WorksheetsGrammatica 3 - leerjaar 2
Total questions: 15
Worksheet time: 11mins
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Wij willen aan mijn moeder mooie bloemen geven.
Wij
willen geven
aan mijn moeder
mooie bloemen
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
De leerling geef ik een schop.
De leerling
geef
ik
een schop
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
De directeur gaf haar een mooi cadeau.
De directeur
gaf
haar
een mooi cadeau
Noteer het meewerkend voorwerp uit deze zin.
Het vakantiewerk heeft ons vijftig euro opgeleverd.
(a)
Noteer het meewerkend voorwerp uit deze zin.
Belangstellenden worden inlichtingen verstrekt door de directeur.
(a)
Welk(e) woord(en) vormt(en) de bijwoordelijke bepaling(en)?
Volgende week moet je hem maar gaan helpen.
moet gaan helpen
maar
volgende week en maar
hem
Welk(e) woord(en) vormt(en) de bijwoordelijke bepaling(en)?
Dat jaar ben ik vaak ziek geweest.
dat jaar
ben geweest
ziek
dat jaar en vaak
Welk(e) woord(en) vormt(en) de bijwoordelijke bepaling(en)?
Door het droge voorjaar is het waterpeil gezakt.
voorjaar
door het droge voorjaar
het waterpeil
gezakt
Hoeveel bijwoordelijke bepalingen zijn er in deze zin?
Na de onweersbui kwam ze snel naar huis.
(a)
Noteer de bijwoordelijke bepaling uit deze zin.
Zonder geluid kwam hij binnen.
(a)
Kies uit: werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde.
Mevrouw Jolink is een heel goede docent.
Werkwoordelijk gezegde
Naamwoordelijk gezegde
Kies uit: werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde.
De meisjes zijn aan het tekenen.
Werkwoordelijk gezegde
Naamwoordelijk gezegde
Kies uit: werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde.
De kerktoren lijkt behoorlijk klein.
Werkwoordelijk gezegde
Naamwoordelijk gezegde
Noteer het naamwoordelijk gezegde uit deze zin.
Mevrouw Jolink is een heel aardige vrouw.
(a)
Noteer het naamwoordelijk gezegde uit deze zin.
Volgens veel mensen is december de gezelligste maand van het jaar.
(a)
