wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ordening

Total questions: 74

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Kijk goed naar de afbeelding en maak de zin af. Dit zijn ...

a)

eencelligen en hebben geen celwand

b)

eencelligen en hebben een celwand

c)

meercelligen en hebben geen celwand

d)

meercelligen en hebben een celwand

2.

Kijk goed naar de afbeelding. Je ziet hier een celdeling van een bacterie. Deze bacterie deelt zich elke 20 minuten. Hoeveel bacteriën zijn er na 2 uur als 1 bacterie zich op deze manier steeds delen kan?

a)

8

b)

16

c)

32

d)

64

3.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

4.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

5.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

6.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan fotosynthese doen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

7.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

8.

Hoeveel zaden/vruchten van bedektzadigen zie je hier?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

9.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke dieren zien we?

a)

ongewervelden, geleedpotigen

b)

ongewervelden, reptielen

c)

gewervelden, reptielen

d)

gewervelden, geleedpotigen

10.

Je ziet hier 2 ijsberen. Welke aanpassingen hebben ijsberen dat zij goed kunnen overleven in op de Noordpool?

a)

ze zijn koudbloedig en hebben een dikke vacht

b)

ze zijn koudbloedig en lopen op hun hele voet

c)

ze zijn warmbloedig en hebben een dikke vacht

d)

ze zijn warmbloedig en lopen op hun hele voet

11.

Een zebra leeft in warme gebieden. Zou een zebra ook in koude gebieden (Alaska, Noordpool) kunnen leven? En een krokodil?

a)

zebra wel, krokodil wel

b)

zebra wel, krokodil niet

c)

zebra niet, krokodil wel

d)

zebra niet, krokodil niet

12.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- huid met vacht

- levendbarend

- planteneter

Welke groep is dit?

a)

reptielen

b)

amfibiën

c)

geleedpotigen

d)

zoogdieren

13.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- geen vacht

- bestaat uit laagjes (geledingen)

- heeft 10 poten, waarvan 2 fungeren als vorken en grijpers

a)

insecten

b)

spinnen

c)

krabben /kreeftachtigen

d)

duizendpoten

14.

Welk kenmerk hebben gewervelden allemaal?

a)

Een inwendig skelet van kalk

b)

Leggen eieren met een schaal

c)

Hebben een huid met een vacht

d)

Hebben allemaal een skelet van alleen maar botweefsel

15.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

16.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
17.

Met welk nummer is het DNA weergegeven?

a)

4

b)

8

c)

5

d)

3

18.

Welke afdeling heeft geen wortels, geen bladeren en geen stengels?

a)

Sporenplanten

b)

Bedektzadigen

c)

Mossen

d)

Wieren (algen)

19.

Er is een groep planten met vaatbundels en waar de sporen in sporenvormende orgaantjes liggen. Welke?

a)

Mossen

b)

Varens

c)

Paardenstaarten

d)

Naaktzadigen

e)

Bedektzadigen

20.

Bij welke afdeling hoort deze plant?

a)

Naaktzadigen

b)

Bedektzadigen

c)

Planten

d)

Zaadplanten

21.

Bij welke afdeling hoort een kikker?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Gewervelden

d)

Dieren

22.

Welke groepen horen bij de weekdieren?

a)

Kwallen

b)

Intvissen

c)

Octopussen

d)

Slakken

e)

Schelpdieren

23.

Welke van onderstaande dieren zijn skeletloos?

a)

Slakken

b)

Regenwormen

c)

Octopussen

d)

Kwallen

e)

Zee-egels

24.

Hoe komen sponzen aan hun voedsel?

a)

Filteren ze uit het water

b)

Hebben een holte in het lichaam waar het voedsel wordt verteerd

c)

Met kleine orgaantjes die lijken op een mond

d)

Ze krijgen voedsel uit de bodem waar ze op staan

25.

Bij welke geleedpotige bestaat het gehele lichaam uit segmenten?

a)

Kreeftachtigen

b)

Spinachtigen

c)

Insecten

d)

Duizendpoten

26.

Welke gewervelden zijn over het algemeen niet afhankelijk van water bij het leggen van de eieren?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

27.

Welk organisme heeft cellen met een celwand, een celkern, maar geen bladgroenkorrels?

a)

Planten

b)

Schimmels

c)

Dieren

d)

Bacterien

28.

Welk organisme plant zich voort door (cel) deling?

a)

Bacterie

b)

Schimmel

c)

Dieren

d)

Planten

29.

Welk organisme is opgebouwd uit schimmeldraden?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Planten

d)

Dieren

30.

Hoe worden de groepen schimmels, planten en dieren genoemd?

a)

Stammen

b)

Klassen

c)

Rijken

31.

Welke organismen ruimen dode resten op in de natuur? Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

Bacterien

b)

Planten

c)

Schimmels

d)

Dieren

32.

Welke stam van het plantenrijk heeft bloemen?

a)

Zonnebloem

b)

Sporenplanten

c)

Paardenbloemen

d)

Zaadplanten

33.

Waar bewaren mossen hun sporen?

a)

In sporendoosjes

b)

In sporenhoopjes

c)

In zaadlobben

34.

Welke stam van het dierenrijk heeft geen skelet en is meestal lang en dun?

a)

Neteldieren

b)

Geleedpotigen

c)

Wormen

d)

Weekdieren

35.

Welke stam van het dierenrijk heeft een wervelkolom?

a)

Geleedpotigen

b)

Gewervelden

c)

Stekelhuidigen

d)

Sponzen

36.

Welke van de stammen is het grootst?

a)

wormen

b)

zoogdieren

c)

geleedpotigen

d)

sponzen

37.

Een Panda behoort tussen de ...?

a)

hagedissen

b)

amfibieën

c)

zoogdieren

d)

stekelhuidigen

38.

tot welke stam behoort de kwal?

a)

wormen

b)

neteldieren

c)

weekdieren

d)

geleedpotigen

39.

Een zeenaaktslak behoort onder de ...?

a)

zoogdieren

b)

insecten

c)

amfibieën

d)

weekdieren

40.

Welke onderstaande groep behoort tot de ongewervelden?

a)

insecten

b)

vissen

c)

vogels

d)

amfibieën

41.

Welk kenmerk heeft de groep van de wormen NIET?

a)

een lang en dun lichaam

b)

tweezijdig symmetrisch

c)

geen skelet

d)

leven altijd in de zee

42.

een zeester is .... symmetrisch

a)

veelzijdig

b)

tweezijdig

c)

niet

43.

een mens heeft een ... skelet

a)

inwendig

b)

uitwendig

c)

geen

44.

In welk voedselmiddel zit GEEN schimmelsoort?

a)

brood

b)

wijn

c)

schimmelkaas

d)

chips

45.

gistcellen planten zich voort door middel van ...?

a)

een knop

b)

schimmeldraden

c)

sporen

46.

antibiotica is een ....?

a)

infectieziekte

b)

geneesmiddel afkomstig van de penseelschimmel

c)

geneesmiddel gemaakt van bacteriën

47.

er bestaan meer archaea soorten dan bacterie soorten

a)

niet waar

b)

waar

48.

bacteriën planten zich voort door middel van ...?

a)

deling

b)

seksuele bevruchting

c)

fragmentatie

49.

Een ezel en een paard behoren tot dezelfde soort omdat zij samen nakomelingen kunnen krijgen (een muildier)

a)

waar

b)

niet waar

50.

2 dieren behoren tot dezelfde soort als ze ...?

a)

op elkaar lijken

b)

hetzelfde gedrag vertonen

c)

nakomelingen kunnen krijgen

d)

vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

51.

Een dierlijke cel heeft geen ...?

a)

celkern

b)

celwand

c)

cytoplasma

d)

celmembraan

52.

een schimmel heeft geen ...? c

a)

celkern

b)

celwand

c)

bladgroenkorrels

d)

cytoplasma

53.

een duitse dog en een teckel behoren tot dezelfde ... ?

a)

soort

b)

ras

54.

welke van de onderstaande celkenmerken wordt niet gebruikt bij ordening?

a)

celkernen

b)

celwanden

c)

bladgroenkorrels

d)

celmembraan

55.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

56.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

57.

Een bacterie cel bevat een celwand

a)

juist

b)

onjuist

58.

Bacteriën planten zich voort door sporen

a)

Juist

b)

onjuist

59.

Schimmels planten zich voort met behulp van sporen

a)

juist

b)

onjuist

60.

Schimmels kunnen eencellig en meercellig zijn.

a)

Juist

b)

onjuist

61.

Bacteriën zijn ALTIJD eencellig.

a)

juist

b)

onjuist

62.

In welk van de onderstaande onderdelen ontstaan de sporen van mossen?

a)

schimmeldraad

b)

sporendoosje

c)

sporenhoopjes

63.

Slakken hebben een inwendig skelet

a)

juist

b)

onjuist

64.

Wat is geen kenmerk van stekelhuidigen?

a)

Bestaan uit meerdere cellen

b)

Leven in het water

c)

hebben een uitwendig skelet

65.

Wat is wel een kenmerk van wormen?

a)

Bestaan uit 1 cel

b)

hebben geen skelet

c)

Leven alleen in het water

66.

Wat is geen kenmerk van eencellige dieren?

a)

Bestaan uit 1 cel

b)

hebben een skelet

c)

leven in het water

67.

Een dierenarts bekijkt een microscopisch preparaat om de oorzaak van een darmziekte bij een kat te onderzoeken. In het preparaat ziet hij een cel die wel een celwand heeft, maar geen celkern.

Van welk organisme kan dit een cel zijn?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

spoelworm

d)

van de kat

68.

Mossen, varens en paardenstaarten planten zich voort door (a)  

69.

Bij welke organismen kan ik een celwand aantreffen?

a)

planten

b)

bacterien

c)

schimmels

d)

dieren

70.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
71.
Op basis van welke kenmerken worden de vier grote groepen ingedeeld?
a)
celkern, cytoplasma, celwand
b)
celkern, cytoplasma, celmembraan
c)
celkern, celwand, bladgroenkorrels
d)
celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
72.

In een dierengids staat bij een foto de volgende beschrijving: 'De dieren zijn niet-symmetrisch. Ze hebben een skelet van stevige hoornvezels tussen de cellen en ze leven vastzittend op de bodem van de zee.'


Welke dieren zijn op de foto in de dierengids te zien?

a)

Neteldieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Sponzen

d)

Weekdieren

73.

Welke van de afgebeelde dieren zijn tweezijdig symmetrisch?

a)

Alleen de dieren 1 en 2.

b)

Alleen de dieren 2 en 3.

c)

Alleen de dieren 2 en 4.

d)

Alleen de dieren 3 en 4.

74.

Dieren met een uitwendig skelet met een soort pantser behoren tot de geleedpotigen.

a)

Juist

b)

Onjuist