wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het Zenuwstelsel

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit.......

a)

hersenen en zenuwen

b)

alle zenuwen bij elkaar

c)

hersenen en ruggenmerg

d)

ruggenmerg en zenuwen

2.

Het hele zenuwstelsel bestaat uit.....

a)

alle zenuwen bij elkaar

b)

centrale zenuwstelsel en alle zenuwen

c)

ruggenmerg en hersenen

3.

Met welk nummer wordt de celkern aangegeven?

a)

1

b)

3

c)

5

d)

6

4.

Nummer 4 en 5 samen vormen de .....

a)

uitloper

b)

cellichaam

c)

celkern

5.

Welke twee nummers vormen het cellichaam?

a)

3 en 5

b)

6 en 1

c)

2 en 3

d)

1 en 3

e)

1 en 2

6.

Wat is de functie van de uitloper van een zenuwcel?

a)

Impulsen doorgeven aan een andere zenuwcel

b)

Prikkels doorgeven aan een andere zenuwcel

c)

Impulsen opvangen van een andere zenuwcel

d)

Prikkels opvangen van een andere zenuwcel

7.

Wat is de functie van het cellichaam van een zenuwcel?

a)

Impulsen doorgeven aan een andere zenuwcel

b)

Prikkels doorgeven aan een andere zenuwcel

c)

Impulsen opvangen van een andere zenuwcel

d)

Prikkels opvangen van een andere zenuwcel

8.

Waardoor wordt een prikkel opgevangen?

a)
Zenuwcellen in het lichaam
b)
Bloedvaten in het lichaam
c)

Zintuigen in het lichaam

d)
Spieren in het lichaam
9.

Waardoor worden impulsen naar de hersenen gestuurd?

a)

Zenuwcellen

b)
Vitamines en mineralen
c)
Hormonen en enzymen
d)
Bloedvaten en spieren
10.

Het zelf pakken van je telefoon is een (a)   reactie.

11.

Het wegtrekken van je hand onder heet water is een (a)   reactie.

12.

Wat is een reflex?

a)

Een snelle bewuste reactie

b)

Een snelle onbewuste reactie

c)

Een langzame bewuste reactie

d)

Een langzame onbewuste reactie

13.

Wat is de functie van schakelcellen?

a)

Impulsen door zenuwen vervoeren.

b)

Impulsen door het hele lichaam vervoeren.

c)

Impulsen binnen het centrale zenuwstelsel vervoeren.

14.

Hoe noem je de weg die impulsen afleggen bij een reflex?

(a)  

15.

Waarom zijn reflexen vaak zo snel?

a)

Om je lichaam te beschermen tegen beschadigingen.

b)

Om je lichaam snel impulsen te laten vervoeren

c)

Om je lichaam voor te bereiden op beschadigingen.

16.

Hoe noem je invloeden die uit de omgeving komen?

(a)  

17.

Hoe heten de elektrische signalen die via je zenuwen door het lichaam worden vervoerd?

(a)  

18.

Wat kan er gebeuren als zenuwen beschadigd raken?

a)

Ze kunnen minder goed tot geen prikkels meer geleiden.

b)

Ze kunnen minder goed tot geen impulsen meer geleiden.

19.

Waarom kunnen je benen verlamd raken als je de zenuwen bij je ruggenmerg erg beschadigen?

a)

Prikkels worden niet meer naar de spieren gestuurd waardoor deze niet kunnen bewegen.

b)

Prikkels kunnen niet meer van de spieren naar de hersenen worden gestuurd.

c)

Impulsen worden niet meer naar de spieren gestuurd waardoor deze niet kunnen bewegen.

d)

Impulsen kunnen niet meer van de spieren naar de hersenen worden gestuurd.

20.

Waarom gebeurt er bij een reflex eerst een handeling en wordt je er daarna pas bewust van?

a)

Bij een reflex wordt een impuls tegelijk naar de spieren en de hersenen gestuurd; alleen is de weg naar de hersenen langer.

b)

Bij een reflex worden eerst impulsen naar de spieren gestuurd en daarna naar de hersenen.

c)

Bij een reflex worden de impulsen eerst naar de hersenen gestuurd en daarna naar de spieren.