Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica 3 - leerjaar 2

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

Wij willen aan mijn moeder mooie bloemen geven.

a)

Wij

b)

willen geven

c)

aan mijn moeder

d)

mooie bloemen

2.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

De leerling geef ik een schop.

a)

De leerling

b)

geef

c)

ik

d)

een schop

3.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

De directeur gaf haar een mooi cadeau.

a)

De directeur

b)

gaf

c)

haar

d)

een mooi cadeau

4.

Noteer het meewerkend voorwerp uit deze zin.

Het vakantiewerk heeft ons vijftig euro opgeleverd.

(a)  

5.

Noteer het meewerkend voorwerp uit deze zin.

Belangstellenden worden inlichtingen verstrekt door de directeur.

(a)  

6.

Welk(e) woord(en) vormt(en) de bijwoordelijke bepaling(en)?

Volgende week moet je hem maar gaan helpen.

a)

moet gaan helpen

b)

maar

c)

volgende week en maar

d)

hem

7.

Welk(e) woord(en) vormt(en) de bijwoordelijke bepaling(en)?

Dat jaar ben ik vaak ziek geweest.

a)

dat jaar

b)

ben geweest

c)

ziek

d)

dat jaar en vaak

8.

Welk(e) woord(en) vormt(en) de bijwoordelijke bepaling(en)?

Door het droge voorjaar is het waterpeil gezakt.

a)

voorjaar

b)

door het droge voorjaar

c)

het waterpeil

d)

gezakt

9.

Hoeveel bijwoordelijke bepalingen zijn er in deze zin?

Na de onweersbui kwam ze snel naar huis.

(a)  

10.

Noteer de bijwoordelijke bepaling uit deze zin.

Zonder geluid kwam hij binnen.

(a)  

11.

Kies uit: werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde.

Mevrouw Jolink is een heel goede docent.

a)

Werkwoordelijk gezegde

b)

Naamwoordelijk gezegde

12.

Kies uit: werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde.

De meisjes zijn aan het tekenen.

a)

Werkwoordelijk gezegde

b)

Naamwoordelijk gezegde

13.

Kies uit: werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde.

De kerktoren lijkt behoorlijk klein.

a)

Werkwoordelijk gezegde

b)

Naamwoordelijk gezegde

14.

Noteer het naamwoordelijk gezegde uit deze zin.

Mevrouw Jolink is een heel aardige vrouw.

(a)  

15.

Noteer het naamwoordelijk gezegde uit deze zin.

Volgens veel mensen is december de gezelligste maand van het jaar.

(a)