wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal Actief 4 - Taal - Thema 3 - Groep 8

Total questions: 36

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

De indruk.

a)

de tijdspanne

b)

het tafereel

c)

de impressie

d)

de pook

2.

Iets wat bijzonder de moeite waard is om te bekijken.

a)

de bezienswaardigheid

b)

de impressie

c)

het dashboard

d)

de mentaliteit

3.

Een afbeelding van een situatie waar je een tijdje naar kijkt op een schilderij, een foto of in het echt.

a)

de pook

b)

het tafereel

c)

de impressie

d)

de tijdspanne

4.

Uitgebreid, met veel woorden.

a)

beknopt

b)

luxueus

c)

primitief

d)

uitvoerig

5.

Kort, met zo min mogelijk woorden.

a)

beknopt

b)

uitvoerig

c)

impressie

d)

tafereel

6.

Iets wat over is.

a)

legendarisch

b)

de mentaliteit

c)

de verontreiniging

d)

het overblijfsel

7.

Net als in een legende.

a)

legendarisch

b)

mentaliteit

c)

mentaliteit

d)

rampzalig

8.

Weggaan omdat je bang bent of je schaamt.

a)

het overblijfsel

b)

rampzalig

c)

afdruipen

d)

ontglippen

9.

Ellendig, heel erg.

a)

afdruipen

b)

rampzalig

c)

hakkelen

d)

manoeuvreren

10.

De manier waarop je denkt en voelt.

a)

het tafereel

b)

de impressie

c)

de verontreiniging

d)

de mentaliteit

11.

De vervuiling

a)

de verontreiniging

b)

rampzalig

c)

het overblijfsel

d)

de impressie

12.

Weinig geld hebben, arm zijn.

a)

de knoop doorhakken

b)

het niet breed hebben

c)

de tijd vliegt

d)

in beslag nemen

13.

Denken dat iemand of iets minder goed is dan hij of het eigenlijk is.

a)

uitvoerig

b)

beknopt

c)

overschatten

d)

onderschatten

14.

Denken dat iemand of iets beter is dan hij of het eigenlijk is.

a)

onderschatten

b)

impressie

c)

verstrijken

d)

overschatten

15.

Een bord met knoppen en meters rond het stuur van een auto of vliegtuig.

a)

de pook

b)

het dashboard

c)

de contactsleutel

d)

het tafereel

16.

Met deze hendel bedien je de versnelling van een auto.

a)

de pook

b)

de contactsleutel

c)

de tijdspanne

d)

het dashboard

17.

De sleutel die je gebruikt om de auto te starten.

a)

het dashboard

b)

de tijdspanne

c)

de pook

d)

de contactsleutel

18.

Net doen alsof iets of iemand er niet is, er geen aandacht aan schenken.

a)

exclusief

b)

ontglippen

c)

negeren

d)

hakkelen

19.

Bijzonder, speciaal.

a)

exclusief

b)

manoeuvreren

c)

ontglippen

d)

negeren

20.

Een verslag in beeld en/of geluid over iets wat echt gebeurd is.

a)

de pook

b)

de documentaire

c)

de mentaliteit

d)

de tijdspanne

21.

Glijdend ontsnappen.

a)

hakkelen

b)

negeren

c)

ontglippen

d)

manoeuvreren

22.

Met moeite praten, met onderbrekingen.

a)

hakkelen

b)

ontglippen

c)

negeren

d)

exclusief

23.

Een voertuig van richting doen veranderen.

a)

negeren

b)

hakkelen

c)

ontglippen

d)

manoeuvreren

24.

Een beslissing nemen.

a)

in beslag nemen

b)

de knoop doorhakken

c)

het niet breed hebben

d)

overschatten

25.

Gemakkelijk en fijn.

a)

luxueus

b)

primitief

c)

comfortabel

d)

verstrijken

26.

Extra gemakkelijk en fijn

a)

primitief

b)

luxueus

c)

euforisch

d)

comfortabel

27.

Eenvoudig

a)

comfortabel

b)

overbruggen

c)

euforisch

d)

primitief

28.

Een tijd doorbrengen of een afstand afleggen.

a)

overbruggen

b)

verstrijken

c)

de tijdspanne

d)

primitief

29.

Voorbijgaan.

a)

de tijdspanne

b)

overbruggen

c)

verstrijken

d)

primitief

30.

De tijdsduur.

a)

verstrijken

b)

ontrafelen

c)

overbruggen

d)

de tijdspanne

31.

heel blij.

a)

euforisch

b)

exclusief

c)

legendarisch

d)

ontglippen

32.

Ergens naartoe gaan.

a)

ontrafelen

b)

afdruipen

c)

ontglippen

d)

eropuit trekken

33.

oplossen, ontcijferen

a)

euforisch

b)

ontrafelen

c)

manoeuvreren

d)

ontglippen

34.

Manier van denken.

a)

de gedachtegang

b)

de documentaire

c)

de impressie

d)

de pook

35.

in bezit nemen

a)

euforisch

b)

ontrafelen

c)

de knoop doorhakken

d)

in beslag nemen

36.

De tijd gaat heel snel voorbij

a)

de knoop doorhakken

b)

de tijd vliegt

c)

het niet breed hebben

d)

in beslag nemen