kamers samen
b)
trekken de boezems samen
c)
is er een hartpauze
37.
In deze afbeelding zie je een voorbeeld van
a)
leukemie
b)
spataderen
c)
hemofilie
38.
Deze afbeelding gaat over
a)
een hartinfarct
b)
hartritmestoornissen
c)
een hemofiliepatiënt
39.
Als dit zichtbaar is op een hartfilmpje, dan heeft de patiënt
a)
een hartinfarct
b)
spataderen
c)
een hartritmestoornis
40.
Welke figuren geven de oorzaak van spataderen aan?
a)
de bovenste rij
b)
de onderste rij
c)
geen van beide rijen
41.
Een bypassoperatie wordt gedaan bij
a)
een verstopping van een kransslagader
b)
een verstopping van een kransader
c)
een verstopping van de aorta
d)
een niet werkende hartklep
42.
Er worden veel donoren met bloedgroep 0 gezocht want
a)
bloedgroep 0 kan aan alle andere bloedgroepen geven
b)
er zijn veel patiënten met bloedgroep 0
c)
in bloedgroep 0 zitten meestal meer rode bloedcellen
d)
bloed van bloedgroep 0 is minder kwetsbaar voor infecties
43.
Het bloed in nummer 7 is
a)
rijk aan voedingsstoffen
b)
rijk aan zuurstof
c)
arm aan voedingsstoffen
d)
arm aan koolstofdioxide
Reset
