WorksheetsWerkwoorden Wiederholung
Total questions: 6
Worksheet time: 2mins
Name
Class
Date
1.
Wat is de hoofdregel van de normale werkwoorden?
a)
feesttenten
b)
estenten
c)
feessttenten
2.
Wat gebeurd er als ik een normaal werkwoord niet kan uitspreken?
a)
extra 't' tussen stam en uitgang
b)
extra 's' tussen stam en uitgang
c)
extra 'e' tussen stam en uitgang
3.
Welke 3 werkwoorden zijn onregelmatige werkwoorden?
a)
haben
b)
sein
c)
machen
d)
werden
4.
Welke 2 vormen zijn correct?
a)
es regnet
b)
es regnt
c)
ihr rettt
d)
ihr rettet
5.
Welke variant is correct denk je?
a)
du reist
b)
du reisst
c)
du reisest
6.
Begrijp je de werkwoorden nu ietsje beter?
a)
ja, wel al een stukje beter
b)
nee, ik heb nog steeds geen idee! Ik wil graag extra uitleg
100 %
