wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie klas 1

Total questions: 13

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is inkomen?

a)

Dit is het rentebedrag dat je krijgt van de bank.  

b)

Geld dat je te besteden hebt.  

c)

Geld dat je verdient of krijgt.  

d)

Loon of salaris

2.

Je uitgaven zegt iets over wat je met geld doet  

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Goederen zijn niet tastbare producten 

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Wat voor soort inkomen krijgt Chris:

Chris heeft een eigen bedrijf. Hij krijgt…. 

a)

Uitkering

b)

Winst

c)

Loon

5.

Welk begrip zoek ik:

Terugbetalen van geleend geld

(a)  

6.

Welk begrip zoek ik:

Een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor komende periode

(a)  

7.

Waarom gebruiken bedrijven reclame?

a)

Bedrijven willen je overhalen om hun product te kopen

b)

De consument wil jou producten verkopen

c)

Zodat de producent weet welke producten er te koop zijn

8.

Wat is een voorbeeld van dagelijkse uitgave?

a)

telefoon abonnement

b)

boodschappen

c)

vakantie

9.

Wat bereken je met een verhoudingstabel?

a)

Procenten

b)

Gemiddelde

c)

Wat je per week verdient

10.

Hoeveel weken zitten er in een jaar?

a)

12

b)

25

c)

52

d)

60

11.

Hoeveel maanden zitten er in een jaar?

a)

12

b)

20

c)

52

d)

60

12.

Welk begrip zoek ik:

Niet-tastbare producten. Iemand die iets voor jou doet, levert een .....

a)

Goederen

b)

Dienst

c)

Budget

d)

Consument

13.

Welk begrip zoek ik?

Het geld dat je kunt uitgeven

(a)