Font size
WorksheetsHerhaling theorie Taalverrijking
Total questions: 22
Worksheet time: 8mins
Een afleiding maak je door een stukje voor of achter een woord te plakken.
waar
niet waar
Een voorvoegsel wordt achter het woord geplakt.
waar
niet waar
Het stukje dat aan een woord wordt geplakt heet een voor- of achtervoegsel.
waar
niet waar
Selecteer de afleiding.
vakantie
school
verliefdheid
pinguïn
Wat betekent het voorvoegsel 'her'?
juist niet
opnieuw
oud
Wat betekent het achtervoegsel '-achtig'?
de manier van / ongeveer zoals
dit geeft een verkleinwoord aan
'net als'
'zonder'
Als je twee of meer woorden achter elkaar plakt, maak je een samenstelling.
waar
niet waar
Een samenstelling schrijf je altijd aan elkaar vast.
waar
niet waar
Tussen de twee zelfstandige naamwoorden komt soms een ‘s’, ‘en’ of een koppelteken te staan.
waar
niet waar
Selecteer de twee samenstellingen.
kunstschilder
verftube
veiling
cappuccino
In welke samenstelling staat een bijvoeglijk naamwoord.
gebruikmaken
vormgeven
hogeschool
voorop
Vaktaal is, voor mensen die niet bekend zijn met het vak, vaak moeilijk te volgen.
waar
niet waar
Waar zal vaktaal voorkomen? Selecteer de twee juiste antwoorden.
In een gesprek tussen twee collega's
in een plaatselijke krant
in een vakblad
in een talkshow op televisie
Het Standaardnederlands is de officiële taal van school, televisie, kranten en boeken.
waar
niet waar
Dialect is hetzelfde als Standaardnederlands.
waar
niet waar
Die verwijst naar 'het-woorden'.
waar
niet waar
'Dat’ verwijst naar het-woorden.
waar
niet waar
'Wat' verwijst naar woorden waar je geen lidwoorden voor kunt zetten en als het verwijst naar een hele zin.
niet waar
waar
Het betrekkelijk voornaamwoord (bt vnw) verwijst terug naar een woord, woordgroep of een zin die vlak daarvoor is genoemd
waar
niet waar
Je schrijft ‘met wie’ als het om een persoon gaat.
waar
niet waar
Je gebruikt ‘waarmee’ als het om een ding of een dier gaat.
waar
niet waar
Je schrijft ‘met wie’ als het om een ding of dier gaat.
waar
niet waar
