Font size
WorksheetsOntleden skivakantie
Total questions: 16
Worksheet time: 16mins
Emma ging op skivakantie met vier vrienden.
Welke woordsoort hoort bij 'op' en 'met'?
(a)
Emma ging op skivakantie met vier vrienden.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
(a)
Ze verbleven in dit prachtige hotel.
Wat is het persoonlijk voornaamwoord?
(a)
Ze verbleven in dit prachtige hotel.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord?
(a)
De eerste dag was het mistig, maar de andere dagen scheen de zon!
Wat is het rangtelwoord?
(a)
De eerste dag was het mistig, maar de andere dagen scheen de zon!
Wat is het voegwoord?
(a)
Tussen het skiën door hebben we heerlijk gegeten.
Wat is het hulpwerkwoord?
(a)
Tussen het skiën door hebben we heerlijk gegeten.
Welke woordsoort is het woord 'het'?
(a)
's Middags speelden we vaak een spelletje.
Wat is het onderwerp? (Zinsdeel!)
(a)
's Middags speelden we vaak een spelletje.
Wat is het lijdend voorwerp? (Zinsdeel!)
(a)
Op de laatste dag gingen we verkleed als dieren.
Wat is de persoonsvorm? (Zinsdeel!)
(a)
Op de laatste dag gingen we verkleed als dieren.
Wat is de bepaling van tijd? (Zinsdeel!)
(a)
Het zonnetje bezorgde ons een heerlijke week!
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden?
(a)
Het zonnetje bezorgde ons een heerlijke week!
Wat is het meewerkend voorwerp?
(a)
Het was leuk geweest als de Harlekijnen mee waren, want ik miste mijn klas wel!
Wat zijn de voegwoorden?
(a)
Het was leuk geweest als de Harlekijnen mee waren, want ik miste mijn klas wel!
Wat is het bezittelijk voornaamwoord?
(a)
