Font size
WorksheetsKeynaan NEDERLANDS WOORDSO
Total questions: 53
Worksheet time: 27mins
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Dat zegt iets over een ander woord.
Dat zegt iets over een werkwoord.
Dat zegt iets over de staat van de zin.
Dat zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig werkwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is een voorzetsel vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is het hulpwerkwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is het bepaalde lidwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
In welke zin is een koppelwerkwoord vetgedrukt?
Hij heeft zich in lange tijd niet zo enorm geschaamd.
Hij heeft zich in lange tijd niet zo geschaamd.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Waar is een zelfstandig naamwoord eigennaam, vetgedrukt?
In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.
In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.
In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.
nergens
Waar is een bijwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
nergens
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'heb'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'het'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'nieuwe'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'spel'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'gespeeld'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
De politie denkt dat mijn oudste broer lid is van een criminele bende.
Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden bevat deze zin?
1
2
3
4
De politie denkt dat mijn oudste broer lid is van een criminele bende.
Hoeveel zelfstandige naamwoorden bevat deze zin?
1
2
3
4
De gelopen afstand was in totaal 14 kilometer.
Wat is in deze zin het bijvoeglijk naamwoord?
(a)
Is deze fiets door jou beschilderd?
Wat is het gekleurde woordsoort?
Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Ze had de telefoon nog in haar hand.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Welke van de volgende onderstreepte woorden is geen bijvoeglijk naamwoord?
de krakende vloer
De Volvo is groot.
de onweerstaanbare brownie
Die film is ontzettend mooi.
Benoem vanaf hier de woordsoorten van de onderstreepte woorden.
Alles had een kleur gekregen, behalve de sneeuw.
lidwoord
bijwoord
aanwijzend voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
De verdachte is acht uur lang ondervraagd.
Onderstreept woord is een:
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Hulpwerkwoord
Zij is voorzitter geweest.
Onderstreept woord is een:
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Hulpwerkwoord
Een bijvoeglijk naamwoord geeft plaats, tijd of oorzaak aan.
Waar
Niet waar
Ze vroeg aan de aarde om kleur maar de aarde SLIEP en gaf geen antwoord.
zelfstandig werkwoord
zelfstandig naamwoord
aanwijzend voornaamwoord
bijwoord
De arme sneeuw besloot om één van de ANDEREN een beetje kleur te vragen.
zelfstandig werkwoord
zelfstandig naamwoord
aanwijzend voornaamwoord
bijwoord
Benoem het woord in hoofdletters. 'De aarde was bruin, het gras was GROEN en de zon was van goud.
voorzetsel
bijvoeglijk naamwoord
aanwijzend voornaamwoord
hulpwerkwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: zondag
Aanwijzend voornaamwoord
Bijwoord
Zelfstandig naamwoord
Hulpwerkwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: het
Zelfstandig naamwoord
Bepaald lidwoord
Onbepaald lidwoord
Hulpwerkwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: Duitse
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Bijwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: snelle
Bepaald lidwoord
Onbepaald lidwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: is
Bepaald lidwoord
Onbepaald lidwoord
Hulpwerkwoord
Zelfstandig werkwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: afgeleid
Hulpwerkwoord
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Bijwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: herkennen
Zelfstandig naamwoord
Hulpwerkwoord
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: was
Zelfstandig naamwoord
Hulpwerkwoord
Zelfstandig naamwoord
Koppelwerkwoord
Kies de juiste woordsoort bij het woord: zaten
Aanwijzend voornaamwoord
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Hulpwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Wij gaan vandaag een toets maken.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Wij gaan vandaag een toets maken.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Een werkwoordelijk gezegde bestaat uit alle werkwoorden van de zin.
Dit is juist.
Dit is onjuist.
Benoem het onderstreepte woord:
Ling wordt een beroemd chirurg.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Blijft Antonio vandaag ziek?
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte woord:
Blijft Antonio vandaag op school?
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
koppelwerkwoord
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Gisteren heeft mijn buurvrouw een baby gekregen.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Benoem het onderstreepte zinsdeel:
Pascal geeft zijn hond elke dag een bot.
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Zijn dit alle koppelwerkwoorden?
zijn, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen
nee, ik mis 'branden'
nee, ik mis 'lopen'
nee, ik mis 'worden'
Ja, dit rijtje is compleet
