wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Dierenrijk oefenen 3K

Total questions: 23

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welk dier heeft geen inwendig skelet?

a)

pijlinktvis

b)

kreeft

c)

zeester

d)

kikker

2.

Welk dier is veelzijdig symmetrisch

a)

dolfijn

b)

mossel

c)

trilworm

d)

oorkwal

3.

Dieren met een exoskelet zijn:

(Selecteer meerdere vakjes)

a)

vissen

b)

mossels

c)

honden

d)

krabben

e)

pijlinktvissen

4.

Welke STAM is het grootst in het dierenrijk wat betreft het aantal diersoorten?

a)

geleedpotigen

b)

chordata

c)

stekelhuidigen

d)

insecten

5.

Tot welke STAM van het dierenrijk behoort het dier in de afbeelding?

a)

vissen

b)

chordata

c)

zoogdieren

d)

amfibieën

6.

In de afbeelding zie je een wants. Deze is:

a)

tweezijdig symmetrisch

b)

veelzijdig symmetrisch

c)

niet symmetrisch

7.

Tot welk STAM behoort onderstaand organisme?

a)

sponzen

b)

gewervelden

c)

neteldieren

d)

geleedpotigen

e)

weekdieren

8.

Bij welke stammen van het dierenrijk zijn de dieren niet symmetrisch en zitten ze vaak vast op de bodem van de zee?

a)

sponzen

b)

neteldieren

c)

weekdieren

d)

stekelhuidigen

9.

Tot welke klasse behoort het dier in de afbeelding?

a)

geleedpotigen

b)

spinachtigen

c)

kevers

d)

insecten

e)

schaaldieren

10.

Dieren die een skelet in hun lichaam hebben noemen we (a)   dieren.

11.

Wie hoort niet thuis bij de gewervelde dieren?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Zoogdieren

d)

Vissen & Vogels

e)

Insecten

12.

Ongewervelden hebben soms een exoskelet. Wat is dat?

a)

Een sterker skelet dan bij zoogdieren

b)

Een tweede skelet voor hun hoofd

c)

Een skelet langs de buitenkant.

d)

Een exotisch skelet

13.

Neteldieren

a)

hebben een skelet

b)

leven op het land

c)

vangen hun prooi met hun klauwen

d)

zijn veelzijdig symmetrisch

14.

Wormen hebben een skelet

a)

Juist

b)

Fout

15.

Dit is een voorbeeld van

a)

eencellige dieren

b)

vogels

c)

geleedpotigen

d)

wormen

16.
Welke cel is de enige cel zonder celwand en met alleen een celmembraan?
a)
een bacterie
b)
een schimmel
c)
een plant
d)
een dier
17.
Welke functie hebben schimmels en bacteriën allebei?
a)
het vormen van bladgroen
b)
het doorgeven van informatie
c)
het opruimen van dode resten
d)
het vormen van sporen
18.
Welke cel heeft geen celkern?
a)
een bacterië 
b)
een schimmel
c)
een plant
d)
een dier
19.
Op basis van welke kenmerken worden de vier grote groepen ingedeeld?
a)
celkern, cytoplasma, celwand
b)
celkern, cytoplasma, celmembraan
c)
celkern, celwand, bladgroenkorrels
d)
celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
20.
Bij welke hoofdafdeling hoort de kwal?
a)
Holtedieren
b)
Kwallen
c)
Weekdieren
d)
Sponzen
21.
Welke drie afdelingen ken je binnen het rijk van de planten?
a)
Wieren, naaktzadigen en sporenplanten
b)
Wieren, sporenplanten en zaadplanten
c)
Wieren, paardenstaarten en zaadplanten
d)
Varens, blaaswieren en zaadplanten
22.

Waarom komen mosplanten in grote groepen voor?

a)

Dan worden ze minder gemakkelijk opgegeten

b)

Op die manier hebben ze meer stevigheid

c)

Ze zijn zo beter beschermd tegen uitdroging

d)

Hun sporen ontkiemen makkelijker wanneer ze in grote hoeveelheden voorkomen

23.

Duid de juiste uitspraken aan

a)

Planten hebben enkel CO2 en H2O nodig

b)

Planten zijn autotrofe organismen

c)

Alle planten zijn meercellig

d)

Als een organisme bladgroen heeft is het een plant

e)

Vleesetende planten zijn geen echte planten