wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voortplanting

Total questions: 26

Worksheet time: 4hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je de geslachtskenmerken die komen tijdens de puberteit?

a)

Primaire geslachtskenmerken

b)

Secundaire geslachtskenmerken

c)

Puberteitskenmerken

d)

Groeispurt

2.

Wat is bevruchting?

a)

de eicel en de zaadcellen treffen elkaar

b)

de kern van de eicel smelt samen met de kern van de zaadcel

c)

de eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies

d)

de spermacel zwemt naar de eicel toe

3.
Waar vindt de bevruchting plaats?
a)
Baarmoeder
b)
Eierstok
c)
Baarmoederslijmvlies
d)
Eileider
4.
Waar vindt de innesteling van een bevruchte eicel plaats?
a)
Eileider
b)
Baarmoederslijmvlies
c)
Baarmoedermond
d)
Vagina
5.

Welke geslachtscellen bevatten veel reservevoedsel?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

6.

Met welk nummer is de prostaat aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

7.

In welk onderdeel worden zaadcellen gemaakt?

a)

5

b)

6

c)

2

d)

3

8.

Met welk nummer worden de zaadblaasjes aangegeven?

a)

5

b)

6

c)

2

d)

3

9.

Waarom liggen de teelballen in de balzak?

a)

voor een hogere temperatuur en een lagere productie van zaadcellen

b)

voor het aanmaken van meer testosteron

c)

voor een lagere temperatuur en een hogere productie van zaadcellen

d)

voor meer voedingsstoffen

10.

wat is geen kenmerken van zaadcellen?

a)

kunnen bewegen

b)

kleinste cellen

c)

kunnen niet bewegen

d)

bevatten DNA

11.

Wielrenners die lang en vaak op hun fiets zitten hebben kans op beschadiging van de zaadcellen. In dit geval kunnen de zaadcellen zich niet meer goed voortbewegen.

Welk deel van de zaadcel is dit geval beschadigd?

a)

de kop

b)

de eicel

c)

eileider

d)

zweepstaart

12.

welke cel kan bevrucht worden?

a)

eicel

b)

zaadcel

13.

In de afbeelding is te zien dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd.

Waarvoor dient deze opbouw?

a)

om bevruchting mogelijk te maken

b)

om innesteling mogelijk te maken

c)

om menstruatie mogelijk te maken

14.

Als een eicel niet wordt bevrucht, gaat hij te gronde.

Wat gebeurt er met de resten van de eicel?

a)

de resten worden met de ongesteldheid afgevoerd

b)

de resten worden opgenomen door het baarmoederslijmvlies

c)

de resten worden opgenomen in het bloed

15.

welk voorbehoedsmiddel geeft geen hormonen af?

a)

anticonceptiestaafje

b)

koperspiraaltje

c)

Nuvaring

d)

Prikpil

16.

rond welk dag is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

2 weken na de eerste ongesteldheidsdag

b)

2 weken na de menstruatie cyclus

c)

4 dagen voor de laatste ongesteldheidsdag

d)

tijdens de ongesteldheid

17.

Hoe noemen we de eerste delingen van een eicel die plaatsvinden vlak na de bevruchting?

a)

gewone deling

b)

klierdelingen

c)

klievingsdelingen

18.

wat is innesteling?

a)

het loskomen van een eicel

b)

het inboren van de bevruchte eicel in het bm.slijmvlies

19.

wat is een vlokkentest?

(a)  

20.

waarom is het belangrijk dat vrouwen voor de 24e week prenataal onderzoek laten doen?

(a)  

21.

Wat is de functie van de placenta?

(a)  

22.

tijdens de zwangerschap kan een vrouw ongesteld worden

a)

juist

b)

onjuist

23.

het vruchtwater beschermt de baby voor stoten of klappen

a)

juist

b)

onjuist

24.

na de 8e zwangerschapsweek spreken we over een ....

a)

embryo

b)

foetus

c)

baby

d)

eicel

25.

in welke zwangerschapsweek spreken we over een embryo?

a)

week 3

b)

week 12

c)

week 8

26.

wat is de NIPT?

(a)