wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Telefoongesprek voeren

Total questions: 14

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Je bent onthaalbediende en moet een telefoonmemo klaarzetten.

De computer opstarten doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

2.

Afspraken (gemaakt tijdens het telefoongesprek) samenvatten doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

3.

Uitzoeken wat de klant wil doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

4.

Vragen waar je de klant mee kan helpen doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

5.

Zeer duidelijke en correcte informatie geven doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

6.

De gegevens van de klant noteren en controleren doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

7.

De klant begroeten door de naam van de firma te zeggen en je eigen naam te zeggen doe je in de

a)

voorbereidingsfase

b)

onthaalfase

c)

kernfase

d)

slotfase

8.

De klant geeft zijn/ haar mailadres. Welk alfabet gebruik je om dit te herhalen?

a)

NATO-alfabet

b)

NAWO-alfabet

c)

MAVO-alfabet

d)

NAVO-alfabet

9.

Een klant belt om te vragen of hij de te kleine wandelschoenen mag omruilen. Je verbindt de klant met de volgende afdeling.

a)

Aankoop

b)

Verkoop

c)

Magazijn

d)

Facturatie

10.

Een klant is boos aan de telefoon, wat doe je?

a)

Het gesprek beëindigen

b)

De klant terecht wijzen

c)

De klant vragen rustig te blijven

d)

Terug beginnen roepen

11.

Een klant wil weten wanneer de levering van zijn bestelling is gepland. Met welke afdeling zal je doorverbinden?

a)

Transportafdeling

b)

Magazijn

c)

Verkoop

d)

HR-afdeling

12.

Een leverancier heeft bijkomende informatie nodig om een offerte op te maken. Met welke afdeling verbind je door?

a)

Verkoop

b)

Boekhouding

c)

Aankoop

d)

Facturatie

13.

De klant belt om 14.00u. Wat zeg je?

a)

Goedemorgen

b)

Goedemiddag

c)

Goedenavond

d)

Hoi

14.

Aan de telefoon is articulatie belangrijk, maar wat betekent het?

a)

Nauwkeurige en duidelijke manier van schrijven

b)

Toonhoogte waarop je spreekt

c)

Nauwkeurige en duidelijke manier van spreken

d)

Je stem goed gebruiken