wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

🔎 NOVA | KT | Thema 2 Stoffen | 2.1 t/m 2.4

Total questions: 48

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

Eigenschappen waaraan je een stof kan herkennen, noem je...

(a)  

2.

Er staan 3 flessen in de kast zonder etiket. In een zit water, in een zit azijn en in een zit wasbenzine. Aan welke eigenschap kun je de stoffen toch VEILIG herkennen?

a)

Geur

b)

Kleur

c)

Smaak

d)

Brandbaarheid

3.

Met welke stofeigenschap kan je makkelijk suiker en zout onderscheiden?

a)

Geur

b)

Kleur

c)

Smaak

d)

Brandbaarheid

4.

Met welke stofeigenschap kan je zilver en goud makkelijk uit elkaar houden?

a)

Geur

b)

Kleur

c)

Smaak

d)

Brandbaarheid

5.

Als we het hebben over de massa van 1 cm3 van een stof, gaat het over...

a)

Dichtheid

b)

Volume

c)

Massa

6.

Stof [ 1 ] heeft een dichtheid van 8,5 g/cm3. Stof [ 2 ] heeft een dichtheid van 3,4 g/cm3. Je krijgt van de twee stoffen een blokje van 1 cm3. Welke stof zal zwaarder wegen?

a)

Stof [ 1 ]

b)

Stof [ 2 ]

c)

Wegen even zwaar

7.

Welke stoffen hebben als toepassing: Schoonmaakmiddel?

a)

Bleek

b)

Paracetamol

c)

Gootsteenontstopper

d)

Cola

e)

Vla

8.

Welke stoffen hebben als toepassing: Voedingsmiddel?

a)

Bleek

b)

Paracetamol

c)

Gootsteenontstopper

d)

Cola

e)

Vla

9.

Links zie je een etiket van ''zuiver bronwater''. Volgens de scheikunde is dit een...

a)

Zuivere stof

b)

Mengsel

10.

Op het plaatje links zie je welke stoffen in icetea zitten. Is icetea een zuivere stof of een mengsel?

a)

Zuivere stof

b)

Mengsel

11.

Links zie je welke stoffen in icetea zitten. Zo'n opsomming van stoffen noem je de...

a)

Ingrediënten

b)

Mengsels

c)

Oplosmiddelen

d)

Suspensies

12.

Chocomelk is een mengsel. Welke woorden passen bij het type mengsel dat chocomelk is?

a)

Suspensie

b)

Oplossing

c)

Troebel

d)

Helder

13.

Hoe noem je een troebel mengsel?

(a)  

14.

Je kan niet door een suspensie heen kijken. Een suspensie is altijd...

(a)  

15.

Siroop is een mengsel. Welke woorden passen bij het type mengsel dat siroop is?

a)

Suspensie

b)

Oplossing

c)

Troebel

d)

Helder

16.

Hoe noem je een helder mengsel?

(a)  

17.

Je kan door een oplossing heen kijken. Een oplossing is altijd...

(a)  

18.

Koffie zetten doe je met een filter. Hoe noem je de restjes die achterblijven in de filter bij nummer 2?

(a)  

19.

Koffie zetten doe je met een filter. Hoe noem je de koffie die door de filter heen is gelopen bij 3?

(a)  

20.

Nummer 1 geeft het oplosmiddel aan dat je gebruikt bij het zetten van koffie.

Welke stof is het oplosmiddel?

a)

Heet water

b)

Koffieprut

c)

Koffiebonen

d)

Filtraat

e)

Residu

21.

Je doet een mengsel door een filter heen.

Er blijkt geen residu in de filter zitten.

Het filtraat is groen en helder.

Het mengsel is een...

a)

Suspensie

b)

Oplossing

22.

Je doet een mengsel door een filter heen.

Er zit een laagje residu in de filter.

Het filtraat bevat nog kleine stukjes die door de filter heen konden. De oplossing is lichtelijk troebel.

Het mengsel is een...

a)

Suspensie

b)

Oplossing

23.

Door heet water op koffiebonen te gieten komen de geur- kleur- en smaakstoffen van de koffiebonen in het water terecht. Dit proces noem je...

(a)  

24.

Bij het zetten van koffie extraheer je de volgende 3 eigenschappen uit de koffiebonen:

a)

Geur

b)

Kleur

c)

Smaak

d)

Dichtheid

e)

Brandbaarheid

25.

Is thee een oplossing of suspensie?

(a)  

26.

Wat is bij het maken van thee het oplosmiddel?

a)

Water

b)

Theeblaadjes

c)

Theezakje

d)

Thee

27.

Wat is bij het maken van thee de filter?

a)

Water

b)

Theeblaadjes

c)

Theezakje

d)

Thee

28.

Wat is bij het maken van thee het residu dat in de filter achter blijft?

a)

Water

b)

Theeblaadjes

c)

Theezakje

d)

Thee

29.

Wat is bij het maken van thee het filtraat dat door de filter heen gaat?

a)

Water

b)

Theeblaadjes

c)

Theezakje

d)

Thee

30.

Is thee een oplossing of suspensie?

(a)  

31.

Als we het hebben over hoe zwaar een stof is, hebben we het over de...

(a)  

32.

Als we het hebben over hoe veel ruimte een stof inneemt, hebben we het over het...

(a)  

33.

Welke eenheden horen bij massa?

a)

kg

b)

g

c)

g/cm3

d)

L

e)

ml

34.

Welke eenheden horen bij het volume van een vloeistof?

a)

kg

b)

cm3

c)

g/cm3

d)

L

e)

ml

35.

Welke eenheid hoort bij het volume van een vaste stof?

a)

kg

b)

cm3

c)

g/cm3

d)

L

e)

ml

36.

Welke eenheid hoort bij de dichtheid?

a)

kg

b)

cm3

c)

g/cm3

d)

L

e)

ml

37.

1 kg = .... ? .... gr

(a)  

38.

45 cm3 = ... ? ... ml

(a)  

39.

500 ml = ... ? ... L

(a)  

40.

Welk meetinstrument gebruik je om de massa van een stof te meten?

(a)  

41.

Welke formule gebruik je om het volume te berekenen van een rechthoekig voorwerp?

a)

massa : volume

b)

lengte x breedte x hoogte

c)

eindstand - beginstand

42.

Welke formule gebruik je om het volume te berekenen van een onregelmatig voorwerp bij de onderdompelmethode?

a)

massa : volume

b)

lengte x breedte x hoogte

c)

eindstand - beginstand

43.

Wat is de dichtheid van water?

a)

1 cm3

b)

1 g/cm3

c)

0,5 g/cm3

d)

0,1 g

e)

2 g/cm3

44.

Welke formule gebruik je om de dichtheid te berekenen van een voorwerp?

a)

massa : volume

b)

lengte x breedte x hoogte

c)

eindstand - beginstand

45.

Een stof heeft een dichtheid van 0,8 g/cm3. Als je deze in het water gooit zal de stof...

a)

zinken

b)

zweven

c)

drijven

46.

Een stof heeft een dichtheid van 3,6 g/cm3. Als je deze in het water gooit zal de stof...

a)

zinken

b)

zweven

c)

drijven

47.

Ebbenhout is een donkere houtsoort die gebruikt wordt om zwarte schaakstukken van te maken. Een van deze schaakstukken heeft een massa van 75 g en een volume van 68 cm3.

Bereken de dichtheid in g/cm3

(a)  

48.

Wat bereken je door de formule massa / volume te gebruiken?

a)

dichtheid

b)

volume

c)

massa